Mooie dood

De kofferbak van een bloedrode Audi 80 leunt tegen de muur, de vier ringen van het logo spiegelen in de glanzende lak. Koplampen liggen losgeslagen in de hoek, terwijl een verzameling kleurrijke olievaten plassen groen, grijs en roze lekken op de steriele vloer.

Medium kunst 2

De witte ruimte van Parasol Unit vormt het decor van wat lijkt op een clash tussen een auto-ongeluk en een olieramp, een ravage met een nineties-sausje. En ja er zijn slachtoffers: tussen de brokstukken en vaten liggen het (plastic) skelet van een vogel gesmoord in slierten metallic groen en een bontgekleurde koeienschedel die zichzelf gereflecteerd ziet in een buitenspiegel. Dieren en dingen glimmen om het hardst.

De nieuwe installatie van Jimmie Durham (1940) beslaat de volledige oppervlakte van het kunstcentrum in Oost-Londen, waar de natuurramp zich als een esthetisch verschijnsel voltrekt. De Amerikaanse kunstenaar, van Cherokee-origine, weet hoe hij de dood kan opkalefateren. Al vijftig jaar creëert hij kunstwerken die min of meer in elkaar geflanst lijken: sculpturen van takken en modder, portretten van steen, kralen en hout, experimentele botsingen van natuur, cultuur en industrie. De dieren in Traces and Shiny Evidence zijn weliswaar gestorven, maar ten minste verdronken ze in een prachtig plasje hoogglanzend paars. ‘Beautiful death’ noemt Durham dat.

Medium kunst 1

Regenboogkleuren die verschijnen in een dun laagje olie op een plas regenwater, dat is het ware teken van de moderne tijd. Die observatie van Walter Benjamin, inspiratiebron voor Durham, is actueel in de kunst van vandaag. Kunstenaars laten sporen na als bewijsmateriaal van de menselijke hand in een digitaal tijdperk. Ed Atkins bijvoorbeeld brengt opzettelijk lekkages aan in zijn digitale creaties. Voor zijn nieuwe video-installatie Ribbons, in de Serpentine Sackler Gallery, boorde hij heel subtiel een gaatje in een projectiescherm om de illusie van zijn gelikte film door te prikken. De hyperrealistische hoofdpersoon uit het werk loopt ook plots leeg als een ballon, wanneer de sigaret in zijn hand het filter bereikt.

Durham slaagt erin dat mechanisme een fysieke gestalte te geven. Hyperesthetisch, schoon en glanzend, maar als altijd doorgedrongen tot het wezen van zijn materiaal. Op de eerste verdieping van Parasol Unit huist alsnog het geweld dat met vernieling gepaard gaat. Met een steen in zijn hand neemt de kunstenaar in de video Smashing (2004) plaats achter een bureau. Mensen reiken hem objecten aan, een beeldje, een banaan of een badeendje, dat Durham even bekijkt en dan met de steen tegen zijn bureaublad ramt. Eenmaal aan gruzelementen, of in het geval van de badeend, als deze niet meer piept, schuift hij de resten op de grond. Durham: ‘Ik maak dingen niet echt kapot, ik verander ze alleen, ik verander hun vorm, net als iedere beeldhouwer.’


Jimmie Durham, Traces and Shiny Evidence, t/m 9 augustus, Parasol Unit, Londen. Ed Atkins, Ribbons, t/m 25 augustus, Serpentine Sackler Gallery, Londen


Beeld: Jimmie Durham, Traces and Shiny Evidence; (Stephen White).