nieuwe antilliaanse muziek

‘Mooie liedjes, ook om op te dansen’

Izaline Calister had een vrolijke, gelukkige jeugd. Daardoor leek ze ongeschikt voor jazz. Het geloof in eigen kunnen brak pas door toen ze zich in haar Zuid-Amerikaanse roots ging verdiepen. ’Ik heb lang het gevoel gehad dat ik iets terug moest geven aan Curaçao.‘

Toen Izaline Calister onlangs haar vierde cd Kanta hélele in het Amsterdamse Bimhuis presenteerde leek de jazz voor een moment teruggekeerd naar haar oorsprong als dansmuziek. Met gracieus gemak kreeg Calister voor elkaar wat generaties van serieus improviserende musici het publiek hadden afgeleerd: dansen. Het was niet de eerste keer dat Calister het Bimhuis liet swingen: bij haar memorabele debuut in september 2000 noteerde NRC Handelsblad: ‘Overrompelend, aanstekelijk, professioneel en overtuigend: soms past geen zuinigheid met adjectieven. Want wat Izaline Calister (…) in het Bimhuis teweegbracht, was alleen te vergelijken met het historische concert dat Denise Jannah daar in 1993 gaf. Mensen die op stoelen en tafels dansten, vreemden die elkaar in de armen vielen, veel feestelijk brekend glaswerk en we gaan nog lange niet naar huis.’ Zes jaar later en vier cd’s verder heeft Calister afscheid genomen van haar artistieke partners Eric Calmes en Randal Corsen en de sprong naar de internationale arena gewaagd. Haar laatste twee cd’s verschenen bij het prestigieuze Duitse wereldmuzieklabel Network en eind vorig jaar deed ze met haar nieuwe groep in drie weken vijftien optredens in Mexico. Onlangs nog liet ze het publiek van het Jazzfestival van Graz (Oostenrijk) kennismaken met de Antilliaanse muziek.

Izaline Calister groeide op met de Antilliaanse wals en danza, muziek met Europese wortels. Dankzij haar vader leerde ze ook Afro-Antilliaanse muziek zoals tambú waarderen. De periode waarin zij zong bij de band Pili Pili was beslissend voor haar koers. Deze groep onder leiding van Jasper van ’t Hof was zijn tijd vooruit. Izaline Calister: ‘Hij vroeg me in mijn eerste jaar aan het Gronings conservatorium. Door met Pili Pili op tournee te gaan in Duitsland kreeg ik door dat buiten Nederland een interessante, bruisende wereldmuziekscene bestond. Inmiddels had ik al besloten dat ik niet voor altijd in het Antilliaanse feestencircuit wilde blijven hangen. In de tijd van Pili Pili kreeg ik door dat wereldmuziek ook uitdagende concertmuziek kan zijn.’

Het duurde enige tijd voordat Calister aan het conservatorium gewend was. Het probleem: als jazz-zangeres bleek ze te lijden aan een gelukkige jeugd: ‘Al die teksten over My man is gone – daar kon ik niet zo veel mee. Zoals iedere jazz-zangeres was ik gefascineerd door Billie Holiday, maar zij zong zo intens omdat ze dat leven had. Ik ben een vrolijk, gelukkig meisje dat een geweldige jeugd heeft gehad op een zonnig eiland. Mensen doen heel ingewikkeld over jazz, maar het is ook gewoon heel mooie muziek. Ik kan niet zo veel met die intellectuele benadering. Dat gaat helemaal voorbij aan wat jazz oorspronkelijk was: mooie liedjes, ook om op te dansen. Soms denk ik dat het typisch Europees is om jazz zo te intellectualiseren.

Mijn muzikale achtergrond was Zuid-Amerikaans, een goudmijn aan liedjes en melodieën. Maar men deed neerbuigend omdat ik niet zo veel van jazz wist. Terwijl ik wél elke bolero en ranchera ken die ertoe doet – je hoeft me niks te vertellen over het Latin American Songbook. Achteraf heeft de directeur van het conservatorium gezegd dat hij, toen hij mijn toelatingsexamen bijwoonde, er niet veel vertrouwen in had, behalve de intuïtie dat ik “iets” had.’

Braziliaanse muziek bleek uiteindelijk het bindmiddel tussen haar eigen referentiekader en dat van de jazzafdeling van het conservatorium: ‘Ik vond dat een heel mooie muzikale taal, die bovendien door de uitdagende harmonie en ritmiek ook de diehard-jazzcats bleek aan te spreken. Elis Regina is zelfs de reden waarom ik ben blijven zingen. Als zangeres was zij echt all over the place, ze kon buitengewoon slordig zingen. Maar haar intensiteit heeft een zeggingskracht die me blijft ontroeren. In het diepste dal van mijn studie leerde ik de muziek van Regina kennen. Dat gaf me het vertrouwen dat je als zangeres ook met andere waarden dan perfectie heel veel kunt bereiken. Het zou idioot zijn als je gaat letten op de valse nootjes bij Elis Regina, want zij heeft zo veel meer te bieden dan dat.’

De kwestie is klassiek: hoort de jazz (in essentie een Afro-Amerikaanse oerschreeuw) wel thuis op een ambachtelijk georiënteerde instelling als een conservatorium?

‘Aan het conservatorium gaat het over perfecte intonatie en dat soort zaken. Maar het streven naar perfectie heeft mij wel geholpen. Je kunt ook één en al gevoel zijn zonder dat het ergens naar klinkt, dan raak je ook niemand.’

Het is opvallend dat de meest indringende nummers die Calister tot nu toe opnam ballads zijn waarin zij zichzelf juist lijkt te verliezen. ‘Ik weet dat ik technisch gezien geen perfecte stem heb. Maar die dag in de studio – men moest hard op me inpraten om Yudami lubida zo te laten staan. Op een gegeven moment hoor je mijn stem helemaal breken.’

Calisters internationale succes wordt op de Antillen aandachtig gevolgd. Daarmee is ze ook een voorbeeld geworden, met alle ambiguïteit die bij die rol hoort. Izaline Calister: ‘Mij is niets gelukt met geluk, er is altijd een zwaar beroep gedaan op mijn vindingrijkheid, fantasie en improvisatievermogen. De problemen van Curaçao zijn groot, het is arm. Sommige mensen krijgen hierdoor een rotmentaliteit, maar een heleboel ook niet. Je wordt wel moedeloos van steeds maar weer die verhalen over wat er allemaal fout gaat. Het is volgens mij niet een exclusief Antilliaans probleem. Jonge mensen groeien op met mtv en zien daar rappers met bling bling. Iedereen wordt steeds materialistischer, maar niemand wil er hard voor werken. Vaak wil men iets doen met muziek: “nou, dan maar rap” en als dat binnen een jaar niet lukt, dan is het mislukt. Die mtv-idylle werkt alleen in Amerika – voor een minderheid.

Er zijn ernstige mensen die heel erg tillen aan het slavernijverleden. Daar kan ik niet zo veel mee, behalve dat ik wel vind dat Nederland een bepaalde verantwoordelijkheid heeft tegenover de Antillen, die het ook moet behouden. Maar met dat heel boze en verbitterde kan ik niet zo veel. Tegelijkertijd is het wel bedenkelijk dat er op school nauwelijks aandacht aan het koloniale verleden wordt besteed. Dat er op Curaçao een school is vernoemd naar Peter Stuyvesant vind ik zo vreemd! Ik begrijp wel dat mensen nu lobbyen om die naam te veranderen. Een landelijke herdenking zou veel verongelijkte sentimenten op de Antillen wegnemen.’

Typerend voor Calister is dat ze haar engagement liever metaforisch vervat dan rechtstreeks. Een hoogtepunt van de nieuwe cd is Lamento di Mosa Nena, gebaseerd op een onder Antillianen bekend verhaal van de trotse slaaf Buchi Fil en zijn lief Mosa Nena. Om Fils geest te breken verkoopt de slaveneigenaar Nena, waarna Fil zelfmoord pleegt door in zee te springen. Het lied is gebaseerd op een gedicht van Pierre Lauffer. Dertig jaar geleden heeft de Antilliaanse zanger Ced Ride het gedicht op muziek gezet in de vorm van een son montuno, een Cubaans ritme. Antilliaanse seizoensarbeiders namen de muziek die zij op Cuba hadden genoten mee naar de Antillen, waardoor een historische connectie tussen de Cubaanse en Antilliaanse muziek ontstond. Izaline Calister: ‘In het originele verhaal hoor je alleen over Buchi Fil: van Mosa Nena weet je niet meer dan dat ze is verkocht. Ik wilde juist haar perspectief bezingen. De trompetsolo uit het origineel wilde ik handhaven, die partij wordt nu door Eric Vloeimans gespeeld. Gitarist Ed Verhoeff schreef een begrafenismars-arrangement in New Orleans-stijl, wat heel mooi bij de melodie bleek te passen.’

Met haar gedreven missie voor de Antilliaanse muziek bereikt Calister veel: ‘Als songwriter, medearrangeur en producer moest ik met deze cd mijzelf bewijzen. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik iets terug moest geven aan Curaçao. Voor het eerst wilde ik dat idee helemaal laten varen en puur voor de liedjes gaan, om het even of ze nu Antilliaans zijn of niet. Op de Antillen worden mijn liedjes gecoverd door populaire bands. Dat vind ik een heel leuke vorm van erkenning. Het Casa di Kultura doet ook veel voor de Antilliaanse cultuur, maar dit heeft wel een lange adem nodig. Elke leerling die je injecteert met een beetje nieuwsgierigheid naar het Antilliaanse verleden is mooi meegenomen. Daarom vind ik het ook zo belangrijk om in het Papiaments workshops te geven over zangtechniek. Zoals overal behoort ook op de Antillen traditionele muziek niet tot de populairste muziek, maar door oude Afro-Antilliaanse ritmes in moderne arrangementen te vatten probeer ik jongere mensen kennis te laten nemen van hun eigen erfgoed.’

Izaline Calister

Kanta hélele

NETWORK – 495113

Tournee vanaf 22 september (o.a. met Metropole Orkest). www.izalinecalister.com