J.T. LeRoy, Het hart is bovenal bedrieglijk

Mooie misère

J.T. LeRoy

Het hart is bovenal bedrieglijk

Uit het Engels vertaald door Robert Dorsman

De Geus, 221 blz., e 17,90

In de Verenigde Staten is de 25-jarige J.T. LeRoy een fenomeen. Hij staat bekend als een literair genie, verkeert in het gezelschap van beroemdheden als Court ney Love, Gus von Sant en Asia Argento, draagt blonde pruiken en rode lippenstift, spreekt tergend verlegen met een fluisterende hoge meisjesstem en schrijft onverbloemd over zijn schijnbaar uitzichtloze jeugdjaren, waarin hij seksueel werd misbruikt door de klanten van zijn prostituerende moeder. Keer op keer wordt in de media verteld hoe hij op zijn zestiende psychotisch door de straten van San Francisco zwalkte en hoe hij gered werd door een maatschappelijk werkster die hem in huis nam en tot op de dag van vandaag dienst doet als surrogaatmoeder. Dat hij van zijn heroïne verslaving afkwam door te schrijven over zijn jeugd, aangespoord door zijn therapeut. Dat hij in huilen uitbarst als hij uit eigen werk voorleest en daarom beroemde vrienden als Lou Reed dat voor hem laat doen. De media houden van LeRoy als van een ziek vogeltje.

Dat maakt achterdochtig. Zo’n opgeblazen mediaverhaal verdekt vaak waar het echt om gaat: kan LeRoy ook schrijven? Al het gedweep ten spijt blijkt hij zeker wel wat te kunnen. Zo schreef hij het originele scenario voor Gus von Sants verontrustende, loodzware film Elephant, waarin twee tieners worden gevolgd tijdens hun voorbereiding om hun klasgenoten neer te schieten. De film was in Amerika omstreden door de kille, beschrijvende en niet-veroordelende manier van vertellen, waarin we LeRoy’s verdorven hand herkennen.

Minstens even zwartgallig is zijn tweede roman, Het hart is bovenal be drieglijk, die onlangs in Nederlandse ver taling is verschenen en vorig jaar werd verfilmd onder de oorspronkelijke titel: The Heart Is Deceitful Above All Things. We volgen hierin het uitzichtloze bestaan van de jonge Jeremiah, die vanuit zijn naïeve kinderperspectief vertelt over de ellende die hem overkomt. Over zijn godsdienstfanatieke grootvader die hem met de riem straft voor elke zonde die hij begaat, wat voor Jeremiah de enige vorm van intimiteit is die hij kent waardoor hij verlangt naar de volgende afranseling, de volgende keer dat hij «zijn liefde mag voelen». Over zijn slechts veertien jaar oudere moeder, de «truckerteef» (een hoertje voor truckers) die haar klanten en kortstondige minnaars misbruik van hem laat maken. Over de paranoia – een allesoverheersende angst voor ko len en meteorieten – die zich uiteindelijk van hem en zijn moeder meester maakt. Toch zijn er ook hoopvolle momenten in het boek. Prachtig is de scène waarin zijn moeder Jeremiah opmaakt en hij zich zielsgelukkig voelt door de zachte aanraking van haar hand.

Twee elementen tillen deze roman uit boven het niveau van de eerste de beste persoonlijke herinnering aan een schokkende jeugd. Het eerste is LeRoy’s poëtische, intense stijl. LeRoy verstaat de kunst om op een goede manier vreemd te formuleren. Mooi is de eenvoudige zin «Mijn lichaam begeeft zich onwillekeurig naar de deuropening», waarin hij de onwillekeurigheid van de beweging benadrukt door «lichaam» in plaats van «ik» te gebruiken. Meer fascinerend vreemde zinnen: «Als ik met mijn ogen naar mijn tranen knipper…» of: «Met een trage, zware beweging glijdt de palm van haar hand over haar voorhoofd, alsof ze aan het strijken is.»

Het tweede en meest verontrustende element is de naïeve, jeugdige blik die Jeremiah heeft op de bedreigende wereld die hem omringt. Omdat Jeremiah niet beter weet veroordeelt hij de mannen die hem misbruiken niet. Hij blijft zielsveel van zijn moeder houden terwijl zij hem slaat en geen gelegenheid omgemoeid laat om hem te vertellen dat zij hem nooit had gewild. Uit het boek spreekt, kortom, geen vonnis, maar mededogen.

Het resultaat is mooie trieste ellende, dichtbij door de intensiteit van de zinnen, afstandelijk voor wie een oordeel zoekt.