Essay literaire vereidingskunst (2)

Mooie praatjes vullen gaatjes

Literair verleiden is de ander verwarren. En die verwarring roep je op door helder te schrijven. Oscar Wilde kon dat meesterlijk. Ook de lezer voelt de lust om Dorian Gray te veroveren. Deel 2 in de serie Literaire verleidingskunst.

De beste verleider ter wereld, Richard III, vormgegeven door Shakespeare, zette de toon. Zijn verleidingstechniek was verwarring veroorzaken door paradoxen te gebruiken, door metaforen al naar gelang het hem uitkwam letterlijk te nemen en door valse keuzes voor te schotelen in zinnen met expres verkeerde logische conclusies, plus het normale gecharmeer. Knap. Richard III is het mooie voorbeeld van ons uitgangspunt en onze stelling: de beste verleider is hij van wie je denkt: nee, hij kan het niet, maar die het toch doet, op zo'n manier dat hij tegelijkertijd óók de lezer verleidt. De beste verleider maakt het onmogelijke mogelijk.

Lord Henry Wotton, van beroep rentenier, houdt van Schoonheid. Dat blijkt wel als we hem tegenkomen in het atelier van schilder Basil Hallward waar hij een schilderij ziet van een jongen die zijn bijzondere aandacht heeft. (Dus niet het schilderij, maar die jongen.) Wat denkt Lord Henry Wotton eigenlijk van Schoonheid? «Schoonheid… ware schoonheid houdt op waar een intellectuele uitdrukking begint.» Zo is het.

Aldus kunnen we een paar conclusies trekken: door deze intellectuele opmerking beseffen we dat Lord Henry zelf niet zo'n schoonheid is. Blijkbaar is hij, als hij op zoek is naar Schoonheid, op zoek naar iets wat verre van intellectueel is. Die jongen op het schilderij vindt Lord Henry een mooi voorbeeld van Schoonheid. En Lord Henry zegt dan ook dat hij er «absoluut zalig uitziet», want: «Hij denkt nooit na, daarvan ben ik overtuigd. Hij is een stompzinnig, mooi schepsel dat er ’s winters, als we geen bloemen hebben om naar te kijken, altijd zou moeten zijn, en ’s zomers altijd, als we iets nodig hebben om onze intelligentie af te koelen.»

Het portret dat Lord Henry bekijkt, is Het schilderij van Dorian Gray in het gelijknamige verhaal van Oscar Wilde. Dorian Gray is het model waardoor schilder Basil Hallward eveneens sterk ontroerd en geïnspireerd raakt.

Het is meteen duidelijk dat Lord Henry Wotton zijn zinnen heeft gezet op deze Dorian Gray. Hij zal en moet hem verleiden. Dat lijkt niet moeilijk. Dorian is, volgens de visie van Lord Henry, die hem tot dan toe alleen door een onaf schilderij kent, stompzinnig, iemand die niet nadenkt — kat in het bakkie, zou je zeggen.

Maar dat is toch ingewikkeld.

Want Lord Henry is getrouwd en wenst dat te blijven, hoewel hij debiteert: «De enige charme van het huwelijk is dat het voor beide partijen een leven vol bedrog volstrekt noodzakelijk maakt.» En verder is Dorian zo mooi dat hij iedereen kan krijgen, dus waarom zou hij dan met een oude rentenier willen vertoeven die er ook nog eens, voor die tijd, immorele praatjes op nahoudt? Nee, de oude Lord Henry kampt met het probleem dat menige oudere man heeft die misschien wel well-to-do is, maar toch heftige concurrentie ondervindt wanneer hij een jeugdig iemand wil verschalken. En dan is het ook nog zo dat de «vriend» de schilder de mooie jongen het liefst voor zichzelf houdt.

Wanneer de butler dan ook komt zeggen dat de heer Dorian Gray in het atelier is, zien we de kunstschilder al het mogelijke doen om Lord Henry weg te krijgen, en weten wij, de lezers, dat Lord Henry snel en effectief en vooral omzichtig te werk moet gaan om Dorian te verschalken.

Oscar Wilde had het natuurlijk zelf ook moeilijk. Voorzichtig manoeuvreren was zijn tweede natuur geworden, al deed hij dat niet altijd. Achteraf weten wij dat hij een gezonde homo was, maar toen stond hij toch bekend als een zieke «somdomite» (sic) volgens de boksende vader van zijn vriend Lord Alfred Douglas. In het Engeland van Queen Victoria was men preuts, behoudend, hypocriet en als je The Picture of Dorian Gray leest, begrijp je dat Lord Henry Wotton precies het omgekeerde vertegenwoordigt van wat het Victoriaanse Engeland wenste: hij is een cynicus die de waarheid vertelt door in paradoxen te spreken.

Wilde was ook zo, zegt men, en zou zeker zo willen zijn.

Net als Lord Henry was hij briljant (en getrouwd) — maar het vreemde is dat als je The Picture of Dorian Gray leest, je altijd denkt dat Lord Henry ergens beseft dat het maar mooie praatjes zijn die hij bezigt, terwijl Wilde ze waarschijnlijk diep geloofde.

Wilde zelf was misschien een goede verleider — hij sprak mooi — maar hij maakte het zich ook wel gemakkelijk, zo weten we uit de processtukken, want Wilde werd uiteindelijk opgepakt voor zijn homoseksualiteit. Wilde bezocht nichtenbordelen, nam hoerenjongens mee naar hotels of betaalde de krantenjongen voor een herdersuurtje; grote veroveringen waren er eigenlijk weinig. Ja, Lord Alfred Douglas en hij waren «lovers», en wellicht heeft Wilde ook de heer Ross, een van zijn latere biografen, nog bemind, maar het is allemaal enigszins duister.

In The Picture of Dorian Gray kon Wilde echter zijn fantasie de vrije loop laten; en hoewel hij het verhaal had gestolen (dat deed Shakespeare ook) als ook de bon-mots (de meeste kwamen van de schilder Whistler) en de filosofieën (die bijna allemaal van Wildes leraar Walter Pater waren) kon hij meesterlijk schrijven. Ook over de liefde die zijn naam niet durft uit te spreken. We voelen namelijk mét Lord Henry de lust om Dorian Gray te veroveren. Dat is al sterk.

Lord Henry weet dat hij mooi kan praten, maar hij weet ook dat hij dingen wil die eigenlijk niet kunnen. Wat hij dus moet doen, is Dorian Gray ervan overtuigen dat «immoraliteit» eigenlijk verheffend is.

Hoe gaat hij dat doen? Dat doet Lord Henry met mooie praatjes, paradoxen, brutale beweringen en overrompeling, zoals we zullen zien. Maar ook met een doeltreffende techniek: altijd eerst de aandacht op jezelf vestigen. Dat lukt hem door constant iets vreemds te beweren en dan te pauzeren. Een oude toneeltruc die goed blijkt te werken en die Lord Henry toepast zodra hij Dorian Gray ziet, want dan zegt hij tegen de jonge man: «Mijn tante heeft me veel over u verteld. U bent één van haar lievelingen en, naar ik vrees, tevens één van haar slachtoffers.» Dan houdt Lord Henry zijn mond. Hij pauzeert om de woorden te laten bezinken. Daarmee dwingt hij Dorian tot een interpretatie van het zojuist beweerde, met name van de vraag waarom hij een slachtoffer zou zijn van die tante. Nietsvermoedend geeft Dorian Gray antwoord, maar ondertussen heeft Lord Henry al de aandacht getrokken.

Met dezelfde techniek gaat Lord Henry dus door, maar dan gemengd met platte charme. Hij zegt: «U bent veel te charmant om aan filantropie te doen, mijnheer Gray, veel te charmant.» Weer een pauze. Als lezer ben je toch meteen geneigd te zeggen: «Wat krijgen we nou? Waarom is iemand te charmant om aan filantropie te doen?» Let op wat er gebeurt als je hierover denkt. Je denkt: deze mijnheer vindt mij charmant, hij vindt mij zelfs te charmant, hij vindt mij zelfs te charmant om liefdadigheid te bedrijven — wat raar. Maar op dat moment zit je al in de geest van Dorian Gray: hij vindt mij charmant. Basil, de schilder — hij kent Lord Henry — ziet de bui al hangen en de vriend verdwijnen en zegt op dat moment (wat dus het verkeerde moment is): «Moet je niet eens weg, Henry?» Waarop Henry natuurlijk aan Dorian Gray vraagt: «Moet ik weg, jonge heer Gray?» Nee, natuurlijk niet! «Ik wil dat u me vertelt waarom ik niet aan filantropie moet doen!» (Merk op dat niet uitgelegd hoeft te worden waarom hij charmant is. Touché dus voor Lord Henry.) Het is een kwestie van doorhalen om de aandacht te trekken.

Laten we nog even terughalen wat Lord Henry moet doen om deze jongen in zijn macht te krijgen. Hij moet reclame maken voor immoreel gedrag en dan pas kan hij toeslaan. Henry speelt dat via de band: hij schakelt de schilder in die hem weg wil hebben, terwijl hij weet dat Dorian Gray hem wil houden. Zijn onuitgesproken vraag luidt: waarom moet ik eigenlijk weg, Basil, terwijl Dorian wil dat ik blijf? De lieve schilder zegt dan — ik zeg het in mijn eigen woorden: blijf dan maar, maar wees voorzichtig, praat niet te veel, want je vindt het een leuk spelletje om rare dingen te zeggen en daarmee slechte invloed uit te oefenen. Dat is nou inderdaad precies wat Lord Henry wil! Slechte invloed, slechte invloed… Lord Henry wuift het weg.

En dan gebeurt het! Natuurlijk is «slechte invloed» iets waarvan de jeugd meer wil weten. Zeker in een Victoriaanse tijd waarin niets mocht. Alleen het woord «slecht» had al een hoogst erotische klank — die het nu soms nog heeft («O, dat is een heel slecht meisje…»). Dorian Gray, die op dat moment wel naar Lord Henry moet luisteren omdat die steeds de aandacht heeft getrokken, vraagt: «Hebt u echt een heel slechte invloed, Lord Henry?»

De slechte Lord Henry ruikt nu zijn kans als een wolf zijn prooi. Het kost hem vervolgens zo'n vijfhonderd woorden — dan is Dorian voor de bijl. Wat doet onze Lord in die vijfhonderd woorden? Hij komt met paradoxen, stellingen, grapjes, metaforen en mooie praatjes, die vragen oproepen die hij onbeantwoord laat, en waarmee hij Dorian Gray verwart, die aan het eind niet meer weet hoe hij moet denken.

Op de vraag over de slechte invloed antwoordt Lord Henry: «Goede invloed bestaat niet, mijnheer Gray. Iedere invloed is immoreel — immoreel vanuit wetenschappelijk oogpunt.» (pauze, wij weten waarom — thh)

«Waarom?» vraagt Dorian Gray.

«Omdat iemand beïnvloeden betekent dat je hem jouw ziel geeft. Hij denkt zijn eigen gedachten niet, en staat niet in brand door zijn eigen hartstocht. Zijn deugden zijn niet echt de zijne. Zijn zonden, als er al zoiets als zonde bestaat, zijn geleend. Hij wordt de echo van andermans muziek, een acteur met een rol die niet voor hem geschreven is. Het doel van dit leven is zelfontplooiing. Het volmaakt verwezenlijken van onze eigen natuur — daarvoor zijn we hier allemaal. De mensen zijn tegenwoordig bang voor zichzelf. Ze zijn de hoogste aller plichten vergeten, de plicht die men jegens zichzelf heeft. Natuurlijk zijn ze barmhartig. Ze voeden de hongerigen, ze kleden de bedelaar. Maar hun eigen ziel is uitgehongerd en naakt. De mensheid is haar moed kwijt. Misschien hebben we die nooit bezeten. (…) En toch… En toch geloof ik dat als een man zijn leven geheel en volledig zou leven, als hij gestalte zou geven aan ieder gevoel, uitdrukking zou geven aan iedere gedachte, iedere droom zou verwezenlijken — dan geloof ik dat de wereld zo'n nieuwe impuls van vreugde zou krijgen dat we alle plagen die kenmerkend waren voor de Middeleeuwen zouden vergeten en zouden terugkeren naar het Griekse ideaal — misschien naar iets mooiers. (…) Maar zelfs de dapperste onder ons is bang voor zichzelf. De zelfverminking van de primitieve mens overleeft op tragische wijze in de zelfverloochening die onze levens bederft. We worden gestraft voor onze weigeringen. Iedere impuls die we trachten te onderdrukken, blijft in de geest hangen en vergiftigt ons. Het lichaam zondigt één keer en is dan van zijn zonde af, want handelen is een manier om te louteren. Er blijft dan niets over behalve de herinnering aan genot, of de weelde van het berouw. De enige manier om van een verleiding af te komen is eraan toe te geven. Als je er weerstand aan biedt, wordt de ziel ziek van verlangen naar de dingen die ze zichzelf heeft ontzegd, van begeerte naar wat haar onmenselijke wetten onmenselijk en onwettig hebben gemaakt. (…) U, mijnheer Gray, uzelf, met uw roze-rode jeugd en uw roze-witte jongensachtigheid, u hebt passies gekend die u hebben beangstigd, gedachten die u met doodsangst hebben vervuld, dagdromen en slaapdromen waaraan de herinnering alleen al uw wang met schaamte zou kleuren…»

«Zwijg», stamelt Dorian Gray. Ja, de arme jongen is helemaal verward door dit geouwehoer op niveau. Al die tegenstellingen, al die onlogische logica, junk-lingo and guru-talk.

Hij heeft frisse lucht nodig.

De verleiding is gelukt.

In de tuin gaat Lord Henry nog even door met praten in paradoxen in de trant van: «De zinnen kunnen inderdaad de ziel genezen, terwijl de ziel dat met de zinnen kan», et cetera, et cetera. O ja, Lord Henry zegt natuurlijk ook: «Het enige verschil tussen een bevlieging en een levenslange passie is dat een bevlieging iets langer duurt.» Waarop Dorian verliefd antwoordt: «Moge onze vriendschap dan een bevlieging zijn…» We kunnen een wijze verleidersles leren: mooie praatjes helpen, maar je moet ze vatten in paradoxen en stellingen, en je moet uiterst vaag zijn, dus veel woorden als passie, hartstocht, ziel, zinnen, et cetera, et cetera gebruiken, woorden waarmee je alle kanten op kunt omdat ze toch niets betekenen. Literair verleiden is de ander verwarren, en die verwarring roep je op door verwarrend te spreken, maar helder te schrijven.