Opheffer  

Moor

Een paar maanden geleden deed ik mee in het Talpa-programma Woef! Hoe word ik een beroemde hond. De vriendenkring sprak er schande van: als je jezelf serieus neemt als schrijver of artiest, waarom doe je dan mee aan zoiets banaals? Ik snapte maar niet waarom ik niet zou meedoen, daarbij had ik het geld hard nodig. Geregeld scherp hoongelach was mijn deel.

Maar nu is mijn hond Moor dus beroemd, want Talpa herhaalt de serie.

Ik loop met Moor in het park en kinderen – die het slecht bekeken programma blijkbaar wel hebben gezien – raken opeens erg opgewonden. ‘Is hem dat, mijnheer?’ ‘Ja, dat is ze’, zeg ik, terwijl ik taalkundig het geslacht verander. ‘Mag ik hem aaien?’ ‘Doe maar niet, dat wil ze niet.’

Moor begrijpt niets van deze aandacht, en ze vindt het alleen leuk als de kinderen iets te eten hebben en dat aan haar willen afstaan of als ze een bal willen weggooien die zij dan mag ophalen.

Roem! De betrekkelijkheid ervan zie je duidelijk als je hond beroemder is dan jij. Een paar weken na de uitzendingen van Woef! werd ik gebeld door een reclamebureau; ze wilden Moor in een reclame laten meespelen. Wat kon ze allemaal? Ik zei dat Moor niet wilde meedoen. Maar er stond geld tegenover voor het baasje. Hoeveel dan? Vijfduizend euro. Nee, ik had er toch geen zin in. Die vijf mille had ik best goed kunnen gebruiken, maar er was een grens overschreden, vond ik. Ik heb altijd het idee dat ik, wanneer ik ergens geld mee verdien, dat moet verdienen door iets wat ik heb gedaan. Bij Woef! speelde ik zelf nog mee. Maar bij die reclame ging het alleen om de hond. Dat was geen verdienste van mij. Ik moest de hond alleen maar brengen.

Met mijn roem is iets vreemds aan de hand. Ik wilde vroeger heel graag beroemd zijn als schrijver, maar na mijn veertigste verdween die pretentie, eigenlijk doordat ik het schrijven veel belangrijker vond dan mijn roem. Ik wilde schrijven, schrijven, schrijven – en eventueel ook films maken. De wens naar roem verdween naar de achtergrond. En de roem, die ik nooit echt heb gehad, verwaterde snel.

Toen werd Theo van Gogh vermoord.

Vijf minuten na de moord besloten Gijs van de Westelaken en ik om de publicitaire taken te verdelen. Ik zou alle Nederlandse pers te woord staan, hij alle buitenlandse. Ik werd rond de 170 keer geïnterviewd, hij net zo iets. Ik werd in Nederland beroemd – als de vriend van Theo van Gogh.

Nu is dat helemaal niet erg, noch is het vervelend; het kan mij echt niets schelen, maar het is een vreemd soort roem. Er zitten vrolijke kanten aan en uiteraard ook treurige, die aardig samen te vatten zijn met wat Max Pam ooit tegen mij zei: ‘Het beste wat jou is overkomen, is de moord op Theo van Gogh.’

Dat is namelijk in zekere zin waar, maar het is iets wat sommige mensen niet kunnen velen. Ze vinden dat ik de bekendheid, de roem die ik nu heb, niet verdien. Nu ik een boek heb geschreven, word ik weer geïnterviewd en steeds komt het terug. ‘Je bent een bekende Nederlander geworden door de moord op Theo van Gogh, hoe vind je dat?’

‘Treurig’, zeg ik dan, ‘want ik schreef boeken, filmscripts en daar verdiende ik die roem niet mee. En nu is Theo vermoord en ben ik opeens bekend.’

‘Wel handig voor je boek’, zeggen ze dan.

Wat moet ik daar dan op antwoorden? Ja, het is reuze fijn dat Theo is vermoord, want nu ben ik beroemd en kijk eens hoe de oplagecijfers van mijn boeken stijgen… Dat is trouwens niet eens waar. Niemand gelooft mij, maar het feit dat ik ‘beroemd’ ben geworden door de moord op Theo heeft mij ook grote nadelen gebracht. Scholen willen mij niet uitnodigen om een lezing te geven, omdat ze niet weten wat ik ga zeggen en ze ‘een grote moslimpopulatie’ hebben. Hetzelfde geldt voor andere lezingen. Zelfs lezingen over Reve, Karel van het Reve, et cetera gaan niet door, want ja… men durft het niet echt.

Fijn die roem waarbij mensen bang voor je zijn.

En als ik dan Moor in het park zie, bewonderd door kinderen, dan durf ik eerlijk te zeggen dat ik daar plaatsvervangend van geniet. Het is de roem op niets af. Moor is bekend omdat zij Moor is. Om haar body. Omdat zij om te knuffelen is. Dat is de mooiste roem.