Moord, euthanasie of iets daartussenin?

De officier kwam het voor de televisie uitleggen: wij willen dat de arts in voorlopige hechtenis blijft, want wij verdenken hem van moord.
Arts en moord. Je hoeft geen uitzonderlijk bewonderaar van geneeskundigen te zijn om de combinatie vreemd te vinden.

Wie iemand op zijn uitdrukkelijk en ernstig verzoek van het leven berooft (artikel 293 strafrecht) begaat een ernstig strafbaar feit, maar niet zo zwaar straf- baar als moord. Hij of zij kan hoogstens twaalf jaar krijgen, een moordenaar levenslang.
Wie aan iemand de middelen verschaft om zich te doden, kan, als de zelfdoding volgt, hooguit drie jaar krijgen (artikel 294).
Datzelfde geldt voor art- sen: een arts die op iemands verzoek een dodelijke injec- tie toedient, heeft te maken met artikel 293; een arts die een drank met dodelijk vergift aanreikt, is strafbaar in de zin van artikel 293.
Maar, zoals algemeen bekend, onder stringente voorwaarden kan de arts niet strafbaar blijken te zijn. Een van de voorwaarden is een schriftelijke verklaring van de patiënt, een andere het inschakelen van een collega-arts, die bovendien met de patiënt in kwestie moet spreken.
De Friese arts had, zoals ook zijn verdediger ons via de televisie kwam vertellen, aan een of meer van die voorwaarden niet voldaan. Maar daarmee is het handelen van de arts nog geen moord. Er zit immers iets tussen toegestane euthanasie en moord, namelijk artikel 293 en artikel 294. Mits, en daar zal het in het Friese proces vooral over gaan, de arts aannemelijk kan maken dat de patiënt weliswaar niet schriftelijk, maar wel op een andere manier verzocht heeft om euthanasie.
Om een voorbeeld te geven: misschien staat op de patintenkaart iets over de doodswil van de patiënt. De arts kan dan gestraft worden, maar niet voor moord. Wij juristen hanteerden vroeger de Latijnse rechtsspreuk Volenti non fit ini- uria, oftewel: als een ander je iets aandoet dat je zelf wilt, overkomt je geen onrecht. Iets wegnemen met toestemming van de eigenaar is geen diefstal.
Maar wie, al is het dan uit medeleven, iemand doodt zonder dat hij of zij daar nadrukkelijk om gevraagd heeft, schriftelijk noch op een andere manier, is in juridische zin schuldig aan doodslag of moord. Dat was wellicht het geval bij de verpleegster uit Delfzijl. Of dat ook het geval is bij de Friese arts, is nog helemaal de vraag.
Maar blijkbaar is de officier van justitie van plan bij de tenlastelegging voor twee ankers te gaan liggen: er was helemaal geen verzoek van de patiënt (moord) of er was wel een (mondeling) verzoek van de patiënt, maar er is niet voldaan aan de eisen voor toe- gestane euthanasie.
Het recht biedt in ieder geval alle mogelijkheden om rekening te houden met bijzondere omstandigheden.