Honduras: de strijd voor rechtvaardigheid van Berta Cáceres

Moord op een inspiratiebron

Het is middernacht 2 maart wanneer twee onbekenden het huis van Berta Cáceres binnendringen. Ze schieten Cáceres, een van de belangrijkste mensenrechtenactivisten in Honduras, neer. In de ochtend arriveert de politie. Haar lichaam wordt in plastic gewikkeld, in de achterbak van een pick-up gelegd en naar de hoofdstad vervoerd.

Medium hh 54103886

De moord op Berta Cáceres heeft een schok teweeggebracht in Latijns-Amerika. Zij was 23 jaar geleden een van de oprichters van The Council of Indigenous and Popular Organizations of Honduras (COPINH), een organisatie die de tweehonderd inheemse Lenca-gemeenschappen met elkaar verenigt. Al decennialang staan de territoria van de Lenca onder grote druk. De Hondurese overheid weigert hun rechten te erkennen en verleent concessies aan bedrijven om de gebieden te exploiteren.

Afgelopen jaar won Cáceres de prestigieuze Goldman Prize, ook wel bekend als de Nobelprijs voor milieu-activisten. Op de dag dat ze vermoord werd organiseerde ze een workshop over alternatieve manieren om met energie om te gaan. Ze was een groot voorvechter van de emancipatie van vrouwen en een inspiratiebron voor velen met haar strijd voor het gemeenschappelijk goed.

Vaak kwam Cáceres in haar strijd voor de gebieden oog in oog te staan met het leger, de politie, overheidsfunctionarissen en eigenaren van de bedrijven die de concessies hadden gekregen om de Lenca-territoria te exploiteren. In haar speeches maakte ze duidelijk dat de strijd om het inheemse territorium om meer ging dan het land alleen: ‘Wij strijden voor het leven, voor de rivieren en voor de volgende generaties. Zodat we geen achtergesteld en ondergeschikt volk zullen zijn. Wij moeten een volk zijn dat op onbevreesde wijze rechtvaardigheid eist.’

In januari interviewden wij Cáceres. Na tien minuten werd het gesprek onderbroken. Cáceres excuseerde zich. Eenmaal terug bij ons was ze gespannen. Een informant van de politie had haar ingelicht, zei ze. Een huurmoordenaar die het op haar gemunt had was weer op vrije voeten gesteld. Een aantal dagen eerder was de man opgepakt wegens illegaal wapenbezit. Hij was al eerder veroordeeld voor moord. Iemand had wat geld heen en weer geschoven en nu was hij weer vrij.

Honduras is een van de gewelddadigste landen ter wereld; in 2013 waren er gemiddeld negentien moorden per dag. De goedkoopste huurmoordenaar kost – zo wordt gezegd – tweehonderd dollar. Uit het NGO Global Witness-rapport How Many More werd afgelopen jaar ook duidelijk dat het land een van de gevaarlijkste landen voor mensenrechtenactivisten is.

De media schrijven het geweld veelal toe aan de rivaliserende drugsbendes, maar de structuur van geweld gaat veel dieper. Een van de belangrijke oorzaken is de overheid. Politie en leger maken zich regelmatig schuldig aan onrechtmatig geweld. De overheid wordt in verband gebracht met paramilitairen en huurmoordenaars.

Een tiental families deelt in Honduras de lakens uit. Bijna alle grote bedrijven, banken en media hebben zij in handen. Daarnaast bekleden ze hoge machtsposities in de politiek en het leger. Al jarenlang houdt deze oligarchische structuur Honduras gevangen in een spiraal van onderdrukking en geweld. Pijnlijk duidelijk werd dit in de coup van 2009, toen de populaire en democratisch gekozen president Manuel Zelaya met steun van de elite werd afgezet.

Dankzij de macht van deze families is er geen sprake van een onafhankelijk rechtssysteem. Rechters, advocaten en openbaar aanklagers hebben te weinig middelen om hun werk goed uit te voeren. Wanneer er wel aanklachten worden gedaan, worden ambtenaren omgekocht of bedreigd. Er heerst hierdoor een grote mate van straffeloosheid: ruim negentig procent van de misdaden in Honduras blijft onbestraft.

Medium 26262243005 e4aa45c791 o

COPINH-leden en de familie van Cáceres zijn ervan overtuigd dat haar dood te maken heeft met het conflict over de Agua Zarca-dam, een geschil dat symbool staat voor de strijd van de inheemse stammen in het algemeen. ‘Als zelfs deze dam gebouwd kan worden, kunnen ze alle projecten doordrukken’, zei Cáreces.

Sinds 2010 wordt er in Rio Blanco, een gebied in het zuidwesten van Honduras, gewerkt aan een hydro-elektrische dam. De dam moet 21,7 megawatt ‘schone’ energie gaan opleveren en daarmee bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in Honduras. Hevig protest van de lokale bewoners heeft de bouw aanzienlijk vertraagd. De inwoners van Rio Blanco zijn bijna allemaal Lenca-inheemsen. Zij beschikken over landrechten die hun gemeenschappelijke territorium beschermen. Sinds oktober vorig jaar zijn de werkzaamheden toch van start gegaan.

De Agua Zarca-dam wordt gebouwd in de rivier Gualcarque. Deze rivier heeft een heilige plaats in het wereldbeeld van de Lenca, waar natuurlijke harmonie centraal staat. ‘De rivier is als de aders in het mensenlichaam, zij voedt het land, het land voedt de planten en de planten voeden ons. De geesten van onze voorouders wonen daar. Daarom moeten we haar beschermen’, zo legt een lid van de ouderenraad ons uit.

Internationaal recht verplicht overheden om inheemsen te consulteren wanneer er projecten in hun territorium worden uitgevoerd. Dit is niet voor niets. Vaak zijn de inheemse inwoners eeuwenlang gediscrimineerd, gemarginaliseerd en uitgesloten van enige steun van de overheid. In Rio Blanco heeft er nooit een dergelijk consult plaatsgevonden. Desarrollos Energéticos SA (DESA), het bedrijf dat de dam bouwt, beweert bijeenkomsten te hebben gehouden waarbij de gemeenschap toestemming gaf voor de constructie.

Cáceres vroeg om bescherming, maar de Hondurese overheid deed niets.

De inwoners van het grootste dorp in Rio Blanco, La Tejera, vertellen een ander verhaal. ‘Wij hebben nooit toestemming gegeven voor de dam’, zegt Don Francisco, inheems leider van het dorp. ‘Op alle bijeenkomsten was onze boodschap duidelijk: nee. Het document dat DESA gebruikt om te laten zien dat we toestemming gaven, is achteraf in een woonkamer samengesteld. Het is vervalst door mensen van DESA.’

Met steun van COPINH hebben de inwoners van Rio Blanco op allerlei manieren geprobeerd de dam tegen te houden. Zo klaagden zij verschillende overheidsfunctionarissen aan die zonder volmacht hun handtekening zetten om de bouw van de dam goed te keuren. Er werden brieven gestuurd aan overheidsinstanties en internationale investeerders. Bovendien wierpen de bewoners in 2013 een blokkade op die voorkwam dat werktuigen en bouwmateriaal de rivier konden bereiken. Ondanks de inzet van politie en militairen slaagde de Hondurese overheid er niet in de blokkade te doorbreken.

Het conflict bereikte een dieptepunt toen op 13 juli 2013 de ongewapende Tomás García, een van de inheemse leiders, werd doodgeschoten door een militair. Hierbij raakte ook zijn zoon Allan zwaar gewond. Ondanks alles hield de blokkade stand en wisten de inwoners de constructie maandenlang te vertragen. Afgelopen oktober ging de bouw plotseling toch alsnog van start, nu aan de andere kant van de rivier.

Sinds de strijd om de dam eind vorig jaar weer oplaaide, namen ook de bedreigingen aan het adres van Cáceres toe. Er werden schoten afgevuurd in de richting van Cáceres’ auto en ze werd meermalen met de dood bedreigd. Dit gebeurde allemaal bij activiteiten die verband hielden met het protest tegen Agua Zarca. Cáceres vroeg om bescherming, maar de Hondurese overheid deed niets. De huurmoordenaar waar Cáceres ons over vertelde, had volgens haar bekend dat hij betaald werd door DESA.

Medium 25945561693 a30f9f8368 o

‘De sleutel van dit soort projecten ligt bij wie ervoor betaalt’, vertelde Cáceres ons in januari. De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO is de leidende investeerder in het Agua Zarca-project. FMO is een publiek-private onderneming, voor 51 procent eigendom van de Nederlandse overheid. Door geld te steken in de private sector van ontwikkelingslanden probeert de bank banen te creëren en zo de economie aan te zwengelen. Behalve in het damproject Agua Zarca investeert FMO in acht andere projecten in de energie-, diensten- en financiële sector van Honduras.

Hoewel de Wereldbank en het Chinese bouwbedrijf Sinohydro zich na de moord op Tomás García terugtrokken, besloot FMO wél in het project te stappen. FMO werd een belangrijk doelwit van Cáceres’ strijd. Cáceres, COPINH en andere internationale organisaties wezen FMO herhaaldelijk op de bedreiging die het project vormde en het geweld dat ermee gepaard ging. De bank was er echter van overtuigd dat ze het juiste deed. Omdat de bouw in oktober weer werd opgepakt, plande Cáceres een reis naar Nederland: ‘We willen naar FMO toe om ze openlijk ter verantwoording te roepen’, legde zij ons uit.

En toen werd Berta Cáceres vermoord.

Nu Cáceres dood is, is zij een martelaar geworden in de strijd tegen de Agua Zarca-dam. Meer dan ooit zijn de bewoners van La Tejera ervan overtuigd dat de bouw gestopt moet worden. De reis die Cáceres gepland had is er gekomen. In april bezochten leden van COPINH Nederland om daar met politici, medewerkers van FMO en de media te praten.

De 23ste verjaardag van COPINH vond plaats aan de oever van de Gualcarque-rivier. Als eerbetoon aan Cáceres werden er inheemse Maya-, Lenca- en Garifuna-rituelen uitgevoerd. Er was een groot en divers gezelschap aanwezig en de sfeer was, ondanks het verdriet, krachtig en hoopvol. De strijd die de activiste voerde voor een rechtvaardige wereld, waarin de rechten van iedereen gerespecteerd worden, zal ook zonder haar worden voortgezet. Of zoals haar dochter het verwoordde: ‘Berta is niet dood, zij is nu deel van ons allemaal.’

Onlangs zijn vier verdachten opgepakt met een onduidelijke relatie tot de moord op Cáceres. Onder hen bevinden zich een voormalig en huidig militair, een milieutechnicus van DESA en een persoon die tot een paar maanden geleden nog het hoofd beveiliging was bij het bouwbedrijf. FMO zegt naar een mogelijkheid te zoeken om uit het damproject te stappen als de betrokkenheid van de DESA-medewerkers bij de moord door de Hondurese autoriteiten bevestigd wordt.


Beeld 1: Berta Cáceres bij de Gualcarque rivier, 27 januari 2015 (Tim Russo/HH)

Beeld 2: Wake voor Berta Cáceres in Bajo Aguán, 5 april 2016 (Daniel Cima / Flickr)

Beeld 3: Straatkunst in Shoreditch, Londen, 20 april 2016 (Maureen Barlin / Flickr)