Moord op moliere

Ignace Cornelissen is een regisseur uit Turnhout, Vlaanderen. Hij geldt als een geboren verteller. Hij wil eigenlijk permanent aan het open haardvuur zitten, mij tot stilte manen en dan van wal steken. Maar misschien stottert hij te veel, of kan hij niet goed naar zichzelf luisteren. Dus vraagt hij acteurs. En die doen de vertelling.

Ignace Cornelissen houdt voorts erg veel van zijn klassiekers. En hij houdt van kinderen. Een aantal jaren geleden zag ik zijn versie van Shakespeares Hendrik de Vijfde - eigenlijk een raar, nationalistisch stuk - voor kleine kinderen. Acteurs en actrices speelden een verhaal over een domme oorlog, die sterke gelijkenis vertoonde met stomme controversen op de speelplaats. Het kleine van de cour en het grote van de slagvelden gingen zich in die voorstelling prachtig met elkaar bemoeien.
Ergens in de voorbije jaren speelden acteurs en actrices in de regie van Ignace Cornelissen een grote- mensendrama over een andere dromer: Ibsens Bouwmeester Solness. Op een speelplaats voor volwassenen. De subtiele ‘fantasiekes’ van de theatermaker waren tussen de muren van het decor voelbaar.
Nu doet zijn gezelschap (Het Gevolg uit Turnhout) Molieres De ingebeelde zieke, opnieuw voor kinderen. Het is Molieres laatste stuk. Hij is er (letterlijk) in gestorven, na de vierde voorstelling. Van Moliere hebben we geen dagboeken, maar we weten dat hij heeft gezien hoe doktoren zijn moeder aan kraamkoorts lieten doodgaan terwijl ze zich ondertussen volvraten en klem zopen. De schrijver had een hekel aan doktoren. Dus schreef hij een tragikomedie over een man die speelt dat hij ziek is en die speelt dat hij behoefte heeft aan doktoren om zich heen. Zijn dochter huwelijkt hij uit aan een medicus - altijd handig om in de buurt te hebben als je zulke gevaarlijke spelletjes speelt met je eigen fysiek. Maar zijn dochter heeft een ander joch lief, en zijn dienstmeid is het met het voorgenomen huwelijk ook al niet eens.
In de voorstelling van Het Gevolg heet de ingebeelde zieke Marcel. Hij heeft overal in zijn huis camera’s en monitoren laten ophangen: Marcel bespioneert iedereen bij alles. Aangenaam bijverschijnsel daarvan lijkt dat hij zijn eigen nepziekte kan regisseren: Ik zie, ik zie, wat U niet ziet. Het loopt allemaal mis. Ik bedoel niet alleen het verhaal, ook de voorstelling.
Boven het kale speelvlak hangen televisietoestellen. Vader Marcel knipt ze met zijn vingers aan en uit. Zo ziet hij (zo zien wij) wat verborgen had moeten blijven. Die vondst is rap uitgewerkt, begint althans snel te vervelen. Het spel verveelt nog sneller. Veel vlugge opkomsten en afgangen. Veel leuk-doen ook. En vooral veel geschreeuw en gedoe. Energiek heet dat. Maar ik voel er geen energie onder. Het blijft loos, leeg, vaag, vlak. De regisseur moet zoiets hebben voorvoeld. Dus moet de voorstelling het hebben van effecten. De dokter die Marcels dochter gaat huwen, bereidt een operatie voor. Tijdens die operatie zal hij fervent gaan zagen. We krijgen de voorbereidingen op de operatie uitgebreid te zien. Is dit leuk? Ik dacht het niet. De tweede vrouw van Marcel, een verwend kreng dat zich voortdurend heupwiegend voorbereidt op de volgende ronde zinloze inkoopjes, heeft voor Marcel een doodskist aangeschaft. Als verjaardagscadeautje. Uit het 'oprijden’ van de doodskist ontstaat een zielloos nummer. Marcel gaat er in liggen. Ik ril. Niet omdat het mij raakt. Eerder uit compassie met de kinderen in de zaal. Als zevenjarige had ik hier nodeloze nachtmerries aan overgehouden. Brrr!
Dat de theatermaker (volgens eigen zeggen) van Moliere slechts het verhaal heeft geleend om het vervolgens 'van repliek te dienen’ - het is mij allemaal eendere worst. Hij vertelt er immers geen nieuw verhaal mee. Hij dist een vettige, ranzige berg flauwekul op. Met een 'nieuwe’ plot, jazeker. Vader Marcel had almaar niet in de gaten dat zijn dienstmeid Lisette eigenlijk veel meer van hem hield dan zijn tweede vrouw Francine. Voelt u ’m? Je ruikt de plot op meters afstand. Als Vlaamse stoofpot die te lang heeft geprutteld.