Moordend beroep

In grote lijnen ging de publieke omroep met de catastrofe om als het kabinet: adequaat en gepast. Grootste verandering in volksbrede rouw vergeleken met ooit is de alom afwezigheid van ‘klassieke muziek’. Braken dijken, stortte een klm-vliegtuig neer, stierf een Oranje dan verdween de lichte muze van de twee Hilversumse radiozenders om zowel bij christenen als ‘algemenen’ vervangen te worden door muziek uit concertzalen die normaal mondjesmaat werd toegediend.

Voor massa’s een dapper gedragen bezoeking die nu eenmaal bij de dood hoorde als zwarte jurk en pak; voor een jochie dat thuis geen grammofoon had een zegen. Omdat voor veel omroepchefs ‘klassiek is per definitie treurig’ gold, glipte er ook menig ‘ongepast’ allegro, menuet of scherzo doorheen.

‘Klassiek’ blijkt als gelegenheidsmuziek integraal verdwenen van tv en radio, behalve op 4: opvallend cultuurverlies gezien wat daarvoor via de lichte muze in de plaats kwam. Maar in beeld bracht de rouwdag winst. In het NOS Journaal van acht uur liep presentator Annechien Steenhuizen voor de gelegenheid niet zoekend naar de aangewezen plek en bijbehorende camera in een megalomaan decor, maar zat ze! Achter een desk! De hele uitzending! Waardige eenvoud. Meer en meer is bij het Journaal het woord vlees geworden en krijgen we in plaats van het pratende hoofd de hele mens, inclusief rok of pantalon, instapper of naaldhak, rechte of kromme rug, soepele of moeizame motoriek. Wat dat oplevert is louter hinderlijke afleiding van waar het om gaat: nieuws. Een catastrofe was nodig om weer eens normaal te doen.

Voor één dag, dat dan weer wel. Dan: het is niet de eerste keer dat oorlog en ellende de naam van een correspondent definitief vestigen. David Jan Godfroid konden we kennen van de Balkan. Maar ook hij zal bij zijn _Journaal-_aanstelling in Moskou in 2012 niet hebben vermoed zo vaak over de vloer te zullen komen, en dat vooral dankzij gedwongen uitstapjes naar Oekraïne. Dat het tropen- of pooljaren zijn valt hem aan te zien. De toch al karakteristieke kop, waarmee hij moeiteloos voor separatist zou kunnen doorgaan, raakt meer en meer doorgroefd. Maar die niet onaantrekkelijke grofheid gaat gepaard met een grote hoeveelheid aan kennis, inzicht en bovenal fijnheid van nuancering. Moordend beroep trouwens. Twee absurde bruggetjes.

Die andere topcorrespondent, Bram Vermeulen, keerde na vijf prachtjaren in Turkije terug naar Zuidelijk-Afrika. Vanaf 7 september toont hij voor de vpro in Dwars door Afrika acht afleveringen lang de grote veranderingen die Angola, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika door de economische ‘boom’ doormaakten sinds hij er vertrok. Daarover later. Nu brengt zijn locatie me op Mijnwerkers onder vuur, een documentaire die de Ikon, medeproducent, binnenkort uitzendt. Twee jaar geleden werden bij een staking van Zuid-Afrikaanse mijnwerkers in de platinamijn van de Britse eigenaar Lonmin 34 arbeiders doodgeschoten. ‘Zelfverdediging van de politie.’ Een reconstructie met filmmateriaal van mijnbeveiliging en politie zelf, aangevuld met interviews, laat van die officiële lezing niets heel. Het bewijsmateriaal is des te curieuzer omdat het komt van bedrijf en politie die zwaar onder vuur liggen vanwege deze slachtpartij. Extra beladen omdat het gebeurde in het post-apartheid-Zuid-Afrika van het anc.

Na de aangrijpende film is de aftiteling interessant: die is gemaakt met financiële steun van het ministerie van Handel en Industrie ‘dat geen verantwoordelijkheid voor de inhoud neemt en die ook niet noodzakelijkerwijs ondersteunt’. Plus een lijstje van interviewweigeraars: alle politiecommissarissen, het secretariaat van de corrupte officiële mijnwerkersvakbond, het mijnmanagement en de complete politiek onder trotse aanvoering van Jacob Zuma. Een onderzoekscommissie van de overheid is nog altijd niet klaar met verhoren.


Rehad Desai, Mijnwerkers onder vuur_, Ikon, 2Doc, dinsdag 5 augustus, 23.00 uur_