Moppig tankje

Ik heb nooit goed begrepen waarom, maar er wordt altijd erg mild geoordeeld over Nederlandse films. Zelden laat iemand zich eens gaan in een scheldpartij tegen het opgeblazen onvermogen.

Andersom komt al helemaal nooit voor. Nooit toetert iemand zich scheel op de loftrompet. Neem De gordel van smaragd van Orlow Seunke. Na jaren van afwezigheid komt Seunke terug uit de Oost met een hoogst ambitieuze epische speelfilm en dan wordt er beleefd geapplaudisseerd. Ook de voorstanders behouden reserves. Een groot voorstander noemde het een zinvolle en volwassen film. Zonder ironie. Alsof een film die pretendeert een waarheidsgetrouw beeld te geven van die tien schrijnendste jaren uit de geschiedenis van Nederlands Indië/Indonesië het zich zou kunnen permitteren om niet zinvol te zijn. En volwassen? Dat zou toch het minste moeten zijn. Ging Seunke toch maar net met de hakken over de sloot?
De tegenstanders hielden nog meer reserves. Je kunt ze nauwelijks tegenstanders noemen. Ze vonden het historische raamwerk om het liefdesverhaal wat koel. Ook zonder ironie. Hoe zou een aanduiding van deze bloeddoordrenkte historische achtergrond anders dan ijzig kunnen zijn? Hoe pervers zou het niet zijn om dit liefdesverhaal te vertellen zonder de politieke en militaire geschiedenis?
Tot de milde en positieve beoordeling hoort steevast de opmerking dat de film prachtig is gemaakt. Uiteraard zonder ironie. Dat wil zeggen dat de plaatjes kleurig en scherp zijn. Dat de mensen in beeld goed in het pak zaten (en zelfs de aap een maatkostuumpje had). Dat er glimmende oude auto’s rondreden en zelfs een treintje. Dat treintje klinkt wat denigrerend. Ik heb het dan ook maar niet over dat moppige pantservoertuigje dat met pech leek te staan. Prachtig gemaakt wil volgens mij niet meer zeggen dan dat de film eruit ziet zoals men denkt dat een historische film eruit moet zien. De aankleding is niet pover en meer mag je kennelijk niet wensen.
Geheel in de traditie van de milde benadering past ook het volgen van de filmmaker in zijn eigen spoor. Stelt hij de historische geloofwaardigheid voorop, dan wordt hij daarop aangesproken. En natuurlijk heeft de maker zich in de geschiedenis verdiept, wat goed is om hem voor blunders te behoeden. Alsof het nodig of interessant zou zijn om een filmmaker op historische onjuistheden te wijzen. Als die er al zouden zijn, mag je ervan uitgaan dat het opzet is. Dat er iets mee bedoeld is. Of vraag ik dan te veel? Moet het voldoende zijn dat de film ambachtelijk is gemaakt en dat hij historisch klopt? Het klinkt toch wat mager.
De tegenstanders misten de vonk tussen de hoofdrolspelers Pierre Bokma en Esmée de la Bretonnière. Maar ik las ook dat de hoofdrollen geweldig waren - al dacht ik toen wel enige ironie te proeven. Bokma is een man van het theater. Als hij met hevig ontstoken ogen door het gevangenenkamp strompelt, wordt het kamp een toneelvloer. Alles draait dan om de acteerprestatie. Medespelers verdwijnen naar de achtergrond, de film lijkt even stil te staan. Bokma neemt en krijgt de ruimte. Als hij die zwaaiend met een revolver en rondrijdend op een motor moet vullen, blijkt dat er toch een kloof ligt tussen de bühne en de actiefilm.
Actiefilm? Ja, er zijn ook actiescènes. Misschien moet je daar niet moeilijk over doen bij een film die in de eerste plaats een liefdesdrama met historisch juiste context wil zijn. Maar ze zijn er wel. Laat ik het mild zeggen: ze behoren niet tot de meest overtuigende delen van de film. In een tijd waarin de met krankzinnige budgetten gemaakte actiefilm de norm stelt, valt het niet mee om een oorlogshandeling met minder middelen overtuigend in beeld te brengen. Dat moet je dan misschien ook niet doen. Iemand die niet kan acteren, wordt niet voor de camera gezet; een tank die niet kan schieten kun je ook beter buiten beeld houden. Suggestie kan effectiever zijn dan authenticiteit.