Mordechai vanunu

ZIJN RECHTSZAAK begon tegelijk met die tegen John Demjanjuk, de man die ervan werd verdacht tijdens de oorlog als ‘Iwan de Verschrikkelijke’ in Treblinka huisgehouden te hebben. Ze deelden zelfs een rechter.

Maar Demjanjuk mocht in 1993 naar huis, al bleef het Israelische Hooggerechtshof ervan overtuigd dat er liters joods bloed aan zijn handen kleefden, en Mordechai Vanunu zit tien jaar na dato nog steeds in zijn dag en nacht verlichte cel. Bezoek wordt slechts mondjesmaat toegelaten, contact met medegevangenen is verboden. Om hem ook op de luchtplaats van andere gedetineerden gescheiden te houden, wordt hij daar door een scherm aan het oog onttrokken. Hij is continu door bewakers omgeven; in 1995 hield hij een hongerstaking omdat zij hem onophoudelijk treiterden en uit de slaap hielden.
Vanunu heeft nog acht jaar isoleercel voor de boeg. De Israelische autoriteiten hebben meermalen te kennen gegeven dat hij geen vervroegde invrijheidstelling heeft te verwachten. Een milder regime zit er evenmin in voor deze ‘spion en verrader’.
Al tijdens het proces, dat op 30 augustus 1987 begon, bleek dat de Israelische autoriteiten lak hadden aan de rechten van de man die uit gewetenswroeging openbaar had gemaakt dat de kerncentrale in de Negev, waar hij negen jaar als nachtwaker had gewerkt, in haar hele bestaan nog geen microwatt elektriciteit had opgewekt en slechts als dekmantel diende voor een ondergrondse kernwapenfabriek. De rechtszaak vond plaats achter gesloten deuren; waarnemers van Amnesty International en The International Association of Democratic Lawyers werden niet toegelaten. Zijn familie werd eveneens geweerd.
OOK IN DE maanden voorafgaand aan het proces hadden zich rond Vanunu taferelen afgespeeld die een rechtsstaat misstaan. Eind september 1986 was hij spoorloos verdwenen uit Londen, waar hij de Sunday Times met foto’s en documenten van het bestaan van de ondergrondse fabriek had weten te overtuigen. Alles wees erop dat hij was ontvoerd door de Mossad. Maar waarheen? Pas op 9 november verklaarde de Israelische regering dat Vanunu in Israel gevangen zat. Hij was, vervolgde ze, 'niet uit Groot-Brittannië ontvoerd noch op andere wijze illegaal in hechtenis genomen en naar Israel gebracht’.
Inderdaad, uit Groot-Brittannië was hij niet ontvoerd. De Mossad had hem, zo werd later duidelijk, op 30 september in Rome overmeesterd. Een verleidelijke agente had de labiele Vanunu, die al vermoedde door de Mossad gevolgd te worden, ertoe overgehaald daar met haar 'onder te duiken’. Kennelijk had de Israelische geheime dienst opdracht gekregen de goede betrekkingen met Engeland niet op het spel te zetten.
Vanunu mocht Engeland dan uit vrije wil hebben verlaten, zijn tocht naar Israel - vermoedelijk in een container op een vrachtschip - kan moeilijk vrijwillig worden genoemd. Aanvankelijk moet hij gemeend hebben dat dit reden zou zijn om hem vrij te laten en deed hij pogingen om details over zijn ontvoering aan de pers door te spelen. De Israelische autoriteiten op hun beurt deden alles om dat te voorkomen. Dat leverde scènes op van een verdachte die in een geblindeerd busje vervoerd, achter een laken naar de rechtszaal gejaagd, daar met een helm op voorgeleid en vervolgens onder sirenebegeleiding weer terug naar het busje gedreven werd.
TIEN JAAR NA dato is nog steeds niet geheel duidelijk wat de Israelische autoriteiten ertoe drijft Vanunu zo te bejegenen. Een medewerker van het Londense Vanunu-comité merkte vorig jaar op dat zelfs Rabins moordenaar, Yigal Amir, beter behandeld werd. Zou Vanunu Israel werkelijk ernstiger schade hebben toegebracht dan Amir?
Dat is onwaarschijnlijk. De informatie die Vanunu in de zomer van 1986 aan journalist Peter Hounam van de Sunday Times overhandigde, was niet zozeer sensationeel omdat eruit bleek dat Israel over een nucleair arsenaal beschikte, als wel omdat eruit bleek hoe omvangrijk en geavanceerd dat arsenaal was. De Verenigde Staten, die al sinds 1959 van Israels atoomprogramma wisten maar al die tijd welwillend hadden weggekeken, dichtten Israel begin jaren tachtig dertig kernkoppen toe. Het bleken er meer dan tweehonderd te zijn. Wat moest het land met zo'n enorme voorraad? En waarom draaide de produktie nog steeds op volle toeren? Werden er soms kernkoppen verkocht? Aan Zuid-Afrika wellicht, het land waarmee Israel - ook dat was de Verenigde Staten niet ontgaan - in 1979 kernproeven had gehouden?
Het waren dus verontrustende feiten die Vanunu openbaarde, maar wezenlijk nieuw waren ze niet. Waarom reageerden de Israelische autoriteiten dan zo fel? Al snel werd geopperd dat die reactie deel uitmaakte van het spel dat Israel speelde. Het land zou wereldkundig hebben willen maken dat het bij aanvallen werkelijk van zich af kon slaan, maar tegelijkertijd de mogelijkheid hebben willen openhouden de nucleaire potentie officieel te ontkennen om zo aan internationale bemoeienis te ontkomen. De ietwat overspannen ogende Vanunu was in dat scenario de ideale marionet.
VOLGENS DE Amerikaanse journalist Seymon Hersh was de Israelische regering echter oprecht gealarmeerd toen ze lucht kreeg van Vanunu’s contacten met de pers. Een paniek die naar zijn overtuiging onder andere te maken had met haar (onterechte) angst dat Vanunu ook wist dat er begin jaren tachtig nucleaire landmijnen waren geplaatst langs de Golan.
In zijn boek The Samson Option: Israel’s Nuclear Arsenal and American Foreign Policy (1991) reconstrueert Hersh het theater dat in de zomer van 1986 rond de gewezen nachtwaker plaatsvond. Vanunu, eind 1985 in een bezuinigingsronde ontslagen, was juni 1986 tijdens een zoek-jezelf-wereldreis in Australië beland, had zich daar tot het christendom bekeerd en was er in contact gekomen met een Columbiaanse journalist, Oscar Guerrero. Hij vertelde hem hoe hij de afgelopen jaren had ontdekt dat zijn in naam kernwapenvrije land de zesde nucleaire macht ter wereld was en liet hem foto’s zien die hij vlak voor zijn ontslag stiekem had gemaakt. Guerrero bezwoer Vanunu dat hij zijn materiaal aan de pers moest verkopen: hij kon er minstens een miljoen dollar voor vragen.
Maar Vanunu dacht niet aan geld. Hem spookten nucleaire rampscenario’s door het hoofd. Niet ten onrechte. Er zijn aanwijzingen dat Israel driemaal de inzet van kernwapens overwoog: vlak voor de Zesdaagse Oorlog, in de eerste dagen van de Oktoberoorlog en tijdens de Golfoorlog. Zoals de Filistijnen samen met Samson ten onder gingen in de tempel, zo zouden de Arabieren met Israel ten onder gaan. De shoah is hier niet vreemd aan; kernwapens zijn voor Israel een manier om 'nooit meer’ te zeggen.
In de overtuiging dat zijn verhaal in Israel zou leiden tot een debat over de wenselijkheid van deze politiek, besloot Vanunu zijn materiaal gratis aan te bieden aan de eerste journalist die erover wilde schrijven. Dat werd Peter Hounam van de Sunday Times. Hij nam Vanunu mee naar Londen en liet hem daar uithoren door een aantal kerngeleerden. Tegen de tijd dat zij tot de conclusie waren gekomen dat Vanunu’s verhaal klopte, was de geldbeluste Guerrero echter al naar de concurrent van de Sunday Times gestapt, de Sunday Mirror.
Het noodlot wilde dat daar een redacteur zat die weleens klusjes opknapte voor de Mossad. Nog voor de Sunday Times Hounams artikel kon plaatsen, vernam de Israelische regering via deze man van Vanunu’s actie. Dat niet alleen: doordat de uitgever van de Mirror niemand minder was dan Robert Maxwell, een dikke vriend van de Israelische top, kreeg de Israelische regering ook gedaan dat de Sunday Mirror op 28 september 1986 alles wat Vanunu in de Sunday Times zou openbaren, bij voorbaat als baarlijke nonsens afschilderde.
Omdat Hounams krant zich niet op een dergelijke manier liet manipuleren, riep premier Peres diezelfde week nog de hoofdredacteuren van de Israelische kranten bijeen om ze te verzoeken niet te citeren uit 'een te verwachten artikel in de Sunday Times’.
En zo sloeg het Sunday-Timesartikel, dat op 5 oktober 1986 verscheen, overal in als een bom, behalve in Israel. Ook toen de Israelische media wel over de affaire begonnen te berichten, bleef het publiek opvallend kalm. Dat wil zeggen, over de boodschap. Want over de boodschapper wond men zich wel degelijk op. Vanunu was - en is - volgens de meeste Israeli’s een gevaarlijke gek. Niet verwonderlijk in een land waar zelfs de vredesbeweging de 'Samson-optie’ nauwelijks ter discussie stelt. Israel plaatst de nationale veiligheid nog steeds boven openbaarheid van informatie. En zolang dat het geval is, zal Mordechai Vanunu voor zijn 'verraad’ boeten.