Opheffer

Moreel appèl

Ook weer iets nieuws: het morele appèl.

Wim Kok schijnt opeens ergens iets te veel te verdienen, en onmiddellijk zeggen ze bij de PVDA dat er een ‘moreel appèl’ op hem moet worden gedaan. Ook Wouter Bos wil een ‘moreel appèl’ doen op de topinkomens. ‘Heren, u verdient te veel.’

Zal ik u zeggen hoeveel topinkomens op dit morele appèl zullen ingaan?

Niet één. En dat komt vooral door dat ‘morele appèl’ dat men wil doen. Een ‘moreel appèl’ is net zoiets als ‘gedogen’ en staat voor: niet regeren, of: niets doen, niet bewegen. Je roept wat (‘Moreel appèl!’) en dan hoop je dat er wat gebeurt.

Het zwakke is dat het appèl een vorm van moraliteit veronderstelt die beweert dat veel verdienen een bepaalde morele grens overschrijdt. Jouw grote verdiensten gaan ten koste van hen die het minder goed hebben. Jij, miljonair, verdient geld dat beter besteed kan worden aan het onderwijs van allochtonen of aan betere woningen voor de zieken en de zwakken. Misschien is dat wel waar – die miljonair verdient bijvoorbeeld ook geld dat wellicht beter besteed kan worden aan wapens – maar juist daarom dient er geregeerd te worden! Ik wil weten welke maatregelen ik kan verwachten als grootverdiener, want dan kan ik zelf beslissen of ik hier wil blijven of niet.

Een ‘moreel appèl’ heeft iets lafs als je regeringsverantwoordelijkheid hebt. Je zit in het kabinet omdat je bepaalde zaken wilt veranderen, je partij is ook in de Kamer gekozen omdat ze voor die veranderingen reclame hebben gemaakt, en vervolgens ga je ‘morele appèllen’ verordonneren die geen enkele consequentie hebben.

Een ‘moreel appèl’ suggereert voorts een vorm van beschaving, maar wel een valse. Als iemand je slaat is de vraag ‘wilt u mij niet slaan?’ geen vorm van beschaving. Beschaving is: niet betrokken raken bij relletje, weglopen als je geslagen wordt, of de politie degene die slaat laten oppakken en proces-verbaal tegen hem laten opmaken. En soms kan het ook heel beschaafd zijn om degene die je slaat een pak slaag terug te geven, want moed is soms ook een vorm van beschaving.

Maar er is hoop. Dat zal ik uitleggen.

In het verkeer zie je dat morele appèllen niet werken. Een bord met een verzoek wordt altijd genegeerd. ‘Wilt u alstublieft niet harder dan honderd rijden?’ is lachwekkend, want blijkbaar luidt de terechte conclusie dat je wel harder dan honderd mag rijden. Als je Amsterdam binnenrijdt zie je altijd een bord oplichten met: ‘U rijdt te hard!’ Ik dacht altijd dat dat bord constant aan stond, tot ik een keer langzaam moest rijden, en ontdekte dat het bord niet aanflitste. Ik dacht: dit is typisch Nederlands. Ze vertellen je wat je verkeerd doet – en iedereen deed dus iets verkeerd – terwijl het veel beter zou zijn als het bord zou oplichten bij: ‘U rijdt uitstekend.’ Dan wordt het een spelletje. Je kunt dan uitblinken in uitstekendheid – het is voor iedereen te zien.

Er zijn meer van dat soort voorbeelden te geven. Op de snelweg hoor je vaak aan je banden dat je over de witte streep rijdt. Je trekt dan vanzelf even aan je stuur. Het is de weg zelf die je op het rechte pad houdt. Dat is prettig.

Als je dus niet wilt regeren – omdat je laf bent of omdat je niet precies weet hoe dat moet – dan is het verstandiger om Wim Kok niet moreel te appèlleren, maar om hem te complimenteren als hij zelfstandig afziet van een verhoging van zijn geld, tenminste als dat compliment rechtvaardig is. Het kan best zijn dat Wim de salarisverhoging heeft verdiend.

Maar het beste is nog altijd om te regeren. Om maatregelen te nemen met consequenties. Hier betaalt men zestig procent belasting en als u het daar niet mee eens bent, dan dondert u maar op! Nu zal dat zeker gebeuren – dat opdonderen bedoel ik – en daar kun je dan je consequenties uit trekken.