Morele sluipmoord

Het lijkt een ver-van-ons-bed-show, maar dat is het niet. Israël, een democratie die dezelfde universele mensenrechten zegt te schragen als die van ons, wordt beslopen door een nietsontziende moraalmoordenaar.

Maandenlang deed Amnesty International onderzoek in de Gazastrook en Zuid-Israel naar de vermeende oorlogsmisdaden van Hamasstrijders en Israëlische militairen. De
conclusies zijn helder: beide partijen traden het oorlogsrecht met voeten. De Israëlische misdaden zijn het schrijnendst. Ze werden vergoelijkt en zelfs gesteund door het Israëlische opperbevel en de politiek.

De moeilijkst leesbare gedeelten van het Amnesty-rapport zijn die over de kinderen. De tienjarige Itzhik uit het Israëlische Ashkelon die niet meer alleen durft te zijn en zijn broertje Nir, die gedeeltelijk doof is en maar in zijn bed blijft plassen sinds een Hamas-raket in hun huis insloeg en hun moeder verwondde. Lama (5), Haya (12) en Isma’il (8), gedood door Israëlische vliegtuigbommen in Gaza nadat hun moeder hen naar buiten stuurde om het vuilnis weg te brengen naar de container, 200 meter verderop. Abderrabo (8), Muhammed (11) en Abd-al Sattar (11), gedood door een Israëlische hellfire-raket toen ze vlakbij huis aan in een veldje aan het spelen waren. En zo gaat het maar door.

Ongeveer 300 Palestijnse kinderen werden volgens Amnesty gedood, het merendeel door Israëlische precisiewapens. Volgens de mensenrechtenorganisatie is het onmogelijk dat toe te schrijven aan ‘collateral damage’ (onbedoelde schade) of andere fouten. De Israëlische spionagevliegtuigjes kunnen met gemak onderscheiden of het kinderen of volwassenen betreft, zelfs het speelgoed moet gezien zijn. De gebruikte wapensystemen waren zeer nauwkeurig.

De verdediging van Israël is steeds geweest dat Hamas burgers gebruikte als menselijk schild. Amnesty tekende in Gaza vele klachten op over Hamas, over het martelen en doden van politieke tegenstanders, over het afschieten van raketten vanaf de speelplaats van een (gesloten) school en de openbare weg, maar niemand meldde te zijn vastgehouden door strijders als schild. Precies dat blijken Israëlische militairen wel te hebben gedaan. In sommige gevallen verhinderden ze het vertrek van de bewoners terwijl ze Hamasstrijders vanuit hun huizen aanvielen. Amnesty documenteerde gevallen waarin Israëlische militairen Palestijnse burgers dwongen huizen en objecten te controleren op booby traps.

Israël beweert dat het met geautomatiseerde telefoontjes bewoners waarschuwde voor luchtaanvallen, maar uit Amnesty-onderzoek bleek dat dit niet systematisch, maar lukraak gebeurde. Soms hoorden de bewoners Israëlische oproepen te vluchten, maar hadden ze net van binnengedrongen militairen te horen gekregen dat iedereen die zich op straat begaf een doelwit zou zijn. Soms werden mensen gedood nadat ze vluchtten op bevel van de Israëlische stem aan de andere kant van de lijn.

Volgens het rapport bleef Hamas in gebreke omdat zij niet ‘alles in haar vermogen’ deed om de bevolking te vrijwaren van de gevolgen van militaire operaties. Het opslaan van wapens en het vestigen van commandoposten in bewoond gebied is echter geen oorlogsmisdaad. De aanvallende partij (Israël) draagt de eindverantwoordelijkheid voor de keuze haar slagkracht op dichtbevolkte wijken te concentreren. Bovendien, zo stelt Amnesty, heeft ook de Israëlische krijgsmacht hoofdkwartieren en bases in of bij de steden gevestigd.

Vrijwel onmiddellijk na de eerste aanvallen kwamen meldingen en beelden van burgerslachtoffers. Amnesty wijst erop dat het Israëlische opperbevel haar tactiek desondanks niet wijzigde. Het rapport citeert een compagniescommandant die zijn mannen instrueert vlak voor het binnentrekken van Gaza – een fragment dat werd uitgezonden op de Israëlische televisie:

“I want aggressiveness – if there’s someone suspicious on the upper floor of a house, we’ll shell it. If we have suspicions about a house, we’ll take it down… There will be no hesitation… Nobody will deliberate – let the mistakes be over their lives, not ours.”

In het rapport verbazen Israëlische soldaten zich over deze mentaliteit. Bij eerdere operaties werd hen steeds verteld op te passen voor burgerslachtoffers. Toen na de Gaza-operatie de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Meir Sheetrit werd geïnterviewd over de dood van zoveel kinderen, zei hij dat zij allen menselijke schilden waren voor Hamas. Op de opmerking dat Israël honderd maal zoveel slachtoffers maakte in Gaza als Hamas in Israël, antwoordde hij: ‘Dat is het doel van deze operatie. Wat dacht u dan?’

Het Israëlische leger antwoordde niet op herhaalde verzoeken van Amnesty om de bevindingen te bespreken en met eventueel ontkrachtend bewijs te komen. De onderzoeken die Israël zelf aankondigde vonden niet plaats, werden half afgemaakt of stilgehouden. De overheid beloofde Israëlische officieren bescherming tegen internationale tribunalen, en dat was het. Maar kan ze dat? Elke democratie is verplicht schenders van het oorlogsrecht die haar grondgebied aandoen te vervolgen – met het Amnesty-rapport in handen is daarvoor meer dan ooit aanleiding. Een Israëlisch paspoort is wellicht in de nabije toekomst geen vrijbrief meer voor een reis naar het Westen.

De langdurige bezetting van Palestijns gebied en de terreur van extremisten heeft in Israël een sluipend proces in gang gezet van ontmenselijking van de Palestijnen. Honderd Palestijnen voor een van ons, zelfs de minister van Binnenlandse Zaken zegt het openlijk. Zo’n proces leidt tot een morele degeneratie waarmee je niet alleen je menselijke waardigheid maar uiteindelijk ook de oorlog verliest. In de VS heeft Obama net op tijd ingegrepen in een poging internationaal recht en – misschien nog wel belangrijker – de universele moraal te herstellen. Hoe lang moet het duren voordat iemand opstaat in Israël?

De basis van die universele moraal wordt gevormd door noties van medemenselijkheid en het ons met de paplepel ingegeven onderscheid tussen goed en kwaad. Die waarden zijn de uitkomst van een lang civilisatieproces. Ze zijn onontwarbaar verknoopt met ons politieke systeem, dat de uitkomst is van datzelfde eeuwenlange traject van uitbanning van nodeloze pijn, de bestrijding van onrecht en het streven om elk lid van de samenleving een waardig leven te bieden.

Het optreden van Israël bedreigt die waarden, niet alleen dáár, maar ook hier. Elke witte-fosforgranaat die Israel boven Gaza afschiet is een aanval op de universele medemenselijkheid. Elke raket op hulpverleners en spelende kinderen een houw in eigen, maar ook in óns vlees. Hoe lang moeten we nog aanzien hoe de morele degeneratie van Israël ook ons bedreigt?

Wij zijn de kinderen van hetzelfde joods-christelijke civilisatieproces. Ons stelsel van normen en waarden, waar het CDA van minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zo graag mee schermt, wordt geschraagd door dezelfde noties die door Israëlische politici en het opperbevel worden gebruikt als deurmat. Gaan we een tijd meemaken dat Nederlandse politici en militairen verwijzen naar ‘succesvol Israëlische optreden’ tegen Palestijnen als in Afghaanse burgers worden gedood?

Helaas lijkt minister Verhagen, die toch de mensenrechten tot speerpunt van zijn beleid heeft gemaakt, niet van zins deze degeneratie te keren. De afgelopen tijd was hij er terecht snel mee om de Iraanse zaakgelastigde op het matje te roepen wegens het geweld jegens vreedzame demonstranten. In Europees verband gaat hij zelfs overleggen over sancties.

Zijn voornemen de Europese handelsvoordelen van Israël uit te breiden staat daarmee in schril contrast. Israël blijven belonen komt neer op het betalen van de morele sluipmoordenaar die daar rondwaart. Die heeft het niet alleen voorzien op de beschaving van Israël, maar uiteindelijk ook op die van ons.

Israel/Gaza: Operation ‘Cast Lead’ – 22 days of death and destruction