Mores

In Den Haag lopen inmiddels meer journalisten rond dan Kamerleden. Dat heeft gevolgen voor het journalistieke werk. Betekent meer persmensen ook betere journalistiek? Over Haagse mores.

TOEN AAN HET EIND van de kabinetsformatie de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV een persconferentie gaven, was ik daarbij in levenden lijve aanwezig. Hoe Rutte, Verhagen en Wilders elkaar de hand drukten, op de schouder sloegen en om elkaar lachten, heb ik echter pas later gezien op televisie. De haag aan fotografen en cameramensen ontnam mij het zicht.
Dat schrijf ik hier om u een kijkje achter het Haagse journalistieke toneel te gunnen. Aanleiding is het onlangs verschenen boekje U hebt het niet van mij, maar… van Joris Luyendijk. Met de blik van de antropoloog die Luyendijk is, keek hij een maandje naar het Binnenhof. ‘Een aparte biotoop’, oordeelde hij. Maar net als bij een inheemse stam gaat de antropoloog weg en moeten de leden verder met hun leven.
Doen alsof je als lid van die Binnenhof-stam een buitenstaander zou kunnen zijn, is jezelf of anderen een rad voor ogen draaien. Van de politicus Geert Wilders die zich na jaren in Den Haag ook nog steeds als buitenstaander probeert te afficheren, pikt de journalistiek dat ook niet. Met enige distantie naar het eigen opereren kijken, kan wel. Zijn we journalistiek goed bezig? Kan het beter? Dat zijn dan de hamvragen.
Twee weken geleden was een student van de Universiteit van Amsterdam mijn gast en daarom aanwezig in de zogeheten tippelzone bij de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Hij keek zijn ogen uit hoe eerst PVV'er James Sharpe en vervolgens diens fractieleider Geert Wilders omstuwd werd door een welhaast onontwarbare kluwen van journalisten en hoe deze kluwen zich over de tippelzone voortbewoog. Het was de dag waarop Sharpe had aangekondigd zijn Kamerzetel op te geven, nadat naar buiten was gekomen dat zijn Hongaarse datingbedrijf twee keer een boete opgelegd had gekregen. In enkele media was hij weggezet als pornobaas. Dat vond Sharpe vooral voor zijn familie onverdraaglijk.
Om u nog een kijkje achter de schermen te gunnen: twee Kamerleden van onverdachte partijen hadden zo met de opgejaagde Sharpe te doen dat ze hem die dag hielpen een nieuwe confrontatie met de horde journalisten te ontlopen. Ze wezen hem een sluiproute. Het was een gebaar waar compassie uit sprak. Sharpe had open kaart moeten spelen, maar verdiende de man het zo opgejaagd te worden? Zijn wij van de media tegenover iedereen, ongeacht de partijkleur, even meedogenloos?
In Den Haag lopen inmiddels meer journalisten rond dan Kamerleden. Dat heeft gevolgen voor het journalistieke werk. Gevolgen die mogelijk ingrijpender zijn dan dat je als verslaggever bij een persconferentie niks ziet of in de tippelzone tegenwoordig vooral bezig bent draaiende camera’s te ontwijken.
Leidt dat meer aan persmensen ook tot betere journalistiek? Niet altijd. Zo hebben politici er baat bij als er veel journalisten op een persconferentie zijn, het liefst ook van zeer verschillende media. Want als het hen dan te heet wordt onder de voeten, omdat een journalist doorvraagt, laten zij gewoon een andere journalist een vraag stellen.
Dat lukte de CDA'ers Koppejan en Ferrier toen ze meedeelden in de fractie te blijven, ondanks hun bezwaren tegen de gedoogsteun van de PVV. Een indringende vraag van een dagbladjournalist wisten ze te ontlopen doordat Rutger van Castricum van PowNed zijn eigen vraag daar overheen schreeuwde. Humoristisch detail: het antwoord van de PVV'ers ging voor PowNews verloren door een technische fout bij Van Castricum.
Doordat er zo veel journalisten rondlopen is er niet alleen letterlijk sprake van kluitjesvoetbal, maar dreigt dit ook inhoudelijk. Het gevaar schuilt erin dat geen enkel medium het nieuws of de hype van de dag wil missen. De druk vanuit eindredacties of hoofdredacties op Haagse redacteuren is groot: 'Waarom hebben wij dat niet?’ Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit ruim twintig jaar geleden ook al zo was.
De student wilde weten of de commercialisering van de media dan wel het gevecht om de kijkcijfers invloed heeft op de Haagse journalistiek. Moeilijke vraag. Er zijn programma’s gekomen zoals Pauw en Witteman en De wereld draait door waarin politiek óók amusement is. Dat brengt de politiek weliswaar dichter bij de mensen, maar draagt er tevens aan bij dat voor ingewikkelde, weinig sexy onderwerpen geringe aandacht is. Het moet tenslotte leuk blijven. Toch kan juist ingewikkelde wetgeving ingrijpende gevolgen hebben voor de burger.
Wat in ieder geval van invloed is op de Haagse journalistiek is de Idols-factor: alles wordt geduid in termen van winnaars en verliezers. Maar politiek is meer dan dat, al was het maar omdat de meerderheid - de winnaar - in een democratie rekening moet houden met de minderheid.
Antropologen willen ook altijd weten of er een pikorde is. Als journalist van een klein blad als De Groene Amsterdammer sta ik niet bovenaan. Politici gaan naar RTL, de NOS of een landelijke krant als ze willen lekken of een belangrijke boodschap kwijt willen. Een persconferentie precies beginnen op het aanvangstijdstip van een Journaal is een beproefd middel: het eigen politieke statement is dan live in de uitzending, de lastige vraag niet.
Wordt er onderhandeld tussen perswoordvoerders - vaak oud-collega’s - en journalisten? is nog zo'n vraag. De voorwaarden die worden gesteld bij televisieoptredens zijn soms te gek. Zoals ook de druk om aan een interview iets te wijzigen soms groot is. Vergelijk het met de positie van de premier ten opzichte van de koningin. Haar invloed is ook zo groot als de premier toestaat. Als journalist moet je je daar bewust van zijn: word ik hier gebruikt, hoe voorkom ik dat, waar ligt de grens? Volgende week in De Groene meer over de journalistiek in de 'aparte biotoop’ van het Binnenhof.