POPMUZIEK: Kendrick Lamar

Morgen misschien

Als de kunst van hiphop in essentie neerkomt op het talent om een verhaal te vertellen, dan is Kendrick Lamar met recht het nieuwe wonderkind van de hiphop. De voortekenen waren er al: het succes van zijn eerste mixtapes, zijn vele gastbijdragen op nummers van gevestigde rappers, een oudgediende met de status van godfather die zich over hem ontfermde (Dr. Dre), zijn geslaagde debuut. Maar de Kendrick Lamar die deze maand twee keer de Melkweg uitverkocht, is het talent voorbij, hij is een superster in wording.

Zijn fabuleuze album good did, m.A.A.d city is pas een paar maanden uit, maar geldt al bijna als een klassieker. ‘Hi, my name is Kendrick’, valt de rapper in het openingsnummer meteen in huis op een houseparty. Zoals hij op de cover te zien is als kleine jongen in een gezelschap van mannen met gebalkte ogen, zo is hij ook als verteller: de man te midden van getroebleerde familieleden en ontsporende vrienden. ‘I never was a gangbanger/ I mean I was never stranger to the folk neither/ I really doubt it’, zingt hij in The Art of Peer Pressure, een briljant nummer dat het midden houdt tussen een roadmovie en een thriller. Wanneer Lamar vertelt over een autorit met zijn vrienden, is er een pistool aanwezig, maar weten we ook dat de Toyota wit was, de tank voor een kwart vol en het flesje gevuld met sinas.

Zijn details zijn kleurrijk, zijn refreinen opwindend. Bitch, Don’t Kill My Vibe zal zalen doen ontvlammen. Bitch ja: Kendrick onttrekt zich niet aan de mores van zijn genre. Wanneer hij rapt over zijn lul, is die zo groot als de Eiffeltoren. Rapt hij over neuken, dan wil hij dat 72 uur lang. En passant zingt hij dat hij niet zo’n slaper is, want ‘sleep is the causin of dead’, een klassieke zin van rapper Nas. Dat we maar weten: hier kent iemand zijn klassiekers.

Maar waar hij in excelleert, is zijn lef om de tijd te nemen om zijn verhalen uiteen te zetten. Of om sfeer te creëren. De gewaagd lange geluidsfragmenten tussen zijn nummers laten niet de uitgekauwde geluiden van New York horen: het nachtleven en de onvermijdelijke sirenes. Nee, hier klinken huiselijke ruzies en prekende dominees. Hier klinken de jeugd en achtergrond van de verteller. Al zijn talent sublimeert in Sing About Me, I’m Dying of Thirst, een nummer van ruim twaalf minuten, waarin hij niet alleen wisselt van vertelperspectief, maar ook van sfeer. Het wordt stilaan steeds meer repetitief en bezwerend, waarbij Lamars fluisterzang de spanning nog verder verhoogt. Ook spannend is dat hij terugkomt op het nummer Brenda’s Got A Baby van 2Pac, die zeker na zijn gewelddadige dood geldt als een icoon. 2Pac zong over het probleem van de extreem jonge alleenstaande moeder, maar de manier waarop hij zijn hoofdpersonage Brenda neerzette was op het denigrerende af (‘the girl can hardly spell her name/ That’s not our problem, that’s up to Brenda’s family’). Lamar sampelde dat nummer op zijn debuut in een nummer over een jonge prostituee. Nu voert hij de oudere broer van Brenda op, die zegt dat nummer te hebben gehoord, boos is over de volgens hem veel te veroordelende tekst, en als antwoord het gecompliceerde leven van zijn familie uiteenzet. Is er hoop voor al deze mensen? Lamar spreekt het antwoord niet uit, maar gooit er een geluidsfragment in van een kerkdienst, en een sample uit 1971 van de (verslaafde) jazzlegende Grant Green. Uit het nummer _Maybe Tomorrow.

  • * *_

Kendrick Lamar, good kid, m.A.A.d city, label: Interscope