19 september 1937 - 20 oktober 2011

Morris Tabaksblat

Unilever-topman Morris Tabaksblat schafte na zijn pensioen zijn eigen soort af. Het bedrijfsleven werd frisser, maar veel fatsoenlijker is het er niet op geworden.

OOIT STOND het Engelse woord voor carrière, career, voor een weg waar koetsen over reden. De socioloog Richard Sennett heeft erop gewezen dat het moderne job daarentegen een stuk van iets betekende. Een homp die naar believen rondgedragen kon worden. De parallel met de moderne manier waarop deze woorden gebruikt worden, ligt voor de hand. Een carrière is een diep spoor dat zich door ons leven uitstrekt. Zij staat voor continuïteit, maar ook voor een ontwikkeling naar iets toe. Terugkijkend kun je er met een beetje geluk trots op zijn. Een carrière, aldus Sennett, draagt bij aan iemands karakter. Banen daarentegen komen en gaan. Het zijn hompen leven die we even oppakken, om ze een tijdje later weer te laten vallen. Jobs bevorderen onverschilligheid.
Morris Tabaksblat was een man met een carrière. Hij werd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog geboren in Rotterdam. Zijn ouders waren tot het christendom bekeerde, Pools-joodse immigranten. In 1943 werd het hele gezin opgepakt door de nazi’s. Tabaksblat bracht anderhalf jaar door in concentratiekamp Theresienstadt, waaruit hij in 1945 bevrijd werd door de Russen. Na zijn rechtenstudie in Leiden en de dienstplicht trad hij in dienst bij Unilever. Voor de Brits-Nederlandse multinational werkte hij in Spanje, Brazilië en Noord-Amerika. Hij sloot zijn 35 jaar lange loopbaan af als bestuursvoorzitter. In die tijd was er ook kritiek op Tabaksblat: onder zijn leiding werden meerdere reorganisaties doorgevoerd en tientallen fabrieken gesloten.
Ook na zijn pensionering bleef Tabaksblat sporen trekken in de samenleving. Hij vervulde nevenfuncties voor het Mauritshuis, de Universiteit Leiden, het Prins Claus Fonds en tal van andere organisaties. Een kleine pagina vol overlijdensadvertenties in een landelijke krant getuigde afgelopen week van die talrijke maatschappelijke activiteiten.
Maar de meeste bekendheid verwierf de topman-in-ruste met de naar hem vernoemde Code Tabaksblat. Direct na het boekhoudschandaal bij Ahold werd de voormalige Unilever-baas gevraagd een speciale commissie voor te zitten. Die moest een niet-verplichtende lijst met economische waarden en normen opstellen. Om het fatsoen te doen terugkeren in het bedrijfsleven.
In 2004 was het zover. ‘Je ziet steeds dezelfde hoofden achter de tafel’, had Tabaksblat geklaagd over de bedompte cultuur in de top van de Nederlandse ondernemingen. Een klein aantal mensen verdeelde onderling de belangrijke baantjes. Om dat te veranderen, wilde Tabaksblat paal en perk stellen aan het aantal commissariaten per persoon, de variabele beloningen en de benoemingstermijnen van bestuurders. De macht moest verschuiven. Weg met het old boys-netwerk. Leve de aandeelhouders.
Daarmee zette hij eigenhandig de bijl aan de wortels van het milieu waarin hij groot was geworden. Want Tabaksblat was voor alles een typische representant van de 'oude economie’. Hij was president-commissaris bij Aegon en TNT en bestuursvoorzitter bij Reed Elsevier. Hij streek in zijn laatste jaar bij Unilever vijf miljoen gulden op. En hij was, heel ouderwets, zijn leven lang in dienst geweest van dezelfde werkgever.
’“Tabaksblat” is een economisch begrip geworden, en zijn grondlegger daarmee iconisch’, oordeelde NRC Handelsblad afgelopen week. 'Hij verbond zijn naam aan het antwoord van het bedrijfsleven op boekhoudschandalen en excessieve beloningen’, prees minister Verhagen van Economische Zaken hem. 'Hij gaf het Nederlandse bedrijfsleven begin deze eeuw een maatschappelijker gezicht.’
Dat lijkt iets te veel lof. Alle goede bedoelingen ten spijt, hebben zijn aanbevelingen slechts beperkt navolging gevonden. De Code Tabaksblat luidde inderdaad het definitieve einde in van het gesloten old boys-netwerk. Het stapelen van commissariaten werd een halt toegeroepen. Achter de tafels verschenen, precies zoals Tabaksblat het zich had gewenst, nieuwe hoofden. Bedrijven gingen veel meer buitenlanders benoemen in hun raad van commissarissen, zowaar iets meer vrouwen. Er waaide kortom een frisse wind door de top van de BV Nederland.
Iets te fris, oordelen velen inmiddels. Zo niet ijskoud. Want hoewel Tabaksblat de megabonussen 'onzindelijk’ noemde, heeft 'zijn’ code hier niets tegen gedaan. De onder druk van het bedrijfsleven verwaterde afspraken hierover bleken in de praktijk een dode letter. Inmiddels is er alweer een nieuwe vrijblijvende code in het leven geroepen om het jaarlijkse bonusfestijn in te dammen.
Volgens sommige waarnemers heeft de Code Tabaksblat de bonusexcessen zelfs indirect gestimuleerd. 'Het old boys-netwerk was misschien wel een rem op exhibitionistische zelfverrijking’, schreven de UvA-onderzoekers Eelke Heemskerk en Meindert Fennema enkele jaren geleden. Samen met dat beruchte netwerk van machtige vriendjes waren volgens hen ook de laatste restjes sociale controle verdwenen uit het bedrijfsleven.
Ziedaar de tragiek van Morris Tabaksblat. Zijn code moest de top van het bedrijfsleven aanzetten tot ethisch handelen. Maar om dat te bereiken, werd de definitieve doorbraak van het aandeelhouderskapitalisme in Nederland geforceerd. En de resultaten van dat systeem zijn op zijn zachtst gezegd omstreden. Het heeft bestuurders aangemoedigd meer op de korte termijn te letten. En het dwong hen ertoe, in navolging van de rest van de geflexibiliseerde economie, de snel wisselende jobs te omarmen. Wat weer het kortzichtige graaigedrag bevorderde.
De ouderwetse carrièreman Tabaksblat schafte na zijn pensioen kortom zijn eigen soort af. Sindsdien oogt de top van het bedrijfsleven frisser. Maar veel fatsoenlijker is het er niet op geworden.