Moskou aan de amstel

Hoeveel het er zijn, weet niemand precies. Velen zijn hier immers illegaal. Wie en wat ze zijn kom je het best te weten door de steeds massalere kerkdiensten te bezoeken. Daar komen ze allemaal: ingeburgerden en nieuwelingen, diep-gelovigen en ex-communisten, kunstenaars en maffiafiguren. Allemaal Russen.
OP EEN WINTERSE ochtend werden we in Amsterdam wakker in Moskou. Op de stoep van het huis naast ons stonden mannen met bontmutsen die zich luid in het Russisch onderhielden. Sindsdien noemen we het buurpand ‘Dom Knigi’, ‘Huis van het boek’, omdat niet alleen de schrijvers Herman Cohen en Frans Pointl er wonen en werken, maar ook de joodse Rus Solomon Spivakov, die een loflied op Holland dichtte.

Dit voornamelijk door oudere joodse mensen bewoonde huis was vroeger het Rosenthal-May Zusterhuis van het na 1945 afgebroken Nederlandsch Israelietisch Ziekenhuis. Met jiddisch kan Solomon Spivakov (75) hier aardig uit de voeten. Samen met zijn familie heeft hij Odessa de rug toegekeerd. Nu woont hij in het huis samen met een Held van de Sovjetunie, een oude partizaan, en vijf andere Russische joden. ‘Vroeger was het leven goed in Odessa, maar sinds de onafhankelijkheid van Oekraine blazen fascisten en bandieten er hoog van de toren’, zegt hij in zijn huiskamer, die is volgestouwd met zware crapauds, beeldjes en een samovar.
Op de tv is Jeltsin aan het woord. 'Jeltsin ist ein guter Mensch, maar hij kan de chaos niet voorkomen’, verzucht Spivakov. 'Hier krijg ik met mijn vrouw 1850 gulden per maand. We hebben een schotel, zodat we naar de Russische tv kunnen kijken. Het Joods Maatschappelijk Werk en de overheid zijn zeer goed voor ons. Ik schrijf een boekje over hoe we hier opgevangen zijn, und was fur schones Land Holland ist.’
SPIVAKOV IS een van de vele Russen die na het einde van de Koude Oorlog in Amsterdam zijn neergestreken. Masja Novikova uit Moskou voelt zich 'lekker’ in Amsterdam omdat zij daar zichzelf kan zijn. 'Als je in Moskou met een kinderwagentje op straat komt, buigt zich meteen een vrouw voorover om te zien of je kind wel een mutsje op heeft. In Amsterdam zegt niemand iets over de manier waarop je gekleed gaat. Rijke Russen vinden Amsterdam daarom niet sjiek genoeg en dwepen met Parijs.
Russen trekken naar het Westen voor handel en werk. Maar ze zijn hard werken ontwend geraakt. Dat was niet nodig in de Sovjetunie. Je kreeg je salaris toch wel. Nu ze hier zijn en geld kunnen verdienen, gaan ze ontzettend hard werken. Mijn vriend noemt mij een vreselijk energiek mens. Ik tolk voor groepen, zakenmensen en cursussen. Samen met een andere Russin en een Nederlander heb ik het dagboek van Anne Frank vertaald.’
Irina Janssen-Garwola mist vooral het Moskouse theaterleven en de warmte van de familiebanden in Rusland. 'Het zijn al tijd kleine dingetjes die je aan Rusland doen denken. Asters in een pot in een supermarkt. Mijn oma had precies zulke asters in een pot. Dan heb je ineens heimwee. Maar Rus zijn in Rusland is nu wel iets anders dan tien jaar geleden. Alles kost nu geld. Pensioenen zijn waardeloos. Om geld te verdienen, gaan mensen over lijken. Wij groeiden op zonder reizen, maar wel tussen boeken en schouwburgen. Dat gaf aan ons leven iets bohemien-achtigs. Misschien zijn we daardoor iets minder praktisch en meer romantisch. Op verjaardagen in Rusland wordt gedanst en gezongen en is het heel gewoon gedichten van Poesjkin te reciteren. Urenlang praten over vakanties en kinderen zoals hier is niks voor mij. Ik praat liever met mijn Russische vriendinnen over een boek dat we hebben gelezen.’
ILIONA MERKS, de vrouw van de Russisch-orthodoxe priester Rob Merks, zegt ronduit dat ze nooit ingeburgerd zal raken in Holland. Ze heeft een druk bestaan als dirigent van Slavische koren en is ook moeder. Toch lukt het haar niet hier te aarden. 'Russen zijn niet gewend ergens anders te wonen. Ze zijn ontzettend gehecht aan de Russische aarde’, zegt ze. 'De kerk en mijn man zijn mijn redding. Hij heeft een Russische ziel.’
Samen hebben ze op de Geestelijke Akademie in Petersburg gestudeerd. 'Wat zij zegt, geldt niet voor sovjetvrouwen hoor’, corrigeert hij haar. 'Die hebben gauw in de gaten hoe het hier werkt en hoe makkelijk het is hier lekker te leven. Dat gaat niet op voor mensen uit de orthodoxe kerk met een Slavische mentaliteit.’ Iliona kan er niet aan wennen dat je hier een afspraak moet maken als je even een vriendin wilt bezoeken. 'In Rusland loop je overal gewoon binnen. Je deelt met je gasten wat je hebt. In Holland hebben kinderen al een agenda. De dag is om voordat hij is begonnen. Iedereen zegt: het is al twaalf uur, het is al twee uur, ik moet opschieten, want het is al vijf uur. Mensenkinderen, wat een toestand! Voor concerten moet je nu al afspraken voor volgend jaar maken. Misschien ben ik er dan niet eens meer.’
Aliona Voogd-Ovsiannikova begrijpt Iliona. Zij is de Russisch opgevoede dochter van aartspriester Alexis Voogd (68) en zijn vrouw Tatjana Stojanova uit Odessa. Aliona heeft drie jaar in Petersburg Slavische koorzang gestudeerd. Ze heeft daar haar man Sergi Ovsiannikov ontmoet. Aliona is dirigent van het Slavisch koor in de kerk van haar vader, Sergi is daar werkzaam als priester. Om in hun levensonderhoud te voorzien houdt hij als adviseur van het Bijbelgenootschap in Londen toezicht op bijbelvertalingen in Rusland en de voormalige sovjetrepublieken. Ze hebben twee kinderen en wonen in Amsterdam-Zuidoost. Daar hebben ze menige klacht van een eenzame Rus aangehoord. 'Je zou een Russisch huis moeten hebben voor de tijdelijke opvang van zulke mensen’, zegt Aliona. 'Russen zijn wel hard en geduldig. Ze zien kans als illegaal te overleven, ze vechten, maar ze hebben hier geen perspectief. Zoals die jongen die in de kerk kwam in een rolstoel. Hij is gewond geraakt in Tsjetsjenie en totaal afhankelijk van zijn Nederlandse vrienden.
De kerk en de Russische cultuur hebben mijn leven bepaald. Het werken met een koor van oude vrouwtjes in Rusland was een belevenis. Het zijn warme mensen, maar mijn huwelijk met Sergi was in hun ogen een schandaal. Sergi’s vader is een overtuigd communist. Hij was zeer gekant tegen de keuze van zijn zoon. Trouwen met een buitenlandse en in Rusland blijven, dat kon voor de perestrojka helemaal niet. Sergi’s moeder beleed haar geloof in stilte. Het orthodoxe geloof vraagt veel overgave. Er zijn heel lange vastentijden. Dan mag er niets van het dier worden gegeten. Het is niet alleen een zuivering van het lichaam, maar ook van de geest.’
Niet bekend
Vader Alexis heeft na twintig jaar zwoegen met zijn vrouw Tatjana het kleine kapelletje van de Russisch-Orthodoxe Kerk van de Heilige Nicolaas van Myra aan de Utrechtsedwarsstraat vanwege de stroom migranten verruild voor de grote Immanuelkerk van de Evangelische Broedergemeente aan de Kerkstraat. Het is de derde kerk van vader Alexis. Een kapelletje boven de Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station was de eerste. Het werd ooit door een journalist 'Sint Nicolaas op zolder’ genoemd. Nu genieten de Servisch-orthodoxe christenen er gastvrijheid.
De ook onder de patriarch van Moskou vallende parochies in Den Haag, Groningen, Haarlem en Rotterdam mogen zich eveneens verheugen in groei. 'In Rotterdam heeft de gemeente een prachtig stuk grond bestemd voor de bouw van de eerste Russisch-orthodoxe kerk met gouden, uivormige koepels in Nederland’, vertelt vader Merks, die met zijn vrouw Iliona tevens zorgt voor het kerkje in Haarlem.
De door aartsbisschop Simon van Brussel en Belgie ingewijde nieuwe kerk in de Kerkstraat is op zondag na de 'Goddelijke Liturgie’ met prachtige Slavische koorzang tijdens het koffiedrinken een ontmoetingspunt voor Russen en een toevluchtsoord voor hun illegaal in Amsterdam verblijvende broeders en zusters die heimwee hebben naar de klank van hun moedertaal. Het zijn nieuwkomers die door de eerste Russische vrouwen, die na mei 1945 met Nederlandse mannen uit de Duitse kampen naar ons land kwamen, met een zeker wantrouwen en verdriet worden begroet. Tatjana Stojanova kon haar ogen niet geloven toen ze een jongeman in het uniform van het Rode Leger in de Kalverstraat op een accordeon zag spelen. 'Dat kon helemaal niet. Het Rode Leger was in mijn jeugd de trotse armee waar iedereen met ontzag naar opkeek.’
Masja Novikova gelooft dat de Georgische diamantmaffia van Antwerpen ook in Amsterdam actief is. 'In de Bijlmergevangenis heb ik eens getolkt voor een joods- Georgische crimineel. Met vrienden wilde ik een Russisch restaurant beginnen. In Zaandam werd ik toen bij het Tsaar Peterhuisje aangesproken door een Russische kleerkast met z'n maat. Hij kondigde aan het restaurant te zullen beschermen.’
Politievoorlichter Klaas Wilting vindt 'maffia’ echter een te groot woord voor de Russische criminelen. 'Russen voeren in Amsterdam niet de boventoon in de criminaliteit.’
Tamara Schelvis-Kutala woont met haar man al vijftig jaar in Amsterdam. 'Met mijn vriendin ben ik naar de Russische Club in de Nes geweest’, vertelt ze. 'Die club is nu gesloten. Men zegt voor renovatie, maar volgens mij is het vanwege de maffia. Het Russische restaurant op de Noordermarkt werd na drie maanden al gesloten. In die club hing een vreemde, enge sfeer. Er waren wat studenten, maar ook verdacht ogende figuren. Er zijn veel meer dan duizend Russen in Amsterdam. Wat ze allemaal doen? Werken, legaal of illegaal, maar ook handelen in drugs en prostitutie. In de kerk sprak ik met een jonge Russin uit Petersburg, die telkens voor een visum voor drie maanden zeshonderd gulden moet betalen, maar aan wie vertelde ze niet. Je wordt helemaal angstig van die nieuwe generatie Russen. Jonge vrouwen worden tot prostitutie gedwongen door vrouwenhandelaren die dreigen hun familie in Oekraine of Rusland te mishandelen.’
HET RAPPORT van de commissie-Van Traa bevestigt dat op beperkte schaal Russische criminelen in Nederland actief zijn in de vrouwenhandel en in de illegale handel in auto’s, wapens en drugs; ook persen ze zakenmensen af die handel drijven met de Gos-landen. Irina Janssen-Garwola vertelt dat de Russen in Rotterdam huiverig zijn voor contacten met Russen die zij niet kennen. 'Ze zijn bang voor de maffia. Daarom ontstaan er ook geen Russische clubs. Twee, drie jaar geleden ging ik er meteen op af als ik op straat Russisch hoorde spreken. Dat doe ik niet meer. Ik ken alleen Russische vrouwen die met Nederlandse mannen zijn getrouwd.’
Vader Merks en zijn vrouw Iliona hebben contact met een Russische jongen, die in Leeuwarden een straf uitzit. 'Hij kon totaal niet wennen aan de mentaliteit van de maatschappelijk werkers in het asielzoe kerscentrum. Hij werd niet goed van zijn medebewoners, overwegend moslims of Afrikanen. Tijdens een ruzie met de directeur heeft hij een mes getrokken. We denken dat hij in de gevangenis aardig is opgeknapt. We zien wel wat hij wil.
We krijgen veel telefoontjes van eenzame zielen. Het zijn mensen van wie ik het gevoel heb dat hun geloof niet diep zit. In Rusland slaan nu zelfs de communisten een kruis. In Amsterdam komen ze na de liturgie binnen om gezellig koffie te drinken, maar in de kerk hebben we werkers nodig. Alle orthodoxe parochies in Nederland worden nog steeds gedragen door Nederlanders, ook financieel. Maffiafiguren zien we weinig in de kerk. Kwamen ze maar, zou je bijna zeggen, want in Rusland schenkt de maffia enorme bedragen aan de kerk. De bouw van onze nieuwe kerk in Rotterdam zou wat sneller gaan als de maffia de gouden koepels zou schenken.’
DE STICHTING Russisch Centrum Circ in de Amsterdamse Peperstraat vaart wel bij de aanwas van de Russische gemeenschap. Circ begon als reisbureau voor toeristen, scholen, kunstacademici en zakenmensen. Het heeft nu een culturele afdeling, die Russische kunstenaars uitnodigt te komen werken in de Wilhelmina Ateliers aan de Oostelijke Handelskade. In het centrum werkt een groep 'Russia-experts’ die tolken en vertalen, taalcursussen verzorgen en een cultuurkrant en een financiele krant uitgeven. Een aantal Russia-experts heeft als verkiezingswaarnemer voor de VN in de Gos gewerkt.
Irina Janssen-Garwola denkt dat er in Nederland genoeg begaafde Russen zijn voor het vormen van een orkest en toneelgezelschap. De beroemde cellist Rostropovitsj heeft een appartement aan de Amstel. De zanger Arkadi is populair bij alle Russen in Nederland. De Amsterdamse slavist Teeuwis P. Smit vindt die Russen een verrijking voor de stad. Vrij naar Tolstoj doceert hij: 'Het slechte wordt gedefinieerd door de afwezigheid van het goede.’
Op initiatief van koordirigente Aliona en vader Sergi is een Russisch schooltje opgericht dat eveneens gastvrijheid heeft gekregen in het Circ-centrum. Dit schooltje draait zonder subsidie met vrijwilligers. Veertig leerlingen krijgen er zaterdags les in de Russische taal, geschiedenis en cultuur. Dat aantal groeit snel. Masja Mironnikova, die al 23 jaar in Amsterdam woont en op een peuterspeelzaal in Geuzenveld werkt, heeft zich op de school ontfermd over de allerkleinsten vanaf vier jaar. 'Het zijn kinderen van Russischtalige ouders, ook joodse mensen, en uit gemengde huwelijken. Het gaat om het bewaren van de Russische cultuur, zoals wij daarmee in Rusland op school vertrouwd werden ge maakt. Toen mijn kinderen klein waren, bestond die mogelijkheid helaas nog niet.’
Anja Ourikh (18) en haar zusje Sasja (17) zijn verrukt over de opening van de school. 'Wij zijn gek op Russische literatuur.’ Zij zijn kinderen uit het eerste huwelijk van Masja Novikova in Moskou. Beiden zitten op de middelbare school. Anja vindt Nederland alleen leuk omdat Amsterdam bestaat. 'Het is vergeleken met Moskou een heel klein stadje, maar je vindt er echt alles en er kan alles. Mijn moeder heeft een keer de Cristofori Salon gehuurd voor de viering van het Russische Oud & Nieuw, dat volgens de juliaanse kalender op 13 januari valt. Het gebouw was stampvol. Er was muziek, zang, dans, drank en veel eten, blini’s, ja, borsjtsj.’
Anja wil nooit meer weg uit Amsterdam, maar Sasja wil straks in Rusland studeren. 'Op het Amsterdams Lyceum kunnen meiden urenlang over onzinnige dingen praten, over wat iemand aan heeft en wat voor schoenen ze draagt. Daar word ik helemaal pissig van. In Moskou zijn veel meer leuke theaters. Hier zijn ze voor ons te duur.’
Anton Titsing is een rasechte Amsterdammer, gek op Ajax, Hij speelt piano en orgel in de band TBS. Met 22 jaar is hij de oudste leerling van de school. Zijn moeder is Russin en komt uit Petersburg. Zijn hart trekt steeds meer naar die stad. 'Zonder Amsterdam had Petersburg niet bestaan. Het is een schitterende stad met grachten en zelfs een Hollands pleintje.’ Anton is niet orthodox, maar gaat wel vaak naar de Russische kerk om te genieten van de zang van het koor in het Kerkslavisch. 'Ik vind dat zo mooi dat ik zelf ook Slavische kerkmuziek ben gaan spelen. Als de lerares over de Russische literatuur vertelt, hang ik aan haar lippen. Rusland betekent steeds meer voor mij en dat wordt vertolkt op deze school.’