De opkomst van de religieus-democraten

Moslims in christelijke partijen

Veel moslims in Europa zijn actief in christen-democratische partijen. Samen lijken ze op te trekken tegen een groeiend secularisme. Een trend?

NOG NOOIT WAS het zo druk op de persbank. Uit alle hoeken van de wereld waren journalisten komen kijken naar de beëdiging van Mahinur Özdemir als regionaal parlementslid van Brussel eind vorige maand. Het was een primeur in Europa. Nooit eerder was er een parlementslid met een hoofddoek.
Minder aandacht was er voor het feit dat mevrouw Özdemir, een praktiserend moslim, zetelt voor een (traditioneel) christen-democratische partij, het Centre Démocratique Humaniste (tot voor kort de Parti Social Chrétien). Dat is geen primeur, integendeel. Overal in Europa zetten moslims zich in voor christen-democratische partijen.
Zo is in Nederland Coskun Çörüz sinds mei 2001 lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Tot november 2006 was Nihat Eski dat ook. Ayhan Tonca is gemeenteraadslid in Apeldoorn en zou nu in de Tweede Kamer zitten ware het niet dat er commotie ontstond over zijn eventuele ontkenning van de Armeense genocide. Alledrie zijn van Turkse komaf.
Twee andere verkozen partijgenoten van mevrouw Özdemir zijn ook moslim. Ook het Vlaamse Christen-Democratisch & Vlaams, de Franse Union pour un Mouvement Populaire (mede gevormd door de vroegere christen-democraten), het Italiaanse Popolo della Libertà en de Duitse Christlich Demokratische Union Deutschlands hebben moslims in hun gelederen. Vele duizenden zouden actief zijn als lid.
Dat lijkt paradoxaal – zeker in deze tijd van oprukkend extremisme. Volgens sommigen is het juist oorlog, wij tegen zij en andersom. Maar zo paradoxaal is het niet. Want christenen en moslims vinden een gemeenschappelijke tegenstander in het Europese secularisme. ‘In mijn mens- en maatschappijbeeld speelt religie een rol, en het CDA accepteert dat’, zegt Çörüz in een interview met de Volkskrant. ‘Bij andere partijen kon ik wel terecht als allochtoon, maar mijn godsdienst speelde geen enkele rol.’

IS HIER SPRAKE van een trend? Niet bij het CDA, aldus de Volkskrant. Eind vorige maand schreef de krant dat moslims juist massaal bij het CDA weglopen. Na een actief multicultureel beleid te hebben gevoerd in de jaren negentig, zou de partij na 9/11 een ommezwaai hebben gemaakt. Vier maanden later verklaarde Balkenende: ‘Voor mij is de multiculturele samenleving niet iets om naar te streven.’ Die storm van verharding zou wel weer gaan liggen, maar ‘het enthousiasme uit de jaren negentig is nooit teruggekomen’.
Ook hoogleraar Jean Tillie van de Universiteit van Amsterdam denkt geen trend te zien. Hij is verbonden aan het Instituut van Migratie en Etnische Studies. Zijn onderzoek naar het stemgedrag van migranten laat zelfs een daling zien van het aantal Turks- en Marokkaans-Nederlandse CDA-stemmers. Eddy Bilder, Tweede-Kamerlid voor het CDA en oud-voorzitter van de orthodoxe Beweging Christelijke Koers CDA (zie kader), bevestigt dit. ‘In mijn directe omgeving zie ik geen toename in het aantal andersgelovigen. Integendeel, in de Tweede-Kamerfractie is het gedaald.’
De partijvoorlichter van het CDA, Marcel Meyer, schetst een ander beeld. Hij benadrukt de gemeenschappelijke belangen van alle gelovigen. ‘Wij vinden dat geloof wél verder reikt dan de privé-sfeer. Dat spreekt iedereen aan, ook hindoes, boeddhisten of joden.’ Hij neemt twee trends waar. ‘Ten eerste zie ik steeds meer andersgelovigen, ten tweede steeds meer jongeren die lid worden van het CDA.’
Kunnen we nu wel of niet spreken van een trend? Het is moeilijk betrouwbare cijfers te vinden over ledenaantallen van moslims, omdat religieuze overtuiging niet wordt vastgelegd. Toch is het redelijkerwijs te verwachten dat meer moslims zich zullen aansluiten bij christen-democratische partijen. Ten eerste omdat er simpelweg meer moslims zullen zijn. Door immigratie en bovengemiddelde geboortecijfers groeit de moslimbevolking in Europa sneller dan de rest.
Bovendien zijn de geschatte twintig miljoen moslims in Europa – op een totale bevolking van bijna vijfhonderd miljoen – politiek sterk ondervertegenwoordigd. Slechts een dertigtal zetelt in een parlement en een handjevol in een regering. Volgens de website euro-islam.net waren in 2004 acht van de in totaal 785 verkozen europarlementariërs moslim (voor 2009 zijn nog geen cijfers beschikbaar). Maar naarmate de tweede, derde, vierde generatie immigranten een betere opleiding geniet en vaker een Europese nationaliteit bemachtigt, zullen zij zich ook politiek meer gaan roeren.
Terwijl sommigen moord en brand schreeuwen sukkelt de integratie rustig voort. De vorig jaar geopende poldermoskee in Amsterdam, waar in het Nederlands wordt gepredikt en mannen en vrouwen samen kunnen bidden, is daar een goed voorbeeld van. ‘Een handjevol radicalen daargelaten spreekt het gros netjes de taal van aankomst, betaalt belastingen en doet mee aan het democratische proces’, zegt hoogleraar Jean Tillie.

MOSLIMS IN EUROPA stemmen traditioneel links. Maar ook dat kan veranderen. Nu wordt hun partijkeuze nog voornamelijk bepaald door zorgen over sociale voorzieningen of migratiebeleid. Maar naarmate zich langzaam maar zeker een brede middenklasse vormt kan verwacht worden dat normatieve overwegingen een grotere rol gaan spelen. En daar zijn dan de christen-democraten. Zij verdedigen de traditionele moraal en de plaats van het geloof in de samenleving. Over zaken als abortus, het (homo)huwelijk, euthanasie of stamcelonderzoek denken ze niet heel anders dan moslims. ‘Als je kijkt naar het CDU-partijprogramma, dan zie je dezelfde waarden die een verlicht moslim in de Koran vindt’, zegt Bülent Arslan, bestuurslid van de CDU in Nordrhein-Westfalen. ‘Gerechtigheid, vrijheid, het belang van familie.’ Madeleine van Toorenburg, integratiewoordvoerder voor het CDA, zegt in een interview met De Pers: ‘Het ligt voor de hand dat moslims voor ons kiezen. We hebben veel overeenkomsten door religie. Moslims staan vaak dichter bij ons dan mensen die niet geloven.’
Die laatste categorie is in Europa de laatste vijftig jaar sterk gegroeid. Vroeger was iedereen gelovig. Inmiddels zijn we na Australië het meest goddeloze continent op aarde. Een peiling van de Europese Commissie uit 2005 laat zien dat nog maar de helft van de Europeanen in een god gelooft. In Noord- en Centraal-Europa gelooft een derde; in Estland niet meer dan achttien procent. Ook jongeren geloven beduidend minder. Loop een willekeurige kerk binnen op een willekeurige zondagmorgen en de paar bejaarde weduwen getuigen van dit zogenaamde postchristelijke Europa.
De komst van miljoenen moslims bracht het geloof weer terug in de publieke ruimte. Seculier Europa reageerde allergisch en schoot in de aanval. Turkije verbiedt sinds 1997 alle religieuze symbolen op scholen, universiteiten en in overheidsgebouwen, Frankrijk doet hetzelfde sinds 2004. Op Nederlandse scholen is de boerka verboden. Sinds 2003 verbieden acht van de zestien Duitse deelstaten leraren een hoofddoek te dragen. Ook bij de beëdiging van mevrouw Özdemir waren er proteststemmen. En eind vorige maand kondigde ook de laatste school in Antwerpen een hoofddoekverbod aan. In veel landen blijft het debat voortduren en staat er een of ander verbod op de agenda.
Logisch dat gematigde gelovigen elkaar in zo’n omgeving weten te vinden. Zij laken het in hun ogen radicale secularisme. Van Toorenburg: ‘Soms lijkt het of geloof in de politiek geen enkele rol mag spelen. Dan denk ik: mág het, religie als inspiratiebron?’ Meer orthodoxe gelovigen gaan een stap verder. ‘We bevinden ons op een keerpunt’, zegt Eddy Bilder. ‘Twintig jaar geleden meenden christenen hun opvattingen aan de samenleving te moeten opleggen. Nu is het andersom. Nu legt de liberale samenleving haar normen op aan de gelovigen. Kijk bijvoorbeeld naar de positie van de vrouw of de acceptatie van homoseksualiteit.’

SAMEN STAAN WE STERK, zo lijkt de gedachte. Ooit zou op een CDA-bijeenkomst zelfs geopperd zijn de C te vervangen door de S van spiritueel of de R van religieus, om zo alle gelovigen te kunnen verenigen. Of in de woorden van John Allen van de National Catholic Reporter: ‘Beating back the wolf at the door in the form of hyper-secularization is going to require help from Muslims.’
Slaan de gelovigen dan echt de handen ineen in een groeiend goddeloze wereld? Zullen christen-democraten voortaan doorgaan voor religieus-democraten? Zo’n vaart zal het niet lopen. Esther Ben-David, pseudoniem van de moderator van de weblog Islam in Europe, ziet de toenadering van gematigde gelovigen meer als een verstandshuwelijk: ‘De kerk wil geen islamitisch Europa, noch een religieus Europa. Ze wil een christelijk Europa. En ze zou de opkomst van de islam kunnen zien als een manier om de interesse in religie te vernieuwen.’
‘Waarschijnlijker is het dat moslims zich langs hun eigen identiteit gaan organiseren’, zegt ook professor Tillie. ‘Een partij als de Nederlandse Moslim Partij, die volgend jaar meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen, zou het erg goed kunnen doen.’ Bilder benadrukt dat de kloof met orthodoxe moslims niet zal dichten. Bij een toenadering tot gematigden kan hij zich ‘wel wat voorstellen’.
Toch kan de trend niet helemaal ontkend worden. Zo is bijvoorbeeld de Turkse AK Partij, op islamitische leest geschoeid, sinds 2005 waarnemend lid van de Europese Volkspartij, de koepelpartij van christen-democraten. Ook de NMP wil een partij zijn voor moslims én niet-moslims met als doelstelling ‘de kloof tussen de moslims en niet-moslims te verkleinen en het (negatieve) imago van de islam te verbeteren’.
Bovendien zijn er de cijfers. Een recente peiling van de Koning Boudewijn Stichting naar de leefwereld van Marokkaanse Belgen laat zien dat van de eerste generatie 4,3 procent lid is van een christen-democratische partij. Bij de tweede generatie is dat 9,3 procent. Pan-Europees onderzoek is helaas (nog) niet uitgevoerd.
Met het oog op de toekomst verwacht Tillie dat de islam in Nederland een vergelijkbare plek in zal nemen als het katholicisme dertig jaar geleden. Grappig om te bedenken dat de katholieken toen samengingen met de protestanten om één partij te vormen: het CDA.


De Beweging Christelijke Koers CDA is een beweging binnen de partij die streeft naar een meer orthodoxe politiek. Ze werd in 1992 opgericht en is tegen de vertegenwoordiging van het CDA door andersgelovigen. Eddy Bilder was voorzitter van 1992 tot 1999, waarna hij brak met de beweging; ze zou te radicaal zijn geworden.
‘De huidige voorzitter heeft een woordkeuze en stijl die niet de mijne zijn’, zegt Bilder, ‘zoals het verfoeien van andersdenkenden.’ Die voorzitter, J. van der Land, kwam in november 2007 in het nieuws toen een politierechter hem een contactverbod oplegde
met vijf politici en bestuurders in Kampen.
De rechtbank oordeelde dat hij zich schuldig had gemaakt aan bedreiging en belediging. Van der Land schrijft in een e-mail dat de partijtop alles aangrijpt ‘om de Beweging waarvan ik voorzitter ben weer eens zwart te maken. Ze doen al jaren niet anders. Ze zijn zelfs in 2001 een royementsprocedure begonnen, maar zetten die niet door. We hebben ook diverse aangiften gedaan bij het OM tegen topfiguren van het CDA. Alles verdraaien ze om de achterban te misleiden.’