Mosterd na Minco?

Docenten Nederlands moeten streng en arrogant zijn om de toptienterreur het hoofd te bieden. Want wie anders ontsteekt het vuur in zestienjarigen?

ELKE DOCENT NEDERLANDS krijgt het te horen in havo 4 of vwo 5: ‘Meneer, ik wil dit boek lezen. Mijn moeder vond het hartstikke goed.’ En de leerling houdt een zogenaamde literaire thriller omhoog van Verhoef, Noort of Van der Vlugt. Haar buurvrouw zwaait met Kluun: ‘Onwijs zielig! Mijn tante heeft ook kanker.’ Mijn antwoord is welwillend én gedecideerd. ‘Ga je gang, lees wat je wilt. Hoe meer je leest, des te beter. Maar dat boek telt niet mee voor je eindexamen letterkunde. Het schiet stilistisch ernstig te kort, het is in erbarmelijk en clichématig Nederlands geschreven. Jullie zijn betere boeken waard. Ik stel Een man van horen zeggen voor van Willem Jan Otten. Dun boekje hoor.’
Ongeloof en rumoer in mijn havo 4-klas in de Zuid-Hollandse bollenstreek. Hoe durft die docent zo streng en arrogant te zijn. Smaken verschillen toch? Ze vinden me elitair, en ze zeggen dat ook. Ze zijn gelukkig veel beter gebekt dan vroeger, sommige leerlingen op het hondsbrutale af. Maar we lezen Otten, klassikaal, en ik zie dat een paar leerlingen wel degelijk gegrepen worden door deze subtiele vertelling over de overspelige pianoleraar Gerard Legrand, die al tien jaar dood is maar voortleeft dankzij ongemakkelijke herinneringen van zijn ex-vrouw en zijn zoons. In het begin vinden ze de Otten-vertelling raar, vreemd en gek (hun standaardmening). Wie schrijft er nou een verhaal vanuit een morsdode man? Maar het begint te dagen als ik volhoud en een paar passages voorlees. Over dood zijn, rouw en spijt valt te praten, zeker op de manier van Willem Jan Otten. En vreemdgaan is van alle tijden.
Moet literatuur ‘leuk’ zijn? En wat betekent dat irritante woord precies? Amusement zonder enige inspanning. Is de stelling van Pythagoras of het Periodiek Systeem ‘leuk’? Wie literatuurles geeft, doet aan een bijzondere manier van taalbeheersing. Literaire taal kent vele gedaanten, en de leerlingen dienen daar kennis van te nemen. Het is nu of nooit. De terreur van de leestoptien, van de literaire markt die alleen kijkt naar verkoopcijfers en het leesgedrag gelijkschakelt en nivelleert (iedereen lijkt te klunen en te thrillen), is alomtegenwoordig. Als docent Nederlands die tegen de stroom in wil zwemmen moet je sterk in je schoenen staan.
Natuurlijk leg ik mijn leerlingen uit wat ik tegen al die ‘adembenemende’ en plot driven thrillers van vaderlandse bodem heb. Het gaat allereerst om stijl, om de juiste woordkeus, om de correcte formulering. Ik kopieer de eerste twee bladzijden van een Van der Vlugt-thriller en begin voor te lezen: ‘Ineens heeft hij een mes.’ Zou die ‘hij’ misschien een tovenaar zijn? Of bedoelt de schrijfster dat hij (de scholier Bilal Assrouti) plotseling een mes in zijn hand heeft? Dat blijkt uit de volgende zin, die grote problemen oplevert: ‘Het flitsende gebaar waarmee hij het tevoorschijn trekt komt zo onverwacht dat de schrik me verlamt en vervolgens in golven door mijn lichaam pulseert.’ Om te beginnen de woorden ‘flitsend’ en ‘onverwacht’. Na het openingswoord ‘ineens’ en het ‘flitsende’ in de tweede zin is ‘onverwacht’ dubbel overbodig. De schrijfster zegt drie keer hetzelfde en we zijn nog niet eens bij de derde zin. De ik-figuur – een belaagde docente Nederlands op een Rotterdamse school – raakt verlamd van schrik: cliché-uitdrukking waar even later niets meer van klopt, want ze kan wel degelijk bewegen. En dan komt het: die schrik pulseert in golven door haar lichaam. In het woord ‘pulseren’ zit al de betekenis ‘golven’. Ik heb nog maar twee zinnen voorgelezen, maar ik krijg het nu al benauwd van de gemeenplaatsen, dubbelop-constructies, pleonasmen. Van der Vlugt publiceerde inderdaad een ‘adembenemende thriller, met humor en vaart geschreven’ (flaptekst). Als ik verder voorlees wordt het nog erger. De volgende zin spreekt de vorige tegen. De schrijfster rotzooit stilistisch maar wat aan. De taal is voor haar een ondergeschikt middel, een goedkoop vehikel. Ach meneer, dan leest u daar toch overheen? Het is een hartstikke spannend boek! Maar de meeste leerlingen begrijpen goed wat ik bedoel met mijn close-reading. Jongens en meisjes, als de eerste zinnen al niet deugen, hoe moet ik de rest van het verhaal dan geloven en hoe kan ik de plot volgen? Enerzijds – taalkunde – leren we zorgvuldig formuleren; anderzijds – letterkunde – doen de juiste woorden er ineens niet meer toe. Dáárom mogen deze boeken niet meedoen met het mondeling eindexamen literatuur.
Zonder de mode van de literaire thrillers, die helaas ook niet voorbijgaat aan de sectie Nederlands van mijn bollenstreekschool, is het al moeilijk genoeg om de havisten en vwo’ers in de bovenbouw een breed en genuanceerd beeld te presenteren van de Nederlandstalige literatuur en de letterkundige geschiedenis van de Middeleeuwen tot ver na de Vijftigers. Afgelopen zomer stond er een alarmerend bericht in Trouw: Maria Mosterd, de schrijfster van een bestseller over een loverboy, dreigt Marga Minco uit de leestoptien op de middelbare scholen te verdringen. Dat kan maar één ding betekenen: de docenten Nederlands zijn niet kieskeurig genoeg. Als hun leerlingen maar gaan lezen, dondert niet wat. En zo versmalt het aanbod. Het is bitter om te moeten constateren dat een klassieker als Het bittere kruid het moet afleggen tegen een modieuze eendagsvlieg.
Het enige wat helpt is de geestdrift van de letterlievende leraar. Wie ontsteekt anders het vuur in zestienjarigen? Hij leest meeslepend voor uit Momo van Bouazza of uit de proloog van De Jongs Hokwerda’s kind; hij vergeet geen klassieker; hij biedt thema’s aan als mythologie, botsende culturen, Bijbel, Thora of Koran in vaderlandse romans om de toptienterreur het hoofd te bieden; hij propageert dikke boeken als Onze oom of Dis, hij nodigt A.F.Th. of Robert Anker uit. Maar hij beseft ook dat hij elke dag weer moet optornen tegen de onderwijsdemocraten die de belevingswereld van de scholieren koesteren. Op de knieën jij, elitaire betweter, zeggen die ‘democraten’. Nee, geen knieval.