Agathe Rousselle als Alexia © Gusto Entertainment

Een jongen – gemillimeterd haar, hoodie, de smalle schouders voorovergebogen – wordt door feestende brandweermannen naar het dak van een brandweerwagen getild. Daar staat hij, verlegen lijkt het, neer te kijken op een hossende massa Franse pompiers, de mannelijkste van alle brandweermannen wereldwijd. Dan begint de jongen te dansen, ten overstaan van zijn publiek. Hij draait met zijn heupen, zijn kont, gaat met zijn handen langs zijn gezicht, steekt zijn armen in de lucht. Hij ziet eruit als een man – maar hij danst als een vrouw.

In Titane, de film waarmee Julia Ducournau (1983) als tweede vrouw ooit de Gouden Palm won, passen mannelijkheid en vrouwelijkheid keurig in hokjes – en gutsen ze tegelijkertijd rijkelijk over de grenzen van die hokjes heen. Zoals brand wordt gesticht en geblust, en auto’s zowel geil als gevaarlijk zijn, daar is gender iets wat niet te vatten is, iets waarover geen controle is te krijgen. In Titane, een film die je niet kijkt maar waaraan je je moet overgeven, een film die zélf niet te categoriseren is, die dan weer in onze werkelijkheid speelt en dan weer in een parallel universum, overlappen mannelijkheid en vrouwelijkheid elkaar, schuren ze, smelten ze samen en spreken ze elkaar tegen.

Titane vertelt het verhaal van Alexia, een vrouwelijke villain zoals we die eigenlijk nooit zien. In de proloog van de film – je kunt het zien als haar origin story – is Alexia nog een kind. Ze zit bij haar vader in de auto, op de achterbank, en ze pest hem net zo lang totdat hij de controle over het stuur verliest. Alexia raakt daarbij zo ernstig gewond dat ze een hersenoperatie moet ondergaan waarbij er een titaniumplaat in haar hoofd wordt geschroefd. Na de operatie, op het parkeerterrein van het ziekenhuis, rent Alexia naar de auto die haar bijna haar leven kostte – en omhelst hem. Ze drukt een kus op het raampje. Probeert Ducournau ons te vertellen dat Alexia haar trauma, en dat wat het veroorzaakte, heel letterlijk omarmt? Vertelt ze ons dat het ongeluk Alexia tot de verknipte vrouw maakte tot wie ze zal uitgroeien? Of was die botsing misschien wel precies wat Alexia voor ogen had toen ze haar vader begon te pesten? Het auto-ongeluk, die samensmelting van mens en machine, van staal en vlees, is misschien wel de ultieme vorm van intimiteit. Het is een climax van geweld en pijn, maar desalniettemin een climax. De ultieme rush.

We spoelen vooruit naar het heden, waarin Alexia, inmiddels volwassen, de ster is van een sensueel spektakel dat het midden houdt tussen autoshow en stripclub. Amper gewend aan de onwerkelijke en verleidelijke wereld die Ducournau voor ons heeft opgetrokken, worden we achtereenvolgens geconfronteerd met een van de meest originele romantische ontmoetingsscènes uit de filmgeschiedenis (iets met een tepelpiercing die blijft haken), een moord die wordt gepleegd met een haarspeld en een scène waarin Alexia – anders is het niet te interpreteren – seks heeft met een auto. Beetje too much? Dit is pas het begin.

Vincent Lindon als Vincent Legrand © Gusto Entertainment

In 2006 recenseerde schrijver en essayist Zadie Smith de film Transamerica (Duncan Tucker) voor The Sunday Telegraph. Met betrekking tot het personage Bree, een trans vrouw in transitie, schrijft ze: ‘Uit deze film maken we op dat het huidige idee over transgender mensen is dat zij een genetische stoornis hebben in plaats van een psychologische, en om die reden wordt scenario noch publiek toegestaan om zelfs maar voor een moment de mogelijkheid te overwegen dat de operatie die Bree zal ondergaan ook maar iets anders is dan een noodzakelijke en juiste ingreep. Noch wordt ons toegestaan om, als transseksualiteit (zoals een personage opmerkt) “een radicaal geëvolueerde staat van zijn” is, ons af te vragen waarom Bree deze radicale mannelijke/vrouwelijke dubbelheid wil terugbrengen tot een singulariteit. Wat als het “probleem” genetisch noch psychologisch is, maar sociaal? Want wat deden “vrouwen die zijn opgesloten in een mannenlichaam” driehonderd jaar geleden? Misschien breidden ze de sociale categorie van wat het betekent om man te zijn uit zodat die groot genoeg was om de “vrouwelijke” eigenschappen te bevatten waarnaar zij verlangden.’

De horror van het lichaam wordt door Ducournau van alle kanten bekeken

In 2021 is het ontluisterend om Smith’s woorden terug te lezen: ze zijn relevanter dan ooit en tegelijkertijd hopeloos achterhaald. Ze zet vraagtekens en aanhalingstekens die nu niet meer gezet zouden worden, zeker niet in progressieve kringen. Maar ook daarbuiten overheerst de opinie dat mensen zijn wie ze zeggen te zijn, ongeacht hun geslacht of het geslacht waarmee ze geboren zijn. Met die conclusie is het gesprek echter nog niet ten einde, integendeel. Meer dan ooit wordt er over gender gediscussieerd, op Twitter bijvoorbeeld, waar ruzie wordt gemaakt over wie er meer in hokjes denkt: de ‘woke’ twitteraars die nieuwe voornaamwoorden aannemen of die van anderen accepteren, of juist de conservatieve twitteraars die vasthouden aan het zwart-wit van twee genders: man en vrouw. Denk je in hokjes als je gender als deel van je identiteit beschouwt? Of doe je dat als je een gesprek over gender en identiteit bij voorbaat niet wil voeren? De echte vraag is: waar zit de vrijheid? Binnen of juist buiten kaders?

Zadie Smith besluit haar recensie door op te noemen wat Transamerica juist niet is. Deze film, schrijft ze, was ‘nooit bedoeld om ideeën te tarten over vrouwelijke schoonheid of vrouwelijkheid zelf of genderdysforie of de operatie die nu regelmatig wordt uitgevoerd om die te “corrigeren”’. Met haar woorden roept Smith onbedoeld het beeld op van een film die haar lezer veel liever zou zien – en die film is Titane. Titane tart ideeën over vrouwelijke schoonheid, over vrouwelijkheid zelf, over de grenzen van gender. Maar daarvoor hoef je het niet over genderdysforie of operaties te hebben, niet letterlijk althans. In de kern gaat Titane over lichamelijkheid. Over het lichaam dat liefheeft en doodt, neemt en genomen wordt, geschonden wordt en transformeert, dat baart, danst, zorgt, sterft, lekt en bloedt. Een lichaam dat bekeken wordt, bewonderd, geadoreerd en uitgelachen. Titane gaat over lichamen die overdreven mannelijk zijn, overdreven vrouwelijk, of die zich juist aan iedere conventie onttrekken. Want Ducournau begrijpt dat je grenzen moet markeren om erbuiten te kunnen treden. Je hebt grenzen nodig om vrijheid te kunnen voelen.

© Gusto Entertainment

In de pompiers, die in Frankrijk gelden als een nationaal sekssymbool, vindt Ducournau een ideaal voorbeeld van gendergrenzen. Brandweermannen – jong, gespierd, vitaal, onbevreesd – zijn niet alleen een symbool van wat de samenleving ziet als mannelijkheid, ze zijn er een overdrijving van, neigend naar fetisjisme en vergelijkbaar met drag. Juist binnen dit hokje van traditionele mannelijkheid, machismo zelfs, ontstaat ruimte voor een spel, een onderzoek naar wat mannelijkheid betekent, en daarmee voor ambiguïteit. Ducournau laat de brandweermannen zien terwijl ze vuur bedwingen en levens redden, terwijl ze kortom hun macht uitoefenen over het natuurlijke en het gevaarlijke, twee zaken waarmee vrouwen van oudsher worden geassocieerd. Maar ze toont de pompiers ook feestend onder elkaar, dansend met de ogen dicht in zacht paars licht. In hun vertrouwde samenzijn zit ook iets teders, iets troostends. En, uiteraard, iets erotisch.

Mensen die non-binair zijn, die zichzelf ‘fluïde’ noemen (in termen van gender of van seksuele voorkeur), die biseksueel zijn, of panseksueel, worden nogal eens weggezet als een soort ‘vlees noch vis’ – alsof hun identiteit of voorkeur een wereld vol kleur verandert in een schakering van grijzen. Er is nog een term die in het rijtje van non-binair en fluïde past: queer. Als Titane íets is, dan queer. Als Titane íets laat zien, dan is het dat er helemaal niets grijs is aan het onderzoeken, verschuiven en overschrijden van grenzen. Het grenzeloze, laat Ducournau zien, is speels en opwindend, maar ook verontrustend en duister. Titane is geen feest van optimisme en acceptatie, maar iets wat veel interessanter is.

Zoals Titane het mannelijke en het vrouwelijke tegen de randen van hun begrenzingen laat schuren, zo weigert ook de film zelf in een hokje te passen. Titane behoort tegelijkertijd tot vele genres en tot geen enkel genre, flirt met horror en sciencefiction, verandert van drama in comedy in actiethriller. Waar de film nog het meest natuurlijk in past, is het subgenre van de ‘body horror’, waarin lichamelijke pijn of viezigheid een intuïtief gevoel van afkeer bij de kijker oproept. De horror van het lichaam wordt door Ducournau van alle mogelijke kanten bekeken: er is een lijf dat rood en opgeblazen is door anabole steroïden, er zijn borsten die worden afgebonden totdat de striemen in de huid staan, we zien hoe een neus breekt op de rand van een wasbak en hoe een zwanger lichaam groeit en opzwelt. De horror is kortom geworteld in de realiteit, zoals ook de film zelf, hoe uitzinnig ook, zijn wortels heeft in een werkelijkheid die we allemaal kennen. En wie, lijkt Ducournau zich hardop af te vragen, wordt er in de realiteit meer met body horror geconfronteerd dan de vrouw? Het vrouwenlichaam menstrueert, wordt gepenetreerd, raakt zwanger, baart kinderen. Het vrouwenlichaam wordt door de male gaze – niet de blik van een enkele man maar van een hele samenleving – gereduceerd tot object – iets om te kijken of te bezitten. In Titane is dat vrouwenlichaam niet alleen het terrein van body horror, het is er het beste voorbeeld van.

Een vrouw doet zich voor als jongen. Het is een transformatie die gepaard gaat met verminking en pijn. Wat rond was, wordt hoekig. Wat natuurlijk was, wordt geforceerd. Wat vrij bewoog, wordt ingesnoerd. Let wel, dit is geen vrijwillige keuze, het is pure noodzaak. De metamorfose wordt door Ducournau geladen met suggestie. Moeten we insnoeren en beheersen, of moeten we alles de vrije loop laten, met alle gevolgen van dien? Zoals een brand die uit de hand loopt? In de meeste films worden geweld en moord teruggebracht tot een – letterlijk – bloedeloos gebeuren: efficiënte schoten, vallende lichamen, de dood die eruitziet als de slaap. In Titane is de dood een worsteling en geboorte een marteling. Geweld lijkt op seks en omgekeerd. Is het bloed, vocht of zaad dat Alexia tussen haar benen vindt? Niets van dat alles – het is motorolie.

Titane is nu te zien in de bioscoop