Motto

Stel dat het minderheidskabinet er tegen vele verwachtingen in toch komt. Wat zal dan het motto zijn? Samen sterk? Of: Gegokt, maar verloren?

DAT HOOP DOET LEVEN merk je ook in de Haagse wandelgangen. Of die hoop nou gerechtvaardigd is of niet, doet er niet toe.
Lekt, zoals vorige week, uit kringen rond VVD, CDA en PVV uit dat de formatie nog zeker twee weken duurt, dan ziet menig lid van een oppositiepartij daarin een aanwijzing dat het niet goed gaat aan de onderhandelingstafel. Komt ondanks de afgekondigde radiostilte toch naar buiten dat het onderwerp zorg voor hoofdbrekens zorgt, dan flakkert het vlammetje van de hoop nog weer wat hoger op. Aha, het gaat daar niet goed tussen die drie.
Ook het ineens opduikende bericht dat de drie onderhandelaars het wél ergens over eens zijn, over drieduizend extra agenten, doet overigens de hoop leven. Dat is alleen om de indruk te wekken dat VVD en CDA toch echt hun best doen, heet het dan.
Vaak wordt dan in één adem door gezegd dat VVD en CDA alleen maar met de PVV zijn gaan onderhandelen om niet het verwijt van Geert Wilders te krijgen dat ze zijn anderhalf miljoen kiezers demoniseren. Om die beschuldiging te ontlopen zijn VVD-onderhandelaar Mark Rutte en CDA-collega Maxime Verhagen inmiddels wel erg ver gegaan. Welke exitstrategie hebben ze nog in hun achterzak zitten?
Twee keer leek een rechts minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV immers al een mislukt project, maar zijn ze toch weer gaan onderhandelen. Bovendien heeft Verhagen weliswaar een zwaar verdeelde partij aan zijn broekspijpen hangen, zijn eigen politieke loopbaan op het spel gezet en de fractie beroofd van een partijleider in spe, Ab Klink, hij heeft óók bereikt dat iedereen in zijn partij ervan doordrongen is dat het voortbestaan van hun CDA op het spel staat. Dat zou menig CDA-lid wel eens kunnen doen besluiten voor een eventueel minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV te stemmen. Om erger, een splijting, te voorkomen.
Er zijn er overigens die juist denken dat het PVV-leider Wilders is die dit kabinet niet echt wil. Wilders zou de andere twee tot het uiterste drijven om hen uiteindelijk te vermorzelen. Het uitlekken van berichten over de moeizame gesprekken over eigen bijdragen in de zorg geeft ook hun nieuwe hoop. Zie je wel, Wilders gaat op dit punt niet toegeven.
Deze groep redeneert dat Wilders’ grootste concurrenten op de kiezersmarkt VVD en CDA zijn en niet de door hem zo gehate ‘linkse’ partijen. Als hij de onderhandelingen laat mislukken, heeft Wilders het CDA kapotgemaakt en is de VVD de verliezer van de kabinetsformatie. Rutte wilde toch zo graag over rechts? Als de VVD dan toch met de PVDA moet gaan regeren, zal ze de PVV op thema’s als veiligheid, integratie en immigratie als grootste oppositiepartij rechts van zich vinden.
Niet om mensen hun hoop te ontnemen, maar misschien is het raadzamer er rekening mee te houden dat het minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV er wel degelijk komt. Zelf probeer ik me dan voor te stellen of er aan de onderhandelingstafel ook wordt gebrainstormd over een motto voor het nieuwe kabinet.
Vier jaar geleden was het motto Samen werken, samen leven. Dat samen werken ging twee van de coalitiepartners, CDA en PVDA, overigens niet goed af, wat uiteindelijk leidde tot de val van het kabinet en de diepe aversie van menig CDA'er tegen de PVDA. Het samen leven nam CDA-staatssecretaris Jack de Vries zo letterlijk dat zijn verhouding met zijn adjudante hem zijn politieke loopbaan kostte. Althans toen, vlak voor de verkiezingen. Nu duiken berichten op dat hij mogelijk terugkeert.
Toch verwees dat motto wel degelijk naar het streven om met het oog op de kosten van de vergrijzing zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en om mensen van zeer verschillende herkomst vreedzaam met elkaar in één land te laten wonen.
Ook het motto van het kabinet van CDA, VVD en LPF was niet toevallig gekozen. Wijlen Pim Fortuyn had het wantrouwen in politiek Den Haag aangeboord, wat bij de verkiezingen in 2002 had geleid tot een afrekening met de paarse partijen PVDA, VVD en D66. In het motto stond het woord 'vertrouwen’ dan ook centraal. 'Aanpakken’ was een ander belangrijk woord. Ook niet verwonderlijk: Fortuyn had gezegd te gaan doen wat hij beloofde.
Het tweede paarse kabinet had overigens geen motto. Misschien had dat destijds de alarmbellen moeten doen rinkelen. Als niet in één zin is samen te vatten waar een kabinet voor wil staan, dan past het mogelijk alleen maar op de winkel. Helemaal terecht is die aanname overigens niet: er zijn in het verleden wel meer kabinetten geweest zonder motto.
Maar juist de laatste kabinetten hadden er wel een. Een slogan past ook bij deze tijd. Dus: wat zou het minderheidskabinet willen uitdragen? Samen sterk? Dat zou tot hoongelach leiden. De PVV zet meer aan tot tweespalt in de samenleving dan tot eendracht. Maar het motto zou wel op de samenwerking binnen het kabinet zelf slaan. VVD en CDA kunnen veel beter met elkaar overweg dan CDA en PVDA. Alle kritiek duwt de twee bovendien nog eens des te sterker in elkaars armen.
Een kwestie van doen? Knarsetandend zou de oppositie moeten beamen dat dit motto niet geheel bezijden de waarheid is. Het maakt een lange vinger naar alle critici: jullie kunnen tegen een minderheidskabinet zijn, de PVV niet vinden deugen en onze bezuinigingen te veel, te hard en te oneerlijk verdeeld, we doen het toch!
Mocht het echt zo zijn dat VVD en CDA diep in hun hart deze samenwerking met de PVV niet willen, dan is het blijkbaar geen van tweeën gelukt de nooduitgang te vinden. Een motto is dan makkelijk gevonden: Gegokt, maar verloren.