Opera: ‘Zauberflöte Requiem’

Mozart in de fabriekshal

Zauberflöte Requiem. De stervende koning heeft dochter Pamina in handen van zijn vriend Sarastro gegeven. Moeder, Koningin van de Nacht, heeft het nakijken © Ben van Duin

Dirigent Niek Idelenburg en regisseur Joke Hoolboom van Holland Opera begonnen met gezonde tegenzin aan Die Zauberflöte van Mozart, uit zijn sterfjaar 1791. Idelenburg noemt het een nauwelijks te volgen verhaal, misschien het gevolg van de totale omkering van de intrige toen librettist Schikaneder al flink op dreef was. Maar, zoals Mozart in juni 1791 aan een vriend schrijft, een ander gezelschap had intussen het verhaal gekaapt en dus besloten ze het roer om te gooien. Het werd een raar ratjetoe van kindersprookje, vrijmetselaarsrituelen en familiedrama, maar wel een van de populairste opera’s aller tijden. Idelenburg werd overtuigd door de gedachte van Hoolboom de Zauberflöte te doorsnijden met delen uit het allerlaatste werk van Mozart, het onvoltooid gebleven Requiem. Twee volstrekt verschillende muziekstukken, waar Mozart tegelijk aan werkte: achter op de partituur van de opera staan schetsen voor het requiem.

Het vreemde is dat het in hun productie Zauberflöte Requiem nergens als een stijlbreuk voelt. Net als in de recente productie door regisseur Peter Sellars en dirigent Teodor Currentzis van La clemenza di Tito, werkt het toevoegen van andere muziek van Mozart als verrijking en verdieping. Waarom ook niet? Nadat we al enige generaties genieten van zo authentiek mogelijke uitvoeringen van oude muziek waarin geen noot wordt geschrapt of gewijzigd, kan er nu vrijer mee worden omgegaan. En misschien is dat juist heel authentiek, want dat deden Haydn, Händel en Mozart zelf ook.

Het is in de geweldige ruimte van de oude Werkspoorfabriek in Utrecht een intense uitvoering geworden. Hoolboom heeft veel overbodige personages, gesproken dialogen en muziek geschrapt en daarvoor in de plaats de indrukwekkende door het onvolprezen Cappella Amsterdam gezongen koormuziek ingevoegd, op momenten dat de personages treuren, wanhopen of in verwarring zijn. Al direct in het begin is er een ingevoegde scène waarin de oude koning (dirigent Idelenburg in een dubbelrol) op zijn sterfbed zijn kleine dochter Pamina aan zijn vriend Sarastro (Jaap Sletterink) meegeeft, tot wanhoop van zijn vrouw, de Koningin van de Nacht (een schitterende Morgane Heyse). Haar rol wordt daardoor veel duidelijker, haar verdriet invoelbaar, haar beroemde aria’s komen veel meer centraal te staan. Het moment dat zij te ver gaat en haar dochter (de ontroerende sopraan Katrien Baerts) beveelt Sarastro te vermoorden, is nu het omslagpunt in de opera, waarna iedereen zich uiteindelijk tegen haar keert.

De enorme ruimte is aangekleed met prachtige projecties van art studio Mr.Beam. Idelenburg dirigeert een warm en homogeen spelend combinatie-orkest van jonge strijkers en het jonge Blazers Ensemble met soms verrassende bewerkingen. Jeroen de Vaal als Tamino en Martijn Cornet als Papageno zijn twee vlotte jongens van nu, met smartphones, op zoek naar een meisje. Drie dames komen hen op tweewielige segways verleidelijk omcirkelen. Iedereen zingt zonder uitzondering prachtig. De geluidsversterking doet daar nu eens niets aan af.

Hoolboom heeft het racisme uit de opera gehaald door de domme en wrede slaaf Monostatos te schrappen, maar zij wilde of kon niet alle seksistische teksten zomaar weglaten, evenmin als al die onzinnige vrijmetselaarsproeven. Toch: een moedige, geslaagde, bewerking van een al te geliefde opera.


T/m 8 september in de Werkspoorkathedraal, Utrecht Zuilen. hollandopera.nl