Mr. Gay Syria

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Vandaag: Mr. Gay Syria (2017) van de Turkse regisseur Ayse Toprak.

Zoals bekend is homoseksualiteit een verschijnsel dat in gezonde samenlevingen en bij dito bevolkingsgroepen niet voorkomt. Dat zei bijvoorbeeld de minister voor Jeugdzaken in het Roemenië van Ceausescu toen hij ooit de VPRO-tv te woord stond. Logisch, want communisme was voorbehoedsmiddel tegen typisch kapitalistische decadentie. Cuba’s Castro zong (en zingt) hetzelfde lied. Maar het ligt ingewikkelder: van de Sovjet-Unie naar Poetins Rusland loopt, hoe verschillend economisch ook, een doorgaande lijn van seksuele eenduidigheid. Zie Margriet van der Lindens voortreffelijke reeks How to Be Gay (KRO-NCRV, 2018), aflevering Rusland, en je hoort de burgemeester van Vyborg (70.000 inwoners) zijn hand in het vuur steken voor de bewering dat in zijn gemeente geen homo’s wonen. Democratisch presidentskandidaat Pete Buttigieg in de Verenigde Staten bleek al snel kansloos, mede doordat veel zwarte kiezers niets van zijn openlijke homoseksualiteit moesten hebben, waarin ze ongetwijfeld menige witte racist aan hun kant vonden. Maar volgens antiracisme-activist Naomie Pieter in de NRC wordt door velen in de Caraïbische cultuur homoseksualiteit als ‘a white man’s disease’ gezien: vandaar geen solidariteit met lhbt-activisten (waarvan zij er ook een is). Trouwens: een beetje Arabier kan geen homo zijn. Een Turk evenmin. Laat staan een moslim. Dus bij Arabieren en Turken is het dubbel onmogelijk. Van der Linden bezocht destijds ook een samenwonend jongensstel dat zelfs in Petersburg ‘veiliger’ is dan in hun landen van herkomst, Dagestan en Azerbeidzjan, waar de eigen familie immers bereid is hen te vermoorden. Zou iets tegenwoordig de volkeren eigenlijk meer scheiden dan homoseksualiteit, vraag je je af. Tegenwoordig, want emancipatie is, althans in de moderne geschiedenis (er was immers ooit gewaardeerde Atheense heren- en knapenliefde), een recent (en overwegend ook alweer westers) verschijnsel. In mijn jeugd bestond homoseksualiteit niet totdat het toch in kasten bleek te schuilen en daar, verdraagzaam, niet slecht maar zielig werd gevonden. Ook door mij, jaren vijftig.

In de week die van de Pride-parade had moeten zijn wordt door de NPO uiteraard aandacht besteed aan de thematiek. Hier aandacht voor een documentaire met de intrigerende, verwarrende titel Mr. Gay Syria (2017) van de Turkse regisseur Ayse Toprak. Haar ijzersterke hoofdpersonen heten resp. Husein en Mahmoud Hassino. Dat Husein, net als een aantal andere mannen, geen achternaam krijgt in de aftiteling en Mahmoud wel, ligt in het feit dat ze weliswaar allebei Syrische vluchteling zijn, maar dat Mahmoud, duidelijk hoogopgeleid, al in 2014 asiel heeft gekregen in Berlijn, van waaruit hij zijn, waarschijnlijk gesubsidieerde, werk voor gevluchte Syrische lhbt'ers, ook in Istanbul, doet. Terwijl Husein als slechtbetaalde kapper aan het eind van de film in Turkije achterblijft. Zijn tragiek en gespletenheid zijn immens: zijn familie (ook gevlucht naar Istanbul) mag ‘het’ niet weten op straffe van uitstoting of erger – terwijl hij tegelijk in de Syrisch-Istanbulse homoscene aan het emanciperen is. En zich zelfs aanmeldt als deelnemer aan de Mr. Gay Syria-verkiezing, door Mahmoud georganiseerd. ‘Is dit niet de gekte ten top?’ vraagt een journalist, geparafraseerd, aan Mahmoud: ‘Vlakbij die gruweloorlog gaan vluchtelingen hier zo een banale verkiezing doen.’ Maar Mahmoud, in alles, ook moreel, tegenpool van het type dat je met missverkiezingen associeert, houdt een bevlogen betoog over het emancipatoir doel en beoogd effect van Syrische vluchtelingdeelname aan de Mr. Gay World-verkiezing die op Malta zal plaatsvinden. Hoe kom je als gediscrimineerde anders ooit op de kaart? Je hoeft het niet met het middel eens te zijn om zijn integriteit en inzet te waarderen.

Husein leren we kennen, lopend door de stad, werkend in de kapsalon, terwijl hij via voice-over een exposé geeft. Geboren als oudste zoon in de kleine Syrische stad Afrin. ‘Ik zag mijn leven als een ziekte. Haatte mezelf voor de spiegel. Wilde een goed mens = hetero zijn’. Als hij vroeg of ‘zulke mensen’ niet genezen konden worden was het antwoord: ‘Ja, koran lezen, trouwen, jezelf beheersen en hard werken.’ (Dan zijn ‘wij’ er hier toch beter aan toe met ‘bijbel plus therapie’.) Nou, dat van die koran etc. heeft hij geprobeerd, maar geholpen heeft het niet.

Hier past een intermezzo. Pas laat blijkt dat het ‘et cetera’ letterlijk inhield dat Husein (ten tijde van de film 23, 24 jaar) getrouwd is en een dochtertje heeft – waar hij dol op is, en zij op hem. En dat vrouw en kind bij zijn familie in een verre buitenwijk inwonen, terwijl hij zes dagen per week in de binnenstad, vlakbij zijn werk, slaapt. En leeft. Zijn tragiek is immens. Die van zijn vrouw is zeker zo groot, zoals hij helemaal aan het eind van de film zelf ter sprake brengt, wanneer vrouw en kind teruggaan naar haar familie in Syrië. Nadat zijn familie met hem gebroken heeft als zijn ‘geheim’ is uitgekomen: ‘Zweer op de Koran dat je geen homo bent.’ Hij heeft vrouw en kind naar de Syrische grens gebracht, waarbij we van haar, terecht, nauwelijks een glimp opvangen. Dit is geen verwijt aan de makers, die een indrukwekkend portret van een bijzondere, dappere man in een nagenoeg onmogelijke positie schetsen – terwijl zelfs onderweg nog lang onduidelijk is of zijn avontuur toch niet ook zijn bevrijding op zal leveren. Maar háár verhaal, getrouwd met iemand die daarvoor oneigenlijke redenen had, daardoor mee gevlucht en in den vreemde min of meer gevangen bij zijn familie, en nu dus terug naar een land in oorlog naar een familie waarvan je maar moet hopen dat ze in liefde ontvangen zal worden (‘een beetje vrouw weet haar man toch wel te genezen?’) – dat schrijnt geweldig. Voor zijn verhaal is grote moed van hem vereist. Dat van haar kán zelfs niet verteld – het verbaast dat ze überhaupt in beeld wilde. In de opening van de film heeft Husein vrouw en kind net over de grens zien gaan en belt hij haar wanhopig: ‘Hou me op de hoogte.’ Maar de kijker kan die scène dan en daar nog niet goed plaatsen.

Terug naar Mr. Gay Syria. Husein meldt zich als deelnemer in een koffiehuisje aan de Bosporus bij Mahmoud en zijn helpers. ‘Waarom wil je meedoen? Uit moed of uit wanhoop?’ Allemachtig, wat een indringende vraag. En daar openbaart zich Huseins klasse: ‘Laten we zeggen dat uit wanhoop moed is voortgekomen.’ Mahmoud is diep onder de indruk. Husein: ‘Ik heb mijn hele leven een masker gedragen. Nu moet ik mijn echte gezicht laten zien, anders zal ik voorgoed wanhopig zijn.’ ‘Wat voor reacties verwacht je?’ ‘Daar trek ik me niets van aan. Ik ben alleen bang mijn ouders kwijt te raken.’ Omar, een andere deelnemer, wil juist dat zijn familie weet wie hij is. ‘Laat ze er op een minder choquerende manier achterkomen’, zegt Mahmoud, tegen zijn eigen belang in. ‘Ik zal het ze stap voor stap uitleggen’, schatert Omar. ‘Ja’, gaat Mahmoud mee in die spotternij, ‘als je tot mooiste homo van Syrië bent uitgeroepen zullen ze het vast wel accepteren.’ Ze komen niet meer bij, in besef van onderliggende treurnis. Dan een belangrijke mededeling van Mahmoud: ‘Degeen die hier wint en met mij naar Malta gaat, gaat ook mee naar Berlijn voor een asielaanvraag.’ Dat is dus deel van zijn agenda: wie zoiets heeft gedurfd kan eigenlijk niet meer geweigerd worden bij asielaanvraag op grond van homoseksualiteit en vervolging daarvan.

Maar juist een vriend van Mahmoud intervenieert en zegt: ‘Jij probeert dat wat een drama is om te zetten in vermaak.’ ‘Het is geen vermaak’, zegt die geëmotioneerd, ‘we proberen de perceptie te veranderen. Je ziet alleen maar homoseksuele Syriërs als ze geëxecuteerd worden in IS-video’s. Nu beseffen mensen dat er een community is die ervoor kiest dat iemand hen vertegenwoordigt.’ Volgt een debat waarin de vriend, aarzelend, overstag gaat.

De Mister-Syria-verkiezing zelf, met vijf kandidaten in een achterafzaaltje voor klein publiek (er is bewust geen pers uitgenodigd om gedoe te voorkomen), wordt een waar feest. Door een kandidaat die danst in leren speelpakje met geprononceerde pik; door Omar die juist in glitterrokje Oosters danst; en vooral door Husein die… Nee, dat moet u zelf maar zien. Maar weet dat Mahmoud en het publiek het niet droog houden van ontroering. En dat Husein wint, oprecht geknuffeld door zijn concurrenten.

Helaas, Husein krijgt geen visum voor Malta (ze zitten daar niet op Syrische vluchtelingen te wachten). Dus niet naar Berlijn. En de VN-vluchtelingencommissie in Ankara wijst hem ook af. Als in Istanbul een kleine Pride wordt georganiseerd komt de politie in volle oorlogsuitrusting het feest verstoren met wapenstok, rubberkogels en traangas. En dat was dus twee jaar voor de frontale aanval van Ali Erbaş, de hoogste imam, op al wat lhbt is. Erdogan sprak zijn waardering uit. Omar is geluksvogel: zijn geliefde, Nader, heeft asiel gekregen in Noorwegen en nu mag hij ook komen. Hartverscheurend, de omhelzing met Husein, die dolblij voor hem is en tegelijk beseft wat voor hem niet is weggelegd. Later wacht Nader Omar op, op het vliegveld van Bergen, roos in de hand. Omhelzing waar Joris Linssen niet van terug heeft. Het enige waar je als kijker op hoopt is dat deze film uiteindelijk toch nog een deur voor Husein opent. En hem niet nog meer ellende bezorgt. Soms zegt Husein het allemaal voor zijn dochtertje te doen: opdat zij in vrijheid zal kunnen leven. Maar zij zit met moeder in Afrin. Waar ze zijn soort vrijheid, in meerdere betekenissen, absoluut niet moeten.


Ayse Toprak, Mr. Gay Syria, KRO-NCRV, vrijdag 31 juli, NPO 2 Extra, 20.30 uur