Groen

Muisvogel

Wonen in een stad, zonder tuin, is niet erg. Maar ik ben wel al een hele tijd nogal jaloers op bijvoorbeeld de vogelvoederwolkenkrabber van mijn vader of de vogelvoederplaats van vrienden die in het bos wonen. Ik heb hier vast al eerder geschreven dat ik lange tijd, zonder al te veel gedachten, naar etende vogeltjes kan kijken. Spechten, kool- en pimpelmezen, boomklevers, mussen, roodborstjes, winterkoninkjes. Laatst meldde iemand in Den Helder dat hij een wielewaal op de met voer bestrooide tuintafel had. Dat loog hij natuurlijk, en we hadden niet helemaal door of hij onze vogelkennis aan het uittesten was of dat hij zo dom was ter plekke iets te verzinnen. Nu schiet me te binnen dat ik in een verjaardagskring eens met iemand over Mahler sprak. Hij zei dat hij de Elfde geweldig mooi vond. Veel weet ik niet van Mahler, wel wist ik dat de Tiende niet eens voltooid is. Ik zat met een bek vol tanden: moest ik hem terechtwijzen, wat een pijnlijk moment voor hem kon opleveren, of zat hij mij te testen? Als ik niets zei, zou ik daarmee impliciet aangeven dat ik totaal geen verstand heb van Mahler. Dilemma. Ik zei niets, bespaarde hem het pijnlijke moment en ik zal nooit weten of hij nu in zijn vuistje lacht om die domme Gerbrand Bakker.
Ik wil het helemaal niet over componisten hebben, ik wil het over vogels voeren hebben. Onlangs kreeg ik een vogelvoederstaaf: een buis waarin voer kan met vier gaten en zitstokjes. Ik hing hem op aan een kleine es die in een pot op de galerij staat. Nu zou ik thuis kunnen genieten. Er gebeurde niets, blijkbaar hadden de vogeltjes angst. Afgelopen week zag ik aangevreten zaden in de pot liggen. Ha, dacht ik, het lukt. Tot ik op een ochtend een muisje omhoog zag klimmen. Hij spitte wat hij niet bliefde aan de kant en ging voor de grote zonnebloemzaden. Een muis in een vogelvoederstaaf! Als jullie me niet geloven, zie dan de bijgeleverde foto.
’s Nachts is het lekker rustig op de galerij,
kan-ie nog bedaarder kieskeurig zijn.