De vrije val van de VS

Muiterij in Irak (deel I)

Kunnen we misschien ophouden het een modderpoel te noemen? De Verenigde Staten zitten niet vast in het slijk of in een moeras in Irak (de letterlijke betekenis van modderpoel); ze tuimelen in vrije val van een klif af. Nu is de enige vraag: wie zal de Bush-clan volgen van deze steile rotswand naar beneden, en wie zal weigeren te springen?

Er zijn, godzijdank, steeds meer mensen die de tweede optie kiezen. De laatste maand van explosieve VS-agressie in Irak heeft veroorzaakt wat alleen kan worden omschreven als muiterij: plotseling weigeren golven soldaten, arbeiders en politici onder commando van de Amerikaanse bezettingsautoriteit bevelen op te volgen en verlaten hun posten. Eerst kondigde Spanje aan dat het zijn troepen zou terugtrekken, en vervolgens Honduras, de Dominicaanse Republiek, Nicaragua en Kazachstan. Zuid-Koreaanse en Bulgaarse troepen werden teruggeroepen naar hun bases, terwijl Nieuw-Zeeland zijn genieofficieren terugtrekt. El Salvador, Noorwegen, Nederland en Thailand zijn hoogstwaarschijnlijk de volgende.

En dan heb je nog de muitende leden van het door Amerika gecontroleerde Iraakse leger. Sinds het begin van de laatste golf van gevechten hebben ze hun wapens gedoneerd aan verzetsstrijders in het Zuiden en geweigerd te vechten in Fallujah: ze waren niet in het leger gegaan om andere Irakezen te doden. Eind april rapporteerde Maj. Gen. Martin Dempsey, bevelhebber van de 1st Armored Division, dat «ongeveer veertig procent [van de Iraakse veiligheidsofficieren] zijn post verliet als gevolg van intimidatie. En zo’n tien procent werkte ons daadwerkelijk tegen.»

En het zijn niet alleen de soldaten van Irak die zijn gedeserteerd uit de bezetting. Vier ministers van de Iraakse Bestuursraad hebben hun ambt neergelegd uit protest. De helft van de Irakezen met een baan in de veilige «groene zone» — als tolken, chauffeurs, schoonmakers — verschijnt niet op zijn werk. En dat is beter dan een paar weken geleden, toen 75 procent van de Irakezen in dienst van de Amerikaanse bezettingsautoriteit thuisbleef (dat verbluffende cijfer komt van Adm. David Nash, die toezicht houdt op het toekennen van wederopbouwcontracten).

Bescheidener tekenen van muiterij komen zelfs aan de oppervlakte binnen de gelederen van het Amerikaanse leger: de soldaten Jeremy Hinzman en Brandon Hughey hebben de vluchtelingenstatus aangevraagd in Canada als gewetensbezwaarden, en Staff Sgt. Camilo Mejia staat de krijgsraad te wachten nadat hij weigerde naar Irak terug te gaan op grond van het feit dat hij niet meer wist waar de oorlog om ging.

In opstand komen tegen de Amerikaanse autoriteit in Irak is geen verraad, noch het bieden van «valse geruststelling aan terroristen», zoals George W. Bush onlangs de nieuwe minister-president van Spanje berispte. Het is een volkomen rationele en principiële reactie op een beleid dat iedereen die leeft en werkt onder Amerikaans commando in ernstig en onaanvaardbaar gevaar heeft gebracht. Dat is een opvatting die wordt gedeeld door 52 voormalige Britse diplomaten, die recentelijk een brief stuurden aan premier Tony Blair met de boodschap dat hoewel ze zijn pogingen steunden om het Amerikaanse Midden-Oosten-beleid te beïnvloeden, «er geen reden is om achter beleid te staan dat gedoemd is te mislukken».

En na een jaar lijkt de Amerikaanse bezetting van Irak op alle fronten gedoemd te zijn: politiek, economisch en militair. Op het politieke front is het idee dat de Verenigde Staten werkelijke democratie zouden kunnen brengen in Irak onherstelbaar in diskrediet gebracht: te veel familieleden van leden van de Bestuursraad hebben fantastische banen en doorgestoken kaart-contracten in de wacht gesleept; te veel groepen die directe verkiezingen eisten is de mond gesnoerd; te veel kranten zijn gesloten, en te veel Arabische journalisten zijn vermoord terwijl ze hun werk probeerden te doen. De recentste slachtoffers waren twee medewerkers van de tv-zender Al Iraqiya, die werden doodgeschoten door Amerikaanse soldaten toen ze een checkpoint in Samarra filmden. De ironie wil dat Al Iraqiya het door de Verenigde Staten gecontroleerde propaganda netwerk is dat werd geacht de macht van Al Jazeera en Al Arabiya te verzwakken, de zenders die allebei het afgelopen jaar eveneens verslaggevers hebben verloren aan Amerikaanse geweren en raketten.

Plannen van het Witte Huis om Irak te transformeren tot een model-vrijemarkteconomie zijn in een vergelijkbaar slechte staat, geplaagd door corruptieschandalen en de woede van Irakezen die weinig voordeel hebben gezien — noch in dienstverlening noch in banen — van de wederopbouw. Bedrijfsbeurzen zijn overal in Irak afgelast, investeerders verkassen naar Amman en de minister van Volkshuisvesting van Irak schat dat meer dan vijftienhonderd buitenlandse aannemers het land zijn ontvlucht. Ondertussen geeft Bechtel toe dat het niet langer kan opereren op de «hot spots» (er zijn zeer weinig «koude» plekken), vrachtwagenchauffeurs zijn bang om de weg op te gaan met waardevolle lading, en General Electric heeft werk aan essentiële krachtcentrales opgeschort. De timing had niet slechter kunnen zijn: de zomerhitte komt eraan en de vraag naar elektriciteit rijst binnenkort de pan uit.

De invasie van Irak begon met een oproep tot muiterij — een oproep door de Verenigde Staten. In de weken voor de invasie van vorig jaar bombardeerde het Amerikaanse Centrale Commando legermensen en politici met telefoontjes en e-mails om ze aan te sporen weg te lopen uit de gelederen van Saddam. Gevechtsvliegtuigen wierpen acht miljoen flyers af die Iraakse soldaten aanspoorden hun posten te verlaten en beloofden dat ze geen haar zou worden gekrenkt.

Vanzelfsprekend werden die soldaten direct ontslagen toen Paul Bremer de macht overnam en ze worden nu panisch opnieuw in dienst genomen als onderdeel van de omkering van het de-Baathificatie-beleid. Het is het zoveelste voorbeeld van dodelijke incompetentie dat alle resterende voorstanders van het Amerikaanse beleid in Irak naar een onontkoombare conclusie zou moeten leiden: het is tijd voor muiterij.

Deel 2: Zullen de Verenigde Naties meedoen met de muiterij?

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens