Naomi Klein doet verslag

Muiterij in Irak (deel II)

Terwijl de voorspelbare (en voorspelde) catastrofe zich in Irak ontvouwt, vragen velen de Verenigde Naties om hulp. Afgelopen januari riep Groot-Ayatollah Ali al-Sistani de VN op zijn eis van directe verkiezingen te steunen. Meer recent heeft hij de VN opgeroepen te weigeren de gehate interim-grondwet te ratificeren, die de meeste Irakezen zien als een Amerikaanse poging door te gaan met het controleren van de toekomst van Irak lang na de «overdracht» van 30 juni door, bijvoorbeeld, vetorecht te geven aan de Koerden, de enig overgebleven bondgenoot van Amerika.

Voordat hij zijn troepen terugtrok vroeg de Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero de VN de missie over te nemen van de Verenigde Staten. Zelfs Muqtada al-Sadr, de «verbannen» sjiïtische geestelijke, roept de VN op een bloedbad in Najaf te voorkomen. Op 18 april vertelde Sadrs woordvoerder Qais al-Khazaali de Bulgaarse televisie dat het «in het belang van de hele wereld [was] om vredestroepen te sturen onder de vlag van de VN».

En wat is de reactie van de VN geweest op deze smeekbeden? Erger dan zwijgen: ze hebben in al deze kwesties de kant van Washington gekozen, en elke hoop de grond in geboord dat ze een werkelijk alternatief zouden kunnen bieden voor de wetteloosheid en wreedheid van de Amerikaanse bezetting. Eerst weigerden de VN de roep om directe verkiezingen te steunen, verwijzend naar veiligheidsproblemen. In retrospectief had het steunen van de oproep destijds veel van het geweld kunnen voorkomen dat nu over het land spoelt. Tenslotte verzwakte de reactie van de VN de meer gematigde Sistani en versterkte Muqtada al-Sadr, wiens aanhangers directe verkiezingen bleven eisen en een vocale campagne lanceerden tegen het Amerikaanse overgangsplan en de tijdelijke grondwet. Dat bracht de Amerikaanse hoofd-afgezant Paul Bremer op het idee al-Sadr onschadelijk te maken, de provocatie die de sjiïtische opstand tot gevolg had.

De VN hebben zich al net zo doof getoond voor oproepen de Amerikaanse militaire bezetting te vervangen door een vredeshandhavingsoperatie. Integendeel, ze hebben duidelijk gemaakt dat ze Irak alleen opnieuw zullen binnengaan als Amerika de veiligheid van hun staf garandeert — klaarblijkelijk niet wetend dat omringd zijn door Amerikaanse lijfwachten de beste manier is om te verzekeren dat de VN onder vuur genomen zullen worden. «We hebben een verplichting sinds [de aanslag op het VN-hoofdkwartier] afgelopen zomer om helderheid te bieden en te doen wat van ons wordt gevraagd», vertelde Edward Mortimer, een senior medewerker van secretaris-generaal Kofi Annan, tegen The New York Times. «Wat zijn de risico’s? Wat voor soort garanties kun je ons geven dat we niet zullen worden opgeblazen? En is de klus belangrijk genoeg om het risico te rechtvaardigen?»

Zelfs in het licht van die gruwelijke bomaanslag is dit een verbijsterende reeks vragen uit de mond van een VN-official. Hebben Irakezen garanties dat ze niet worden opgeblazen als ze naar de markt in Sadr-stad gaan, als hun kinderen in de schoolbus stappen in Basra, als ze hun gewonden naar een ziekenhuis in Fallujah sturen? Is er een belangrijker zaak voor de toekomst van mondiale veiligheid dan vredeshandhaving in Irak?

Het grootste verraad van de VN zit in de manier waarop ze Irak opnieuw binnengaan: niet als een onafhankelijke tussenpersoon maar als een aanbeden Amerikaanse onderaannemer, de politieke tak van de gecontinueerde Amerikaanse bezetting. De post-30 juni-tussenregering die wordt opgezet door VN-afgezant Lakhdar Brahimi zal onderworpen zijn aan alle beperkingen aan Iraakse soevereiniteit die de huidige opstand deden ontbranden. De Verenigde Staten zullen volledige controle behouden over de «veiligheid» in Irak, ook over het Iraakse leger. Ze zullen controle houden over de fondsen voor de wederopbouw.

En het allerergste is dat de tussenregering onderworpen zal zijn aan de wetten die zijn vastgelegd in de interim-grondwet, waaronder de clausule die stelt dat ze de orders moet uitvoeren die zijn geschreven door de Amerikaanse bezetters. De VN zouden Irak moeten verdedigen tegen deze onwettige poging de onafhankelijkheid van het land te ondermijnen. In plaats daarvan is het op een schandelijke manier Washington aan het helpen de wereld ervan te overtuigen dat een land onder aanhoudende militaire bezetting door een vreemde mogendheid daadwerkelijk soeverein is.

Irak heeft de VN heel hard nodig als een heldere, onafhankelijke stem in de regio. De bevolking schreeuwt erom, en smeekt het internationale instituut te voldoen aan zijn mandaat als vredestichter en waarheidsverteller. En toch, wanneer ze het hardst nodig zijn, zijn de VN het meest gecompromitteerd en het lafst.

Er is een manier waarop de VN zichzelf in Irak kunnen revancheren. Ze zouden ervoor kunnen kiezen zich aan te sluiten bij de landen die zich nu terugtrekken uit Irak, en daarmee de Verenigde Staten verder isoleren. Dat zou helpen Washington te dwingen werkelijke macht over te dragen — uiteindelijk aan de Irakezen maar eerst aan een multilaterale coalitie die niet deelnam aan de invasie en de bezetting en die geloofwaardig genoeg is om toezicht te houden op directe verkiezingen.

Schrap de interim-grondwet. De interim-grondwet wordt in Irak zo algemeen gehaat dat ieder bestuurslichaam dat is gebonden aan de regels ervan onmiddellijk zal worden beschouwd als onwettig. Er wordt wel gezegd dat Irak de interim-grondwet nodig heeft om te voorkomen dat open verkiezingen het land uitleveren aan religieuze extremisten. Maar volgens een opiniepeiling uit februari 2004 door Oxford Research International koesteren de Irakezen niet de wens hun land te zien veranderen in een tweede Iran. Gevraagd naar het politieke systeem en de politici van hun voorkeur noemde 48,5 procent van de Irakezen een «democratie» als het belangrijkste, terwijl een «islamitische staat» steun kreeg van 20,5 procent. Gevraagd naar het soort politicus van hun voorkeur koos 55,3 procent «democraten» terwijl slechts 13,7 procent religieuze politici prefereerde. Als de Irakezen de kans krijgen te stemmen zoals ze willen, is er alle reden om te verwachten dat de resultaten een evenwicht zullen weerspiegelen tussen hun geloof en hun seculiere aspiraties.

Er zijn ook manieren om de rechten van vrouwen en minderheden te beschermen zonder Irak te dwingen een veelomvattende grondwet aan te nemen die is geschreven onder buitenlandse bezetting. De eenvoudigste oplossing zou zijn om passages uit de Tijdelijke Grondwet van Irak uit 1970 te hernemen, die, volgens Human Rights Watch, «formeel gelijke rechten garandeerde voor vrouwen en (…) met name hun recht verzekerde om te stemmen, naar school te gaan, zich verkiesbaar te stellen, en eigendom te bezitten». Elders verzekerde de grondwet religieuze vrijheid, civiele rechten en het recht om vakbonden te vormen. Deze artikelen kunnen eenvoudig worden gered, terwijl ondertussen de delen van het document die het Baath-bestuur steunen, worden geschrapt.

Zet het geld vast. Een cruciaal aspect van Iraks overgang naar soevereiniteit is het veiligstellen van de nationale bezittingen van het land: de olie-inkomsten, het resterende geld van het olie-voor-voedsel-programma (momenteel door de Verenigde Staten beheerd zonder toezicht), alsmede wat er over is van de 18,4 miljard dollar aan wederopbouwfondsen. Op dit moment zijn de Verenigde Staten van plan controle over dit geld te blijven houden lang na 30 juni; de VN zouden erop moeten staan dat het wordt vastgezet, om straks te worden uitgegeven door een gekozen Iraakse regering.

Ont-Chalabificeer Irak. Amerika is tot nu toe niet in staat geweest Ahmad Chalabi te installeren als de nieuwe leider van Irak — zijn geschiedenis van corruptie en gebrek aan een politieke basis hebben daarvoor gezorgd. Toch hebben leden van de Chalabi-familie stilletjes controle gekregen op elk gebied van het politieke, economische en juridische leven. Het was een twee-stappen-proces. Eerst, als hoofd van de Commissie voor De-Baathificatie, zuiverde Chalabi zijn rivalen weg uit de macht. Vervolgens, als voorzitter van de Economische en Finan ciële Commissie van de Bestuursraad, zette hij zijn vrienden en bondgenoten op de sleutelposities van minister van Olie, minister van Financiën, minister van Handel, gouverneur van de Centrale Bank, enzovoort. Nu is Chalabi’s neef, Salem Chalabi, door de Verenigde Staten aangesteld om de rechtbank te leiden die Saddam Hoessein gaat berechten. En een bedrijf dat nauwe banden heeft met Chalabi bemachtigde het contract om de olie-infrastructuur van Irak te bewaken — in wezen een vergunning om een privé-leger te bouwen. Het is niet genoeg om Chalabi buiten de interim-regering te houden. De VN moeten Chalabi’s schaduwstaat ontmantelen door een de-Chalabificatie-proces in gang te zetten, identiek aan het nu verlaten de-Baathificatie-proces.

Eis de terugtrekking van Amerikaanse troepen. Door de VS te vragen te fungeren als hun lijfwacht als een voorwaarde om opnieuw Irak binnen te gaan, doen de VN precies het omgekeerde: ze zouden alleen Irak binnen moeten gaan als de VS zich terugtrekken. Troepen die meededen aan de invasie en bezetting zouden moeten worden vervangen door vredeshandhavers — het liefst uit Arabische buurlanden — die werken onder een extreem beperkt mandaat: het land veiligstellen voor algemene verkiezingen. Als Amerika weg is, is er een gerede kans dat landen die tegen de oorlog waren zich aanmelden voor die klus.

Op 25 april riep de redactie van The New York Times op tot de tegenovergestelde benadering, en stelde dat alleen een forse injectie van Amerikaanse troepen en «een werkelijke toename op lange termijn van de troepen in Irak» veiligheid konden brengen. Maar die troepen, als ze arriveren, zullen niemand veiligheid bieden — niet de Irakezen, niet hun medesoldaten, niet de VN. Amerikaanse soldaten zijn een directe provocatie tot meer geweld geworden, niet alleen vanwege de wreedheid van de bezetting in Irak maar ook vanwege de Amerikaanse steun aan Israëls dodelijke bezetting van Palestijns grondgebied. In de geest van veel Irakezen zijn de twee bezettingen vervloeid tot één enkele anti-Arabische uitbarsting, waarbij Israëlische en Amerikaanse soldaten worden gezien als onderling inwisselbaar en Irakezen zich openlijk identificeren met Palestijnen.

Zonder Amerikaanse troepen zou de belangrijkste impuls voor geweld zijn verwijderd, waardoor het land kan stabiliseren met veel minder soldaten en veel minder geweld. Irak zou nog steeds problemen rond veiligheid hebben — er zouden nog steeds extremisten zijn die willen sterven voor de islam, alsmede pogingen van Saddam-loyalisten om de macht te heroveren. Aan de andere kant is het, nu de soennieten en sjiïeten zo verenigd zijn tegen de bezetting, het best denkbare moment voor een eerlijke onderhandelaar om een overeenkomst te bereiken over een gelijke verdeling van de macht.

Sommige mensen zullen zeggen dat Amerika te sterk is om te worden gedwongen Irak te verlaten. Maar vanaf het begin heeft Bush multilaterale rugdekking nodig gehad voor deze oorlog — daarom formeerde hij de «coalition of the willing», en daarom gaat hij nu naar de VN. Stel je voor wat er zou kunnen gebeuren als landen zich blijven terugtrekken uit de coalitie, als Frankrijk en Duitsland weigeren een bezet Irak te erkennen als een soevereine staat. Stel je voor dat de VN zouden besluiten er niet op uit te trekken om Washington te redden.

Dan zou het een bezetting van één worden.

© The Nation (www.thenation.com)

Vertaling: Rob van Erkelens