Opheffer

Multatuli en Van Royen

Het waren opdrachten die begin jaren zeventig op de middelbare school populair waren. Je kreeg teksten van Multatuli en diens tijdgenoten en de vraag: wat kun je vertellen over de maatschappelijke situatie rond 1860 in Nederland? Of je kreeg passages van Ter Braak en Du Perron en dan moest je iets vertellen over de sfeer rond de Tweede Wereldoorlog. Het ging de docent, zo begreep ik achteraf, niet zozeer om ons iets wezenlijks over die tijd te leren, maar meer om te zien of wij iets uit een paar teksten konden halen.

Zou je, aan de hand van de contemporaine Nederlandse literatuur, iets kunnen vertellen over de stand van zaken nu? Uit wie bestaat die literatuur? Uit de prijswinnaars van de Ako en de Gouden Uil? Uit wat de recensenten als «het beste Nederlandse boek van het afgelopen jaar» opgeven? Of uit verkoopcijfers?

Vermoedelijk moet je een soort gemiddelde nemen. Laten we eens kijken. Afgelopen jaar verkocht het boek De godin van de jacht van Heleen van Royen goed; de Ako-literatuurprijs werd gewonnen door Dik van der Meulen met zijn Multatuli-biografie.

Wat zegt dat over deze tijd? Eerst het boek van Heleen van Royen. Waar gaat het over? Ik citeer: «Godin van de jacht is een hilarische, felrealistische roman over een vrouw die opkomt voor haar recht op seksualiteit en waarin de lusten en lasten van het moderne huwelijksleven centraal staan. Het is een vlammend pleidooi voor open relaties en een gezond liefdesleven, waarbij niet alleen de man aan zijn trekken komt…»

Van der Meulens biografie gaat over het leven van Multatuli; de vrijdenker, de eerste columnist, de man die meende met zijn schrijven invloed te kunnen uitoefenen. De man die het relativerende denken wilde bemoedigen, maar ook het recht op vrije arbeid voor de Javaan wilde, al wilde hij tegelijkertijd keizer van Insulinde worden. Niet meteen een democraat, maar wel een verlichte geest, iemand die betrokken is.

Laten we Heleen van Royen en Multatuli nu eens bij elkaar trekken. Wat krijgen we dan? Dan zien we dat we in een tijd leven waarin relaties tussen man en vrouw aan het veranderen zijn. Dat wilde Multatuli al en dat ziet Heleen van Royen nu ook weer gebeuren. Het huwelijk is niet meer wat het is geweest. Net als de seksualiteit, ondanks de roemruchte jaren zestig en zeventig. Maar wat beiden bindt is een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. Het recht op vrije arbeid van de Javaan is te vergelijken met het vlammende pleidooi voor open relaties en een gezond liefdesleven.

Het is niet toevallig dat beide boeken juist nu populair zijn. (Moet je altijd in dit soort stukken zeggen, anders gaat je vooronderstelling de mist in.) Er valt overal weer een grote mate van onverschilligheid waar te nemen waar het ondergeschoven groepen betreft (bijvoorbeeld allochtonen). Tegelijkertijd zie je dat de emancipatie van de vrouw of is doorgeslagen, of wordt geïncasseerd. («Open relaties!») Deze boeken signaleren of markeren de tijdgeest, wat dat ook moge zijn, en zouden ook in een richting kunnen wijzen waar een oplossing zit of waar het juist misgaat, hoewel je niet precies kunt zeggen wat die oplossing is, of waar het precies misgaat. Multatuli heeft in de loop der tijd het denken over het omgaan met andere culturen veranderd. Gezien het verkoopsucces van Heleen van Royen moet je constateren dat zij een wezenlijk probleem bij de staart heeft: het recht op open relaties. Blijkbaar voelen we ons in oude relaties opgesloten en weten we niet meer hoe we met andere culturen moeten omgaan. We hebben ons recht op individualisme, waar we in de jaren zeventig zo voor pleitten, verspeeld.