Multiculturele competentie

Het Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties subsidieert niet alleen programma’s maar zwengelt ook debatten over vorm en inhoud aan. Vorige week betrof het onder meer ‘De multiculturele samenleving in de culturele programmering’. Inleider was de filosoof Kimmerle. Een overzicht van de westerse neerbuigende denktraditie over ‘de anderen’; een oproep tot ‘luisteren op voet van volledige gelijkheid’ en, op basis van het adagium ‘alle culturen zijn even oud’, tot de stap van ontwikkelingsdenken (‘zij moeten zo ver komen als wij’) naar ‘evenwichtsdenken’. Immers, juist op het gebied van de cultuur is ontwikkelingsdenken dubieus: de rotstekeningen van Lascaux zijn in zichzelf volmaakt, zoals ook de Veda’s dat zijn. Hoezo vooruitgang?

Spannend werd het bij voorbeelden uit tv-programma’s. In de reeks Oost, West en de rest sprak een Ghanese Nederlandse haar ergernis uit over Nederlanders die haar land zien als een verzameling armoedige hutten en verbijsterd blijken over Afrikaanse artsen en advocaten, ofte wel moderniteit. Later kritiseerde ze de houding van veel Afrikaanse mannen, drinkend in de schaduw van een boom, terwijl de vrouwen letterlijk en figuurlijk de lasten dragen. Kimmerle verweet de programmamakers een gebrek aan kennis: zij hadden die uitspraken in een context moeten plaatsen. Advocaten vind je in de stad, zitten onder de boom gebeurt in het dorp. Bovendien past dat zitten in een traditie en heeft het een functie: bewaken van de gemeenschap. Een vorm van bestuur, vergelijkbaar met de gemeenteraad. Hij vond de kritische vrouw ‘verwesterd’. Even werd gemeesmuil zijn deel en ook ik had het onbehaaglijke gevoel hier de klassieke tegenstrijdigheid van het cultuurrelativisme te ontmoeten: 'progressief’ en kritisch ten aanzien van de eigen cultuur; de andere cultuur heilig verklarend en die daarmee muurvast leggend - ofte wel 'conservatief’.
Hij relativeerde door toe te geven dat de man-vrouwrelatie in dit verband problematisch is. Toch, prompt legde hij de nadruk op de invloed die vrouwen 'achter de schermen’ hebben. Wat niet onwaar is, maar wat hij toch niet snel als argument in een debat over westers feminisme zou gebruiken. Wat weer niet wegneemt - hier vestig ik het wereldrecord 'enerzijds-anderzijds’ - dat zijn vraag om 'multiculturele competentie’ bij programmamakers een terechte is. Die competentie bestaat uit kennis over 'de ander’ en uit nog iets meer wat moeilijk te benoemen valt.
Volgde een illustratie. Rocky Tuhuteru was voor Ander Afrika in Ethiopie, kreeg een geschenk en was getuige van een koffieceremonie te zijner ere. Zijn toegang tot wie hij bezocht verklaarde Kimmerle mede uit z'n huidskleur. Wat wellicht niet onwaar, maar tegelijk een niet te leren competentie is. Tuhuteru’s uitroep 'Wat mooi, wat een stijl’ (nota bene in de Hilversumse studio ingesproken) herleidde hij ook tot diens culturele identiteit. En ik dacht daar juist een typisch westerse bewondering voor het andere, het 'nog zuivere’ in te zien. Daarvoor heeft men geen Molukse roots nodig.