Hoofdcommentaar: Balkenende

Multiculturele samenleving, adieu

Jan Peter Balkenende acht de multiculturele samenleving «niet iets om naar te streven». Hij zei het in een lezing getiteld De fundamenten van de Nederlandse samen leving. De mededeling, geuit door de aanvoerder van een partij die compassie hoog in het vaandel draagt, sloeg in als een bom.

Het is echter te gemakkelijk om het verscherpen van migratie regels en het overboord zetten van het multiculturele ideaal af te doen als louter een reactie op Leefbaar Nederland. Balkenendes rede verbond losjes een handvol populistische thema’s en behelsde bovenal een aanval op «doorgeschoten tolerantie» en «gedoogbeleid dat de basis van onze rechtsstaat aantast». Al enige tijd is er sprake van een verharding in de politiek, tegen gedogen, relativeren, het verval van normen en waarden, en cultuurrelativisme en vóór het integreren van «vreemdelingen» met dwingende hand.

Dit alles gaat gepaard met een klaagzang op de «politieke correctheid». Volgens Balkenende hielden politiek en media elkaar daarin jarenlang gevangen, en dus vindt hij dat hij met recht kan twijfelen aan «het belang dat aan individuele vrijheid en gelijkheid wordt toegekend». Eerder lanceerde Paul Cliteur een aanval op het cultuurrelativisme en ondergroef zo de basis voor gelijkwaardig, multicultureel samenleven. De tijden van knellende politiek-sociale taboes zijn voorbij, erover klagen is niet meer nodig.

Vaak wordt crimineel gedrag aangehaald als voorbeeld van mislukte integratie. Straatroof in Rotterdam, voornamelijk begaan door Antilliaanse en Marokkaanse bendes, en de geruchtmakende verkrachtingszaak in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt, voor rekening van een groep piepjonge Marokkanen. Op dergelijk gedrag dient door de overheid keihard gereageerd te worden binnen de wettelijke mogelijkheden, ongeacht de etnische afkomst van de daders. Maar met restricties alleen valt op het gebied van integratie geen succes te behalen.

Minister Van Boxtels plan voor betaalde importliefde, bedoeld om de inburgering van massaal ingevoerde Marokkaanse en Turkse liefdespartners te verbeteren, zal de integratie niet bevorderen, noch het aantal schijnrelaties (aangegaan voor een verblijfsvergunning) verminderen. Aan mensensmokkelaars wordt vaak een veelvoud van de door Van Boxtel geëiste zesduizend euro betaald.

Balkenende meent dat de nieuwkomer slechts in Nederland kan verblijven als hij er blijk van geeft te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving. Een goede kennis van de taal en van de dragende waarden en normen is essentieel. Balkenende meent dat de Grondwet en de daarin vastgelegde grondrechten een rol moeten spelen. Prima voorstel, het gebeurt al. In de huidige verplichte inburgering staan naast taalverwerving reeds de rechten en plichten van de nieuwkomer centraal. Ook de staatsinrichting, politieke partijen en de Grondwet komen aan bod. Balkenende zal dus iets anders moeten bedenken om «Ne derlandse normen en waarden» aan de nieuwkomer uit te leggen.

Een andere maatregel die over het algemeen wordt geassocieerd met gedurfde politieke incorrectheid is de «opvang in de regio» van asielzoekers onder auspiciën van de UNHCR. Het is een van de belangrijkste punten van VVD’er Henk Kamp, en het is het overdenken waard. Zo zou een einde komen aan de vermenging van politieke vluchtelingen en economische gelukzoekers die misbruik maken van het asielrecht. Wie werkelijk vluchteling is, kan blijven rekenen op gastvrijheid in Nederland. Dat Kamp het te pas en te onpas over het voetlicht brengt zonder het voorstel uit te werken, komt vast door het utopische karakter ervan. Zolang er geen Europees geharmoniseerd asielbeleid is, blijft opvang in de regio een dode letter.

Een probleem met voorstellen als die van Balkenende en Kamp is dat ze uitgaan van de angst om overspoeld te raken, en daarbij voorbijgaan aan het onvermijdelijke: migratie, in welke vorm dan ook, is onstuitbaar. Balkenende heeft het over integratie (een term die gelijkwaardigheid impliceert), maar hij bedoelt «aanpassing», een term die hij ook enkele malen gebruikt. Hij vergeet dat de normen en waarden waaraan men zich heeft aan te passen geen vastliggend stelsel zijn, maar een schuivend geheel waarin zeker de komende jaren, met de snelle opkomst van de islam in Nederland, veel zal veranderen.

Uit Van Boxtels voorstel doemt het beeld op van vreemdelingen die niet willen inburgeren, maar slechts hun hand willen ophouden. Er bestaan echter nog altijd wachtlijsten voor de inburgeringscursussen, de zware financiële maatregel dupeert ook duizenden goedwillende, belasting betalende houders van een Nederlands paspoort en trekt bovendien een zware wissel op de toch al moeizame gemengde huwelijken. Meer dan op integratie is Van Boxtels voorstel gericht op ontmoediging van gezinsvorming en -hereniging. Hoewel het hier mensenrechten betreft die zijn vastgelegd in internationale verdragen. En wat zegt de Grondwet? «Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.»

Naarmate de wereld kleiner wordt, zal immigratie toenemen. Nu al wordt het concept van de natie beschouwd als verouderd. Maar intussen proberen ontwikkelde staten zich te ommuren om ongewenste immigranten te weren. De bestormingen van de Kanaaltunnel door duizenden migranten, en de stromen gelukzoekers in Italië en Spanje zullen er niet door afnemen. Net zomin als het vervangen van de multiculturele samenleving door assimilatie autochtone Nederlanders en migranten naderbij brengt. Laat staan een eind maakt aan criminaliteit onder allochtone groepen.