Murw

Het aftreden van Lodewijk Asscher en zijn verdwijnen uit de politiek doet de linkse partijen geen goed. Het CDA en de VVD hebben veel baat bij dit partijgekonkel.

Ruim vijftien jaar geleden interviewde ik Lodewijk Asscher, toen net dertig en pvda-lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Twee opmerkingen die Asscher destijds maakte, springen eruit nu hij kort voor de Kamerverkiezingen is opgestapt als landelijk lijsttrekker. ‘Ik ben veel te ongeduldig om langzaam naar het topje van de politieke apenheul te klimmen.’ En ook deze: ‘De politiek kan alleen goed functioneren als dat vertrouwen er is… Als je daarin goed wilt functioneren, moet je het vertrouwen van de burger hebben.’

Asscher heeft zich aan zijn eigen woorden gehouden. Hij was inderdaad ongeduldig, zo ongeduldig dat hij er geen been in zag om vier jaar geleden de man die hem als vicepremier en minister van Sociale Zaken naar Den Haag had gehaald, partijleider Diederik Samsom, figuurlijk een mes in de rug te steken om zelf lijsttrekker te kunnen worden. Daarbij afgevend op het beleid van Samsoms pvda, waaraan hij zelf als vicepremier mede leiding had gegeven.

Vorige week hield Asscher wederom woord. Hij stapte op omdat er niet volmondig vertrouwen in hem is, niet binnen de eigen partij én niet bij de kiezer. Het gebrek daaraan gaat mede terug tot dat ministerschap. Asscher had een kleine vijf jaar lang onvoldoende in de gaten dat er burgers gemangeld werden door de Belastingdienst als gevolg van de wet over de kinderopvangtoeslagen, een wet die onder zijn verantwoordelijkheid viel.

Een week voor zijn vertrek als lijsttrekker had hij zijn aanblijven overigens nog hartstochtelijk verdedigd in een interview in dagblad Trouw. Hij zou de aangewezen man zijn om zaken drastisch te veranderen. Dus helemaal van harte was het niet dat hij woord hield. Binnen de pvda zijn er dan ook mensen kwaad op de ‘linkse’ vrienden. Hoezo elkaar vasthouden op links? Bij de SP mocht Kamerlid Renske Leijten, tevens lid van de Kamercommissie die onderzoek deed naar de toeslagenaffaire, volop kritiek hebben op Asscher en zijn optreden tijdens zijn ministerschap. Leijten: ‘We zien in het rapport echt niet dat Hoekstra ingrijpt, echt niet dat hij de zaak versnelt, dat geldt ook voor Asscher en Rutte. Het zou niet goed zijn als zij blijven.’

En toen GroenLinks-leider Jesse Klaver op zondag 3 januari op televisie aankondigde een motie van wantrouwen in te dienen tegen het huidige kabinet, vanwege de toeslagenaffaire, bracht hij Asscher in een lastig parket. Als de pvda die motie zou steunen, moest hij dan niet zelf ook zijn conclusies trekken?

Links profiteert niet van de ommekeer in het denken over de staat

Wel reikt Asschers opstappen verder dan de val van het kabinet voor minister-president en vvd-lijsttrekker Mark Rutte en minister van financiën en cda-lijsttrekker Wopke Hoekstra. Asscher verdwijnt niet alleen als lijsttrekker, bij het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer, kort na 17 maart, verdwijnt hij ook uit de politiek. Rutte en Hoekstra zijn slechts twee maanden eerder lid van een demissionair kabinet geworden dan toch al het geval zou zijn als gevolg van de verkiezingen. Zij proberen wél gewoon terug te komen in een volgend kabinet.

De kans dat vvd en cda dit gaat lukken, kan groter zijn geworden door het onderlinge optreden op links. Van veel vertrouwen in elkaar is daar immers geen blijk gegeven. En de vraag is of een nieuwe pvda-leider het kan opbrengen vertrouwen te hebben in GroenLinks en de SP, zodat de potentiële kiezer erop kan vertrouwen dat links gaat samenwerken en daarmee een invloedrijker blok kan vormen bij coalitiebesprekingen.

Los van elkaar staan de linkse drie er electoraal immers niet goed voor. Ook al laat de coronacrisis zien dat de markt niet kan zonder de staat, dat die markt zelfs maar wat graag de hand ophoudt ook als er voordien gigantische winsten werden gemaakt. En ook al laat de coronacrisis – en de toeslagenaffaire – zien dat de burger een betrouwbare en zorgzame overheid nodig heeft, een die er niet van uitgaat dat de burger zijn succes in het leven aan eigen keuzes te danken heeft en al een fraudeur is als een blauwe brief niet direct wordt opengemaakt. En ook al zou je dus kunnen zeggen dat als gevolg van de coronacrisis de linkse ideologische veren de wind mee hebben en worden opgeschud, zoals na de Paarse kabinetten menigmaal in de pvda is bepleit. Toch profiteert links vooralsnog niet van deze ommekeer in het denken over de staat.

Dat komt mede doordat vvd en cda hun ideologische vrijemarktveren aan het afschudden zijn. Door de coronacrisis is dat vooral noodgedwongen: miljarden worden in de economie gepompt om te redden wat er te redden valt. In hun verkiezingsprogramma’s zie je die veranderde blik op de staat nu ook. Rutte en Hoekstra hebben daardoor meer de gezichten van deze tijd kunnen worden dan de linkse oppositieleiders. De twee profiteren ook van hun grotere bekendheid, mede door de vele coronadebatten en persconferenties en ondanks de vele kritiek op hun coronabeleid die er ook is. Kunnen kankeren op een lijsttrekker die tevens kabinetslid is, lijkt electoraal gunstiger dan instemmend kunnen knikken bij de woorden van een links oppositielid.

Toen Lodewijk Asscher destijds lijsttrekker werd in Amsterdam, vond hij dat hij geluk had. De pvda-leden waren zo murw van het interne partijgekonkel dat zijn leiderschap alleen daarom al werd geaccepteerd. Laten ze nu weer murw zijn bij de pvda. Misschien dat zijn opvolger, Lilianne Ploumen, daar baat bij heeft. Al geldt die murwheid nu niet alleen intern, maar ook de kiezer.