Kunst

MUSEAAL AANGEKLEDE REISGIDS

KUNST Barcelona 1900

De tentoonstelling Barcelona 1900 in het Van Gogh Museum geeft een beeld van de stormachtige ontwikkelingen die Barcelona tussen 1880 en 1909 doormaakte. De industrialisatie kwam op – er verrezen vooral veel katoenfabrieken –, het politieke centrum vestigde zich er, en een aantal families werd buitengewoon rijk en machtig. Wat er weer voor zorgde dat architecten als Antoni Gaudí en Lluís Domènech i Montaner werken konden realiseren die nu gelden als de visitekaartjes van Nederlands favoriete weekendbestemming. Zoals de imposante Sagrada Família, waar nog elke dag – behalve zondag – aan gebouwd wordt. Of het drakenhuis Casa Batlló met de bottenbalkons; Casa Milá met de schoorstenen als stenen wachters; het Hospital de Sant Pau.
De vraag is natuurlijk: laat deze Modernista-stijl – kenmerken: een overdaad aan mozaïek, golvende vormen, organisch ogende meubels – zich representatief overbrengen naar een museum? Er is een moedige poging gedaan. Barcelona 1900 is ingericht als een wandeling door gangen en ruimtes als waren het straten en pleintjes. Een reisgidsje plaatst de objecten in hun culturele en sociaal-economische context. Zo slenter je langs vitrines met de Jugendstil-sieraden van Lluís Masriera, de beroemdste juwelier van Barcelona; een kaptafel met in elkaar gevouwen omlijsting van de spiegel, ontworpen door Gaudí, een ‘etalage’ met een feestelijke jurk van toen.

En langs schilderijen natuurlijk. Prominent aanwezig is Santiago Rusiñol, de schrijver en kunstenaar die samen met zijn vriend Ramon Casas een schildersopleiding in Parijs genoot, en iets van die stad mee terug naar Barcelona nam. Vooral zijn Het atelier van Erik Satie – romantischer kan het beeld van de bohémien op zijn armoedige kamertje nauwelijks zijn – en Morfine (1894), het portret van de verkrampte dame in haar bed, maken indruk. Casas ontwikkelde zich tot een van de makers van het tijdschrift L’Avens, dat als ontmoetingsplaats van de avant-garde een belangrijke rol zou spelen in de ontwikkeling van de Modernista-stijl. We zien een aantal van zijn affiches, boekomslagen en advertenties. Overigens portretteerde Picasso de beide heren als bezoekers aan het café Els Quatre Gats. De piepkleine schilderijtjes hangen in een lange rij met medecafégangers.

Vanzelfsprekend is er ook veel aandacht voor de ontluisterende gebeurtenissen aan het eind van de negentiende eeuw. Zo schilderde Isidre Nonell zijn protest tegen de gevolgen van de harteloze industriële samenleving, zoals de uitdeling van soep. Joan Planella toont Het arbeidersmeisje aan weefgetouw. En Rusiñol tekende de anarchisten die gearresteerd werden na de bomexplosie in het Gran Teatre del Liceu in 1893. Interessant? Zeker. Overdonderend? Dat niet. Met name de manier waarop Barcelona’s letterlijk grootste eigendommen aan bod komen is lachwekkend. Parc Güell is samengevat als een archieffilmpje waarop we een agent zien slenteren en vier mozaïektegels, en La Sagrada Família wordt verbeeld door een paar gipsen schaalmodellen en een getekende plattegrond van de straten waar de kerk staat. Daardoor oogt Barcelona 1900 nog het meest als een museaal aangeklede reisgids.

Barcelona 1900, Van Gogh Museum, Tot 20 januari 2008