Sport

Musical

Voetballers worden wel vergeleken met dansers of balletdansers. Dan hebben we het wel over echte voetballers, de spelers waar het allemaal om draait: de vleugelspitsen. De flankaanvallers, de links- en rechtsbuitens. De mannen voor wie we naar het stadion gaan en gingen. Piet Keizer. Tscheu La Ling. Johnny Rep. Eugene van Vijfeycken. Robin van Persie. Arjen Robben.
En Cristiano Ronaldo. De Portugees van 23 die bij Manchester United de sterren van de hemel speelt. Ronaldo is volgens sommigen de beste voetballer van de wereld. Als je hem ziet spelen zit daar wel iets in. Ongelooflijke bewegingen. Waar haalt hij het vandaan? Hoe komt hij aan die onnavolgbare acties waarmee hij verdedigers passeert als waren het cornervlaggen (hoewel cornervlaggen zelden scheel en tureluurs en duizelig uit hun ogen kijken als ze proberen Ronaldo en de bal te volgen, en hem nakijken)?
Kwestie van oefenen, natuurlijk. Maar dan moet je ze wel eerst kennen. Hoe bedenk je die passeerbewegingen? Het is magistraal om te zien: Ronaldo staat tegen de zijlijn, tegenover zijn directe verdediger. Bal aan de voet. Het lichaam iets voorover, als om de bal te beschermen tegen te veel luchtdruk. De tegenstander kijkt naar de bal. Je ziet hem denken: alleen naar de bal kijken, de bal, anders sta ik zo voor paal dat is niet leuk meer.
En de bal gaat van Ronaldo’s rechtervoet naar de linkervoet, en weer terug, en nog een keer. Onder de rechterschoen wordt hij opzij gewreven, en weer terug. Ronaldo stapt over de bal alsof hij aanzet voor een versnelling en de verdediger draait zich om om mee te sprinten. Maar de bal is blijven liggen, op dat moment tikt Ronaldo de bal achter zijn standbeen langs, sleept hem een halve meter opzij, tikt van links naar rechts en passeert met een messcherpe schaar de dol geworden back definitief.
Er zijn lelijker dingen in het leven.
Ronaldo heeft iets van het mysterie opgelost door te vertellen dat hij ooit eens naar een voorstelling van de musical Riverdance ging, die is gebaseerd op Ierse tap- en volksdans. Zoals een goede sportkrant het samenvatte: ‘De sidesteps in die danssoort oefende Ronaldo lang op het trainingsveld en gebruikt hij nu nog vaker als passeeractie.’
Wie nu nog denkt dat musicals onnutte, banale dingen zijn waar je alleen maar last van hebt en die de wereld niet mooier en veelvormiger maar lelijker en platter maken, moet toch gaan twijfelen. Nu we dit weten van Ronaldo begrijpen we een aantal andere dingen ook. De showbusiness heeft een grotere invloed op het voetbal dan werd aangenomen.
Zondag kreeg Excelsior-spits Geert den Ouden een rode kaart omdat hij een elleboogstoot had uitgedeeld aan zijn tegenstander. In de herhaling zagen we de armbeweging prachtig in slowmotion. En wat bleek: het was de Lee Towers-elleboog. (Dzjam-dadadida, dzjam-da da di da – ‘Noe-oe-oe-hoe Jo-o-o-orrrk’ – dzjadaa – elleboog krachtig en fel naar achteren alsof hij de buitenboordmotor van de sloep wil starten – dzjadada – elleboog weer naar voren om het touw te ontspannen voor een volgende poging.)
Rob Rensenbrink, ‘het slangenmens’, heeft goed gekeken naar de musical Jungle Book, met de glibberige Kaa.
De invloed van de musical op het hedendaagse voetbal bewijst ook Roy Makaay, de soepele, makkelijk scorende spits van, inmiddels, Feyenoord. Makaay werd in zijn glorietijd bij Bayern München ‘Das Phantom’ genoemd, omdat hij altijd uit het niets opdook en scoorde. Dat talent ontwikkelde Makaay na het zien van The Phantom of the Opera.
Wesley Sneijder was in zijn Ajaxtijd ongrijpbaar voor de tegenstander omdat hij Ciske’s wegren- en verbergtechnieken in Ciske de Rat had bestudeerd. Jan van Beveren, de mooiste keeper aller tijden, keepte katachtiger dan wie ook na zestien keer Cats te hebben gezien.
Vitesse-trainer Aad de Mos heeft een belangrijk wapen: zijn neus. Niet alleen letterlijk, aangezien hij met dat lichaamsdeel de aandacht van de tegenstander afleidt waardoor zijn team kan scoren, maar ook in overdrachtelijke zin, als neus voor talent. Dat voordeel heeft De Mos te danken aan de musical Cyrano.
Sinds de PSV-selectie naar Tarzan is geweest, hebben ze nog minder doelpunten tegen gekregen. Vooral keeper Gomes, heeft er baat bij gehad. Hij zweeft hoger dan ooit naar de kruising.
Verder werd het teamgevoel danig versterkt door West Side Story. In de kleedkamer begint de peptalk van de coach al enige tijd met: ‘Mannen, wij zijn de Sharks, zij zijn de Jets. En we vechten voor de overwinning, en die heet…’
‘Maria!’ zingt het elftal in koor.