Reizen in het Antropoceen

Mutaties in onze geest

Filosoof Jos de Mul reisde voorafgaand aan de coronacrisis naar onder meer Bali, Hongkong en Sydney. Het Covid-19-virus greep ondertussen snel om zich heen. Maar, zo ontdekte hij, de ergste virussen zitten in ons hoofd.

Sydney, 28 april. Bondi Beach en andere stranden zijn op werkdagen weer open © James D. Morgan/Getty Images

Schiphol, 8 januari 2020. In afwachting van onze vlucht naar Hongkong mijmer ik over wat mijn researchsabbatical gaat brengen. De komende drie maanden zullen mijn vrouw Gerry en ik doorbrengen bij onze zoon en schoondochter, die op Bali wonen, en bij de zus van Gerry in Nieuw-Zeeland. Verder staan er bezoeken aan collega’s en gastcolleges in Melbourne, Sydney, Auckland en Hongkong op het programma. Mijn e-reader is gevuld met te lezen artikelen en boeken. Ik hoop ook flinke vorderingen te maken met het boek dat ik dit najaar bij mijn uitgever moet inleveren.

Geheel zorgeloos gaan we niet op reis. Na een periode van betrekkelijke rust zijn in Hongkong opnieuw gewelddadig onderdrukte onlusten losgebarsten, Melbourne en Sydney worden bedreigd door ongekend felle bosbranden en Bali en Nieuw-Zeeland kampen met vulkaanuitbarstingen. De Romeinse filosoof Seneca heeft opgemerkt dat velen hun noodlot hebben gevonden doordat ze het trachten te ontlopen. Blijkbaar probeer ik aan het noodlot te ontsnappen door het op te zoeken. Ramptoerisme nieuwe stijl.

Sanur, 14 januari 2020. Hoewel we midden in het regenseizoen op Bali zijn gearriveerd, is er de afgelopen week nog geen druppel gevallen. Ook in dit tropisch paradijs is het klimaat in de war. Heet is het wel, en daarom zit ik nu met mijn e-reader onder een frangipani-boom op Sanur Beach, waar een briesje wat verkoeling brengt. Links in de verte staat, ongenaakbaar, de vulkaan Agung.

Ik ben bezig met een hoofdstuk over genen en memen en lees in dat kader Daniel Dennetts Van bacterie naar Bach en terug: De evolutie van de geest (2017). Mijn boek, Database delirium, beschouwt de wereld door de lens van de database. Een database is een geordende verzameling elementen die op allerlei manieren kunnen worden gerecombineerd. We treffen ze overal in het universum aan. Zo kunnen we de 118 nu bekende atomaire elementen in het periodieke systeem opvatten als een chemische database met behulp waarvan de natuurwetten miljoenen verschillende moleculen kunnen vormen. In de natuur vormen biomoleculen de elementen van een ‘levende database’, die worden gerecombineerd tot genen, de dragers van de erfelijke eigenschappen van miljoenen verschillende biologische soorten op aarde. Ook de letters van het alfabet of de woorden in een taal kun je opvatten als een database. Digitale databases nemen al deze databases in zich op om ze aan algoritmische recombinatie en controle te onderwerpen.

Het boek van Dennett staat in de map op mijn e-reader met publicaties over ‘memen’. Dat begrip ontleent Dennett aan Richard Dawkins’ boek De zelfzuchtige genen (1976). Volgens Dawkins treffen we in de menselijke cultuur bij de genen analoge elementen aan, die hij met een referentie aan het Griekse mimesis (nabootsing) aanduidt als memes. Ze zijn net als genen onderworpen aan de natuurlijke selectie – het algoritme van variatie, selectie en reproductie. Als voorbeelden noemt Dawkins ‘melodieën, ideeën, stopwoorden, de mode om je te kleden, manieren om potten te bakken of bogen te bouwen’. In de jaren negentig werd het idee van de meem zelf massaal gerepliceerd. Er werden talloze artikelen, boeken, conferenties en een tijdschrift aan mimetics gewijd. Omdat de mimetici het er niet over eens konden worden in hoeverre de biologische analogie letterlijk moest worden genomen, en zelfs niet over de basale vraag of memen nu primair begrepen moeten worden als mentale verschijnselen (ideeën) of eerder als iets materieels (handelingen of artefacten), leek de beweging in krakeel ten onder te gaan.

Dennett is een aanhanger van de biologische school binnen de mimetica en vat woorden en andere memen op als ‘virussen van de geest’, die van brein tot brein springen – het doet denken aan William Burroughs’ beroemde oneliner ‘Language is a virus from outer space’. Hoewel de naturalist Dennett benadrukt dat ‘woorden’ altijd een materiële vorm hebben, dienen we de hoorbare, zichtbare en denkbare tekens volgens hem te onderscheiden van de informatie die ze bevatten. Woorden en andere memen zijn ‘informationele dingen’. Zoals genen biologische informatie reproduceren, zo reproduceren memen culturele informatie.

De laatste jaren mogen memen zich in een hernieuwde belangstelling verheugen. Dat is vooral te danken aan de alomtegenwoordigheid van computervirussen, internetmemes en andere virals in de digitale wereld. De kenmerken die Dawkins aan replicateurs toeschrijft – langdurigheid, vruchtbaarheid en kopieergetrouwheid – zijn bij uitstek van toepassing op digitale memen. Ze hebben zelfs geen mensen meer nodig om zich te vermenigvuldigen; computervirussen zijn geprogrammeerd om dat zelf te doen. Om die reden heeft Susan Blackmore voorgesteld naast biologische genen en mentale memen een derde categorie toe te voegen: temen, zichzelf reproducerende technische artefacten.

De ideeën van Dawkins, Dennett en Blackmore zijn zonder meer uitdagend. Terecht relativeren zij de moderne opvatting van menselijke autonomie. Maar met hun neodarwiniaanse reductionisme draven zij wel erg door. Het idee dat we niets meer zijn dan een speelbal van genen, memen en temen druist niet alleen in tegen onze alledaagse ervaring, maar gaat ook voorbij aan de biologische realiteit. Zelfs de primitiefste bacteriën worden niet louter aangedreven door de genen, maar sturen op hun beurt hun genen aan. En zoals Limor Shifman in Memes in Digital Culture (2014) terecht opmerkt, zijn mensen ook in het geval van culturele en technische informatieoverdracht niet louter voertuig, maar tevens actieve actoren.

Sanur, 17 januari. Een artikel in de NRC herinnert mij eraan dat mensen niet de enige actieve actoren zijn. Het artikel maakt melding van een nieuw coronavirus dat is opgedoken op een overdekte markt in Wuhan. Het virus heeft ten minste 41 mensen besmet en er zijn zelfs twee doden gevallen. Chinese gezondheidsautoriteiten melden dat de markt per 1 januari is gesloten en ontsmet en dat er sinds 3 januari geen nieuwe ziektegevallen meer zijn gemeld. De uitbraak lijkt in de kiem gesmoord. Internationaal zijn virologen niet gerustgesteld. Het ‘Wuhanvirus’ lijkt op het coronavirus sars, dat eind 2002 eveneens op een Chinese markt opdook en ruim achtduizend mensen besmette en 813 levens eiste.

Virussen zijn fascinerende ‘actoren’. Het zijn microscopisch kleine brokjes erfelijk materiaal (dna of rna), meestal niet groter dan één honderdste van een cel, die zijn omgeven door een eiwit- en soms ook een vet-omhulsel. Het zijn de meest voorkomende biologische entiteiten op aarde. Alleen al in een enkel mensenlichaam bevinden zich honderdduizend miljard virussen. Ze bestaan bovendien in miljoenen soorten en maten.

Over hun precieze status bestaat onder biologen geen overeenstemming. Het zijn ambigue verschijnselen, op de grens van levenloosheid en leven. Anders dan levende organismen kunnen virussen niet zelfstandig bestaan. Ze kennen geen stofwisseling en planten zich voort door organismen binnen te dringen en de daar aanwezige processen aan te wenden voor hun eigen reproductie. Volgens veel biologen kun je virussen vanwege die afhankelijkheid niet levend noemen.

Maar vanwege hun reproductievermogen en veranderlijkheid kun je ze eigenlijk ook moeilijk volstrekt levenloos noemen. Net als organismen zijn ze onderhevig aan het algoritme van de natuurlijke selectie. Door mutaties (kleine kopieerfoutjes) doen zich bij iedere reproductie variaties voor, waarbij de succesvolste de grootste kans hebben zich verder te vermenigvuldigen. Doordat virussen dat razendsnel doen, zijn ze bijzonder veranderlijk. Bovendien wisselen ze ook onderling voortdurend genetisch materiaal uit. Ze vormen een explosieve genetische database.

Afweerreacties van het lichaam en vaccinaties laten zien dat we niet louter speelbal zijn van genen, maar actief kunnen ingrijpen. De veranderlijkheid van griep- en coronavirussen maakt bestrijding met vaccins echter bijzonder lastig. De opgewekte immuniteit tegen het virus werkt meestal alleen voor de variant waarvoor zij is gemaakt en niet voor de gemuteerde vormen.

Hier in Nieuw-Zeeland stierf volgens schattingen tot vijftig procent van de Maori aan door Europeanen meegebrachte griep-, pokken- en mazelenvirussen

Over de evolutionaire herkomst bestaat evenmin overeenstemming onder virologen. Volgens sommigen stammen virussen af van kleine parasitaire cellen die hun vermogen om zichzelf in stand te houden hebben verloren, terwijl ze volgens anderen stukjes erfelijk materiaal zijn die zijn ‘ontsnapt’ uit cellen. Een derde theorie stelt dat virussen gelijktijdig met cellen zijn ontstaan en dat cellen en virussen van meet af aan op elkaar aangewezen zijn. Dat laatste klinkt, gezien de slechte reputatie van virussen, op het eerste gezicht gek. Virussen zoals Covid-19 schakelen immers het dna van de ‘gastheercel’ uit teneinde zichzelf in de cel te kunnen vermenigvuldigen, en dat kan leiden tot de dood van de cel of – bij meercelligen – van het hele organisme. Niet alle virussen zijn echter dodelijk. Als ze al te succesvol zijn in het doden van hun gastheren, graven ze immers hun eigen graf. Daarom zie je dat bijzonder agressieve virussen vaak in de loop van de tijd afzwakken.

Niet alleen zijn de meeste virussen onschadelijk, sommige virussen zijn zelfs onontbeerlijk. Omdat virussen niet alleen planten en dieren maar ook bacteriën infecteren, spelen ze in ons lichaam een belangrijke rol bij het onder controle houden van schadelijke bacteriën. Virussen die bacteriën infecteren (zogenaamde bacteriofagen) worden ingezet als alternatief voor antibiotica, aangezien bacteriën daar steeds resistenter tegen worden. Regelmatig gaan nuttige virussen deel uitmaken van de cel (zoals woorden of populaire deuntjes die ons ‘infecteren’ deel worden van onze eigen geest). Zo spelen retrovirussen een rol bij de ontwikkeling van het brein en de placenta. Het menselijk dna bestaat voor circa vijf procent uit erfelijk materiaal dat afkomstig is van virussen. Virussen hebben een belangrijke rol gespeeld in de evolutie van het cellulaire leven doordat ze, al overspringend van soort naar soort, genetisch materiaal tussen biologische soorten uitwisselen en daarmee de evolutie van die soorten bespoedigen. Virussen zijn dus niet alleen ambigu (tussen leven en levenloosheid zwevend), maar ook ambivalent (ze kunnen zowel het leven bevorderen als dodelijk zijn).

Mount Cook National Park, Zuidereiland, Nieuw-Zeeland © Tai GinDa / Getty Images

Hongkong, 21 januari. Eric Nelson, een collega-filosoof die werkt aan de Hongkong University of Science and Technology (hkust) en me heeft uitgenodigd om eind maart een gastlezing te geven, verzoekt me per e-mail om een korte tekst die hij kan gebruiken voor de aankondiging. Een paar dagen later stuur ik hem die en informeer ik naar het nieuwe coronavirus dat in Wuhan is opgedoken. Op 25 januari schrijft Eric me dat drie dagen geleden de eerste besmetting in Hongkong is vastgesteld. De sars-epidemie die eind 2002 uitbrak duurde tot in de zomer en hij hoopt dat het ditmaal lukt het virus bijtijds te bedwingen. Weer twee dagen later meldt hij me dat het universiteitshotel dat hij voor me had geboekt door de regering is gevorderd. Het zal vanaf nu worden gebruikt om hkust-studenten en -medewerkers, die ter gelegenheid van het Chinese Nieuwjaar naar hun familie in Hubei zijn afgereisd, na hun terugkeer in quarantaine te plaatsen. Hij heeft nu een kamer voor ons geboekt in Holiday Inn in de stad Tseung Kwan O.

Melbourne, 31 januari. In het vliegtuig van Denpasar, Bali, naar Melbourne kopt de NRC op het beeldscherm van mijn laptop: ‘who roept internationale noodsituatie uit om Wuhan-coronavirus’. De omvang van de ramp begint zich af te tekenen. De afgelopen twee weken heeft het tot Covid-19 gedoopte virus zich niet alleen verspreid van China naar tien andere Aziatische landen, maar is het ook opgedoken in Europa, Noord-Amerika, Australië en in landen rond de Perzische Golf. Die snelle toename hoeft niet te verbazen als we bedenken dat vliegtuigen jaarlijks 4,3 miljard passagiers kriskras over de aarde vervoeren. En ik ben er een van.

Melbourne, 3 februari. We hebben geluk. Een week voordat we in Melbourne landen, heeft een krachtige wind de stad verlost van de rook en as van de bosbranden. We wandelen door de multiculturele metropool naar de University of Melbourne, waar ik Peter Otto ga bezoeken om een gemeenschappelijk project te bespreken. Otto is gespecialiseerd in de Engelse romantiek en we delen een fascinatie voor de doorwerking van de romantiek in de digitale wereld. We bespreken de notie van het (bio)technologische sublieme. In de romantische natuur- en kunstfilosofie is het sublieme verbonden met de onmetelijkheid en overmacht van de natuur. Mijn stelling luidt dat de ervaring van het sublieme in de moderne cultuur is verschoven van de natuur naar de technologie. Weliswaar zijn wij de scheppers van de technologie, maar zij is in onze cultuur een onbeheersbare macht geworden. De coronacrisis laat zien dat het natuurlijke en technologische sublieme inmiddels innig verstrengeld zijn geraakt. Met behulp van publiekelijk toegankelijke dna-databases en een dna-synthesizer kun je in principe elk dodelijke virus ‘uitprinten’. Zo slaagden onderzoekers van het US Armed Forces Institute in Washington er in 2005 in het Spaanse griepvirus te reconstrueren. Wanneer bioprinters hun intrede zullen doen en dat uitprinten ook op afstand mogelijk wordt, zal het begrip ‘computervirus’ een nieuwe, angstwekkende betekenis krijgen.

Mount Cook, 6 februari. Nadat we van Melbourne naar Christchurch zijn gevlogen, rijden we naar Otahuti, twintig kilometer van Invercargill, de zuidelijkste stad op aarde. De afstand is een kleine zeshonderd kilometer, maar door de smalle wegen, die slingerend door het bergachtige landschap voeren, vordert de reis maar langzaam. Hoewel het zomer is op het zuidelijk halfrond is het koud, winderig en heel nat. Het zuidelijk deel van het Zuidereiland kampt bovendien met overstromingen en we horen dat veel wegen de komende week onbegaanbaar zullen zijn. We besluiten Mount Cook te bezoeken. Nieuw-Zeeland is door zijn relatief ongerepte natuur prominent aanwezig in de verfilming van Tolkiens The Lord of the Rings, de afgelopen jaren uitgegroeid tot toeristische trekpleister. Als we ons voegen in de massa’s en de door plankieren voorgeschreven wandeling maken naar het aan de voet van de Mount Cook gelegen gletsjermeer, zien we dat de gletsjers grijs zijn van de as die met de wind vanuit Australië is aangevoerd.

Otahuti, 11 februari. Welkom in het Antropoceen. We stappen rillend uit de auto bij Peter en Marijke. Het is zomer in Nieuw-Zeeland, maar de thermometer staat op een schamele zes graden. In Nederland is het winter en vijftien graden. Zwager Peter zegt ironisch dat we beter nog wat verder naar het zuiden hadden kunnen rijden – op de Zuidpool is het achttien graden. Rond de houtkachel vertellen Peter en Marijke waarom ze veertig jaar geleden naar Nieuw-Zeeland zijn geëmigreerd. Rust, ruimte en natuur. De natuur van Nieuw-Zeeland is inderdaad subliem. De Nieuw-Zeelanders zijn dol op recreatie in de natuur en natuurbeheer staat hoog in het vaandel. Het valt ons echter op dat de liefde voor de natuur nogal selectief is. Overal treffen we borden aan waar opossums (buidelratten, in de negentiende eeuw geïmporteerd ten behoeve van de bontfokkerij) en andere exoten worden aangeduid als een ‘unwanted pest’, waarbij de lezer tot verdelging wordt gemaand. Ook tegen ‘wilde coniferen’ wordt gewaarschuwd. Ze worden met motorzagen omgezaagd en met giftige mengsels besproeid. Misschien gaat het te ver om hier met Wouter Oudemans van ‘botanisch racisme’ te spreken, maar duidelijk is dat hier geldt: eigen fauna en flora eerst!

Marahau, 23 februari. We bezoeken het Abel Tasman National Park, genoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger die in 1642/1643 als eerste Europeaan de Nieuw-Zeelandse eilanden bezocht. Dat de natuur zelfs in het bosrijke Nieuw-Zeeland als bedreigd wordt beschouwd, is begrijpelijker wanneer je bedenkt dat meer dan de helft van de bossen in enkele eeuwen tijd is verdwenen. Waar voor bewoning zo’n tachtig procent van Nieuw-Zeeland door mossen werd bedekt, is dat nu minder dan 35 procent. Van een inheemse boom als de kauri, die meer dan vijftig meter hoog en 2500 jaar oud kan worden, is zelfs al ruim 95 procent verdwenen. En over de angst voor exoten kunnen de Maori, de eerste bewoners van Nieuw-Zeeland, meespreken. Niet alleen sneuvelde een groot deel van hen in een reeks oorlogen met Europeanen die het land sinds de eerste helft van de achttiende eeuw koloniseerden, maar ook stierf volgens sommige schattingen tot vijftig procent van de Maori aan door Europeanen meegebrachte griep-, pokken- en mazelenvirussen. Het Antropoceen is ook een Colonialcene en Microbiocene.

De NRC kopt vandaag: ‘Italië neemt drastische stappen na grote uitbraak coronavirus’. De virusstroom gaat inmiddels ook van oost naar west. Ik lees The Viral Storm: The Dawn of a New Pandemic Age (2011) van Nathan Wolfe, hoogleraar biologie aan Stanford University en gespecialiseerd in zoönotische infecties als aids en ebola. Bij dergelijke infecties springen in dieren aanwezige virussen, schimmels of bacteriën, in al of niet gemuteerde vorm over op de mens. Dat is onder meer mogelijk door de consumptie van vlees van gedomesticeerde en wilde dieren. Ook Covid-19 is een zoönotische infectie die waarschijnlijk via een schubdier van vleermuis op mens is overgedragen.

Waikato, 3 maart. Op weg naar Auckland bezoeken we de Waikite Valley Thermal Pools. Diep uit de aarde spuit er, afhankelijk van de luchtdruk, iedere seconde zo’n veertig tot vijftig liter water van 98 graden Celsius uit de grond, dat via een stelsel van buizen waarin het geleidelijk afkoelt naar een aantal warme baden wordt geleid. Het water bevat niet alleen een grote hoeveelheid mineralen die een geneeskrachtige werking heten te hebben, maar ook extremofiele micro-organismen die tegen extreme druk en temperaturen bestand zijn en waarvan wordt aangenomen dat ze verwant zijn aan de vroegste levensvormen op aarde. Ze zullen ongetwijfeld nog bestaan wanneer homo sapiens allang vergeten is. Bordjes waarschuwen dat het beter is je hoofd niet onder te dompelen. Het boek van Wolfe nog vers in gedachten lijkt het me inderdaad beter dat niet te doen. De evolutie leert immers ook: hoe complexer een organisme is, hoe kwetsbaarder.

’s Avonds verschijnt er een bericht op onze mobieltjes van onze zoon Joris op Bali. Lanny is met dengue opgenomen in het ziekenhuis. We kijken elkaar verschrikt aan. Dengue is een levensbedreigende virusziekte, die wordt overgedragen door verschillende soorten steekmuggen. Ongeveer tachtig procent van de patiënten – in dit opzicht lijkt dengue op het coronavirus – vertoont geen of slechts milde symptomen, maar een ander deel krijgt ernstige complicaties en één tot vijf procent overlijdt eraan, afhankelijk van de behandeling. Hoewel de ziekte al in Chinese medische encyclopedieën uit de eerste eeuwen van onze jaartelling wordt genoemd, kwamen epidemieën de afgelopen eeuwen zelden voor. Sinds 1940 is er echter een opvallende verspreiding in Zuidoost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika, het Caribische gebied en Afrika. In Indonesië doet Dengue zich vooral voor in het regenseizoen, wanneer stilstaand water op straat muggen aantrekt.

Er bestaan vijf verschillende typen infectie; levenslange immuniteit verwerf je na ziekte voor dat specifieke type, maar geen of slechts kortdurende immuniteit voor de andere. Een latere infectie met een ander type kan tot zeer ernstige complicaties leiden, omdat het immuunsysteem dan geen afweerreactie start; het ‘denkt’ ten onrechte immuun te zijn. Lanny, in Indonesië geboren en getogen maar nooit eerder besmet, heeft de ernstigste hemorragische variant opgelopen, die gepaard gaat met een levensgevaarlijke daling van het aantal bloedplaatjes en lekkage van bloedplasma. Ze is gisteren met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Er bestaat geen vaccin of medicijn tegen dengue, maar door toediening van vloeistoffen per infuus of bloedtransfusie wordt getracht de symptomen onder controle te houden.

Overal treffen we borden aan waar opossums (buidelratten) en andere exoten worden aangeduid als een ‘unwanted pest’

Warkworth, 9 maart. Tot onze grote opluchting is de behandeling van Lanny aangeslagen. We zijn inmiddels op weg naar Auckland, vanwaar we via Sydney terugvliegen naar Bali, om vervolgens via Hongkong terug te keren naar Nederland. Omdat de wegen op het Noordereiland een stuk beter zijn dan op het Zuidereiland, hebben we nog een paar dagen voordat we onze auto moeten inleveren in Auckland. We besluiten de Bay of Islands te bezoeken. Via de pers en familie volgen we het coronanieuws in Nederland. Nadat op 26 februari de eerste besmetting is gemeld, gaat het snel. Volgens de NRC zijn er het afgelopen weekend 177 besmettingen gemeld en moet kuchend Brabant binnen blijven. In Nieuw-Zeeland lijkt de coronacrisis ver weg.

Traditionele markt in Denpasar, Bali, 11 april © Made Nagi / EPA / ANP / HH

Auckland, 15 maart. De coronacrisis overheerst nu al een week iedere dag de voorpagina van de NRC. De ministers Bruins en Slob kondigen aangescherpte maatregelen aan: alle horecabedrijven, sportclubs en sauna’s gaan dicht. Ik maak me zorgen om mijn 87-jarige moeder, die met haar zwakke longen en conditie duidelijk tot de risicogroep behoort. Ik bel haar op. Ze klinkt berustend en maakt zich vooral zorgen om ons.

In de reisgids van Domenicus valt mijn oog op een passage over de Spaanse grieppandemie, die in 2018 niet minder dan een derde van de toenmalige wereldbevolking (1,5 miljard) besmette en wereldwijd tussen de vijftig en honderd miljoen vooral jonge slachtoffers maakte en ook in Auckland een ware slachting aanrichtte. Door de grote feesten die werden georganiseerd vanwege het einde van de Eerste Wereldoorlog en de terugkeer van de soldaten uit Europa verspreidde het virus zich in no time door de stad. Vele duizenden inwoners stierven binnen enkele uren na besmetting.

Getriggerd door deze passage download ik Laura Spinney’s Pale Rider: The Spanish Flu of 1918 and How It Changed the World (2017). Het is een fascinerend verslag van deze ‘collectief vergeten’ tragedie, die in niet veel meer dan veertien weken waarschijnlijk meer slachtoffers maakte dan de beide wereldoorlogen bij elkaar (samen 77 miljoen doden). Waar de meeste historici de Spaanse griep – die ten onrechte zo heet, omdat hij zijn oorsprong in de Verenigde Staten had – beschouwen als een voetnoot bij de Eerste Wereldoorlog, betoogt Spinney dat hij net als de Zwarte Dood in de Middeleeuwen de loop van de geschiedenis drastisch heeft beïnvloed. Deze pandemie van het h1n1-virus vaagde niet alleen volledige culturen en talen weg, maar beïnvloedde ook de afloop van de Eerste Wereldoorlog en het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog en India’s onafhankelijkheid. En de pandemie heeft ons ook opgezadeld met de jaarlijkse griepgolf die soms – zoals in het geval van de Mexicaanse griep (de varkensgriep) in 2009 – opnieuw kan uitmonden in een dodelijke pandemie.

Inmiddels zijn ook in Australië de eerste besmettingen gemeld en via de app van Buitenlandse Zaken verneem ik dat iedereen die op 16 maart Australië binnenkomt veertien dagen in quarantaine zal moeten blijven. Onze vlucht arriveert enkele uren voordat de maatregel van kracht wordt in Sydney.

Sydney. 16 maart. In Sydney is nog steeds weinig te merken van de pandemie. Restaurants, terrassen en stranden zitten vol, toeristen drommen rondom bussen en rondvaartboten. Alleen Aziaten – bij wie de collectieve herinnering aan sars blijkbaar nog levend is – dragen mondkapjes. We bekijken het beroemde operagebouw in Sydney. Bij de kassa horen we dat alle opera’s met ingang van vandaag zijn gecanceld. De vele locaties van de 22ste Biënnale van Sydney, die twee dagen eerder van start is gegaan, kunnen we echter zonder problemen bezoeken.

Ik krijg van een collega een linkje doorgestuurd naar een artikel van Slavoj Žižek dat vandaag is verschenen op de website van The Philosophical Salon. Volgens Žižek pepert de reële dreiging van miljoenen doden ons het falen in van zowel de ongereguleerde vrijemarkteconomie, die de coronacrisis mede heeft veroorzaakt, als het bekrompen nationalisme dat de bestrijding ervan onmogelijk maakt. Daar heeft hij zeker een punt. De genen van het coronavirus zijn reëel, maar de memen, de geestelijke virussen van de vrije markteconomie en het nationalisme die zich ermee verbinden, zijn minstens zo dodelijk.

Sydney, 17 maart. We beginnen het langzamerhand wat benauwd te krijgen. Ik mail met Eric in Hongkong en aangezien de universiteit nog steeds gesloten is, besluiten we mijn bezoek en lezing definitief te cancelen. Ik probeer Cathay Pacific te bereiken om de meerdaagse tussenstop in Hongkong tijdens onze vlucht van Denpasar naar Amsterdam te annuleren en voor de 26ste de aansluitende vlucht naar Amsterdam te boeken. Na 45 minuten in de wachtstand te hebben gestaan tref ik een behulpzame Poolse medewerker aan de telefoon. De vlucht van de 26ste is volgeboekt, maar zij kan ons nog plaatsen op de vlucht van de 28ste. We zijn opgelucht, totdat onze zoon Joep vanuit Eindhoven meldt dat de Franse president Emmanuel Macron zojuist heeft aangekondigd dat de buitengrenzen van het Schengengebied met ingang van 12:00 uur vandaag voor ten minste dertig dagen dicht gaan.

Sydney, 18 maart. Ik bel opnieuw met Cathay Pacific en tref weer de Poolse medewerker. De vlucht van de 28ste is gecanceld, maar omdat veel reizigers die niet in de EU wonen hun reservering voor de vlucht van Bali naar Amsterdam op 21 maart hebben geannuleerd, kan zij ons op die vlucht plaatsen. Vanaf morgen worden er in Bali geen visa on arrival meer verstrekt. We kruipen opnieuw door het oog van de naald. De vrijwel lege Boeing 787 Dreamliner die ons van Sydney naar Denpasar brengt, landt volgens schema om 21:00 uur op Bali.

Sanur, 21 maart. Vanmorgen fietsten we langs de vrijwel uitgestorven stranden en restaurants. De meeste toeristen zijn inmiddels vertrokken en voorlopig worden er geen nieuwe verwacht. Vanmorgen ontving ik een e-mail van Buitenlandse Zaken waarin alle in Indonesië woonachtige Nederlanders dringend wordt aangeraden naar Nederland terug te keren. Joris en Lanny zijn vastbesloten te blijven. Hun leven en werk ligt hier. We begrijpen dat, maar maken ons zorgen. Tot half februari zijn er vliegtuigen vol toeristen uit Wuhan in Denpasar geland. De gezondheidszorg in Indonesië is gebrekkig. Dat er nog maar weinig besmettingen zijn gerapporteerd komt vooral doordat er nauwelijks tests zijn uitgevoerd. Joris en Lanny rijden ons naar het Ngurah Rai Airport. Het afscheid valt zwaar. We durven elkaar nauwelijks te omhelzen.

Molenhoek, 22 april. Inmiddels zijn we alweer een maand terug in Nederland. Niets wijst erop dat we tijdens de lange reis besmet zijn geraakt. Net als een groot deel van de wereldbevolking verlaten we slechts voor noodzakelijke dingen het huis. Het thuiswerken is vertrouwd, maar de anderhalvemetersamenleving voelt onwennig.

Zoals iedereen volgen we het nieuws over de coronacrisis en de discussies over corona-apps en de dreigende hygiënocratie op de voet. Het idee dat een app ons smetvrij zou kunnen houden lijkt me net zo’n reductionistische illusie als de gedachte dat een vaccin tegen Covid-19 toekomstige pandemieën een halt zou kunnen toeroepen.

De afgelopen weken hebben we Pandemics bekeken, de in januari door Netflix gelanceerde documentaireserie. Die laat overtuigend zien dat hoe succesvol de medische strijd tegen infectieziekten de afgelopen honderd jaar ook mag zijn geweest, pandemieën het ‘nieuwe normaal’ worden wanneer niet ook de sociale en economische condities worden aangepakt die de virale storm over onze planeet hebben veroorzaakt. Dat is geen geringe opgave. Het zou mooi zijn als de huidige pandemie daartoe ook wat nuttige mutaties zou veroorzaken in onze geest.