Luik voor ongewenste baby’s

Muurbloempjes

Een vrouw die haar pasgeboren kind niet wil, kan het in een vondelingenluikje leggen. In Duitsland werden al bijna driehonderd kinderen achtergelaten. Over een paar maanden moet het eerste babyluikje in Nederland openen.

Het was een winterochtend toen de eerste baby door de muur kwam. Gabriele Stangl, een fors gebouwde vrouw met een vriendelijke stem, haastte zich naar beneden, naar het luik, waar het kindje op het kussen lag. Ze haalde het eruit. ‘Het was zo klein dat je het op één hand kon houden’, zegt ze. Het was een meisje, 1045 gram zwaar, een paar uur oud pas. ‘Ze was onderkoeld en zou het zeker niet hebben overleefd.’

Elf jaar is het nu geleden dat Stangl het meisje vond. Ze noemde het Lisa. Het was een van de eerste vondelingen die in Duitsland in een Babyklappe werden achtergelaten. Een paar weken eerder had Stangl het luik in het Waldfriede-ziekenhuis in Berlijn geopend. Vertwijfelde vrouwen die hun kind niet willen, kunnen de baby daar anoniem neerleggen.

Het luikje lijkt op een magnetron. Het is een kastje aan de buitenmuur, je trekt het luik open en legt het kindje op het warme kussen. Na een paar seconden worden automatisch de medewerkers gealarmeerd. Zij zorgen dan voor de vondeling. Voorstanders beweren babylevens ermee te kunnen redden, maar volgens critici zitten er te veel haken en ogen aan. De discussie verdeelt Duitsland nog steeds – en inmiddels ook Nederland, waar over een half jaar het eerste vondelingenluik opent.

‘Nederland biedt geen enkele plek voor hulpeloze moeders die hun kindje niet willen of kunnen houden’, zegt Barbara Muller. In Dordrecht – de stad die landelijk hoog scoort als het gaat om kindermishandeling – wil ze daarom in februari het Babyhuis openen: geen echt luik, maar wel een kamer wordt daar ingericht waar moeders anoniem hun kind in een ledikantje kunnen leggen. De moeders kunnen via een bel in contact komen met medewerkers, als ze dat willen. ‘Wanneer de moeder ervoor kiest om weg te gaan, drukt zij op een knop, de deur vergrendelt en de medewerkers worden geroepen’, legt Muller uit. Zoals in andere landen worden de vondelingen dan door families geadopteerd. ‘Het is natuurlijk koffiedik kijken, maar ik verwacht twee tot vier vondelingen per jaar.’

Het grootste verzet in Nederland komt volgens initiatiefnemer Barbara Muller van de Raad voor de Kinderbescherming. ‘Een vondelingenluik suggereert ten onrechte dat het achterlaten van een kind een acceptabele oplossing is voor een ongewenste zwangerschap’, schrijft de Raad. Nederland zou juist vrouwen al eerder hulp moeten bieden.

Inmiddels bestaan er wereldwijd in twaalf landen babyluikjes; in Duitsland zijn er ongeveer honderd. In 2000 werd het eerste luik geopend in Hamburg, daarna in Berlijn. Men wilde de kindersterfte terugdringen.

Gruwelijke verhalen gingen de afgelopen jaren door het land van moeders die hun pas­geboren baby doodden en in de tuin begroeven, in beton goten of in de diepvrieskast legden. Een paar weken geleden nog werd in een garage een campingkoelbox ontdekt met daarin twee lichamen. In Berlijn werd eind 2011 een lijkje in een afvalcontainer gevonden.

Maar hoewel de verhalen elke keer opnieuw het land schokken, blijven het uitzonderingen. Volgens de hulporganisatie Terre des Hommes worden er in Duitsland per jaar gemiddeld dertig gedode baby’s gevonden en rond twaalf te vondeling gelegd.

Ook in Nederland liggen de aantallen relatief laag. In Groningen werd in januari een baby op een trap bij een politiebureau neergelegd. Eind april vond een voorbijganger onder een brug over de A2 een babylijkje in een vuilniszak. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming werden sinds 2003 elf kinderen te vondeling gelegd, gemiddeld één per jaar. In dezelfde periode werden rond dertig babylijkjes gevonden.

Al decennia daalt in beide landen het aantal vondelingen en de laatste tien jaar – sinds er babyluikjes bestaan – is er nauwelijks verandering. Babyluikjes hebben dus volgens de cijfers van Terre des Hommes geen sterk effect op het sterftecijfer. Tegenstanders beweren dat de luikjes juist meer vondelingen ‘produceren’, omdat nu iedereen makkelijk zijn kind kwijt kan. Voor voorstanders telt het geredde leven. ‘Het zijn slechts toevalligheden die aan het licht komen, het topje van de ijsberg’, stelt initiatiefnemer Barbara Muller. ‘Het is achterhaald dat de wet anoniem bevallen verbiedt en dat moeders die hun kind te vondeling leggen kans maken op viereneenhalf jaar celstraf – dat maakt dat moeders hun baby doden of op een onveilige plek achterlaten.’

Soms liggen dood en leven dicht bij elkaar. Het was aan het begin van de zomer van 2002 toen in het Berlijnse luik het lijkje van een vermoorde baby lag, gedood met vijftien messteken. Gabriele Stangl was diep getroffen, ze twijfelde, dacht eraan het luikje weer dicht te metselen. Kort na het lijk werd een levende zuigeling neergelegd, een gezonde jongen. Voor Stangl, predikante, was hij het teken dat ze een opdracht had gekregen. ‘Dit was het moment dat ik wist dat ik door moest gaan.’

Een ander kind wiens lot haar nooit heeft losgelaten is Thomas. In de kerstnacht van 2002 lag hij in het luikje. Drie dagen later werd hij door zijn moeder weer teruggehaald. Stangl is in contact gebleven met het gezin – zoals met de meeste vondelingen. Twintig kinderen werden sinds 2000 in het babyluikje van het Waldfried-ziekenhuis neergelegd. ‘Verhalen van verloren vondelingen kloppen gewoon niet’, benadrukt Stangl. In Berlijn, waar inmiddels vier babyluikjes bestaan en al 43 kinderen werden gevonden, zouden de bureaus jeugdzorg precies weten waar de kinderen gebleven zijn. ‘De overheid kan het spoor van elk kind volgen.’

Zij spreekt daarmee critici fors tegen. Tegenstanders van babyluikjes stellen dat in enkele gevallen niemand weet wat met de vondelingen gebeurde. Voor het eerst sinds het bestaan van de luikjes werd deze vraag dit jaar onderzocht door het Duitse Jeugdinstituut (dji). Het dji enquêteerde lokale overheden en de initiatief­nemers, want tot nu toe waren er geen cijfers over de vondelingenluikjes.

Tot begin 2010 – in een tijdsbestek van tien jaar – werden in Duitsland 278 kinderen in een babyluik gelegd. Over 21,6 procent van de vondelingen kon – of wilde – echter niemand meer inlichtingen geven; 152 kinderen zouden dus spoorloos zijn. ‘Het probleem is dat er geen centrale instantie is die toezicht houdt’, concludeert het dji.

Niemand controleert of coördineert, zo luidt de kritiek van tegenstanders. Iedereen zou een vondelingenluikje aan zijn huis kunnen bouwen. ‘Er zijn geen regels voor een babyluikje’, aldus Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar personen- en familierecht aan de Universiteit van Tilburg. Dit is niet het enige; vondelingenluikjes, moeders en initiatiefnemers in Duitsland bevinden zich ook na tien jaar nog in een juridische schemerzone.

Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of de vondelingen de Duitse nationaliteit moeten hebben. Of de moeder het kind uit eigen wil heeft neergelegd of onder dwang. Bovendien is het gebruik van de luikjes eigenlijk illegaal, tot nu toe wordt het alleen getolereerd. Het te vondeling leggen van een kind is zowel in Duitsland als in Nederland strafbaar. In Nederland gaat de politie direct op zoek naar de moeder, in Duitsland niet. Tot nu toe werd geen moeder achtervolgd. Dat moet volgens het ministerie voor Familiezaken in Berlijn ook zo blijven. Maar er zouden niet meer nieuwe luikjes geopend mogen worden, eiste de minister eerder dit jaar.

Ook een ander juridisch dilemma ontketent discussie: aan de ene kant staat het afstammingsrecht dat in beide landen geldt. Hoogleraar Paul Vlaardingerbroek legt uit: ‘Het kind heeft op grond van het kinderrechtenverdrag recht op kennis van zijn identiteit.’ Bij een vondelingenluik is dit niet mogelijk, de Nederlandse staat zou daarom de rechten van het kind en internationale verplichtingen schenden. ‘Een luikje botst met het belang van het kind’, vindt Vlaardingerbroek. Aan de andere kant staat het recht op leven. Voor voorstanders als Barbara Muller weegt dit zwaarder. In nrc.next zei ze: ‘Een baby kan niet praten, maar wat zou hij kiezen als hij de keuze had tussen in een vijver gegooid worden of opgroeien zonder zijn biologische ouders te kennen?’

Dit dilemma houdt ook de Duitse Ethiekraad bezig. Zij adviseert de regering en gaf de overweging dat de babyluikjes zouden moeten sluiten. Raadslid Ulrike Riedel: ‘Het hoofdargument is dat een luik levens redt. Maar het leven is niet in acuut gevaar.’ Een kinderdoding zou in een opwelling gebeuren, ook als er een babyluikje in de buurt is. Een ander punt van kritiek is het misbruik van de luikjes. Niet vaak, maar het gebeurt toch: er worden gehandicapte kinderen in de luiken gelegd. Of baby’s die al enkele maanden oud zijn. ‘De verdenking van seksueel misbruik ligt voor de hand’, zegt Riedel. ‘Door het luik wordt dit toegedekt.’

Maar wie zijn de moeders die hun pasgeboren kind achter een babyluikje leggen? ‘Er is niet slechts één antwoord’, zegt Monika Bradna, onderzoekster van het Duitse Jeugdinstituut in München. Ze spreekt van een ‘heel heterogene groep’, qua leeftijd, qua onderwijsniveau, qua motief. Het zouden in ieder geval niet slechts tienermoeders zijn, laagopgeleiden of alloch­tonen. Voor het onderzoek hebben Bradna en haar collega’s vooral gesproken met mede­werkers van instellingen met een babyluikje.

‘Het kan een combinatie zijn van een ingewikkelde relatie, financiële problemen, overlast en paniek’, zegt Bradna. Vaak zouden de vrouwen de religieuze of culturele druk van de omgeving voelen, of zijn ze slachtoffer van incest, verkrachting of eerwraak. Meestal verzwijgen ze daarom ook de zwangerschap, ze doen alsof het kind er nooit was. Het enige wat de vrouwen verbindt zou hulpeloosheid zijn. ‘Zij kunnen hun probleem niet uiten’, aldus het dji-onderzoek. Daarom zouden de moeders op geen andere manier geholpen kunnen worden.

Monika Bradna zegt dat veel moeders na een paar dagen uit de anonimiteit treden en bijvoorbeeld hun naam aangeven. ‘Voor de ontwikkeling van het kind is dit belangrijk.’ Want anders blijven de kinderen uit het luik kinderen zonder identiteit, zonder afkomst.

In Berlijn leidt Gabriele Stangl ‘haar’ kinderen rond, ze wil vertellen waar ze vandaan komen. De eerste vondeling, Lisa, van de winterochtend in 2001, is inmiddels elf jaar oud. Ze werd geadopteerd door een familie en woont in de buurt van het ziekenhuis in Berlijn. Ze weet dat ze twee moeders heeft. Wanneer ze naar het ziekenhuis komt, legt ze soms haar poppetje in het babyluikje. ‘Zo heb ik ook erin gelegen.’