Muze met de zeis

Ongetwijfeld leven we in shakespeareaanse tijden. De koningsdrama’s komen binnen via de kabel. Despoten in Moskou, Damascus en Washington. Moordcomplotten in Istanbul. Er zijn Saoedische prinsen, Russische spionnen, gifmengers, tribunalen en verraad, met een constante onderstroom van smoezelige lust. Wat heb je in het theater nog te zoeken als je een afstandsbediening bezit?

Zulke gedachten komen op als je een roman leest die zo onwaarschijnlijk dicht op de actualiteit is geschreven als Mooi doodliggen. Adri van der Heijden zal vast niet de enige schrijver zijn geweest die op het puntje van zijn stoel ging zitten bij het verhaal, eind mei van dit jaar, van journalist Babtsjenko, die vermoord leek, maar een dag later springlevend een persconferentie binnenwandelde. Vast was hij ook niet de enige schrijver die prompt aan Romeo en Julia dacht, het beroemdste schijndooddrama op aarde.

Dit onmiddellijk, in luttele maanden tijd, tot romanstof verwerken, kan grandioos mislukken en eindigen als een eendimensionaal stuntje, dat mee hoopt te dobberen op de mondiale reuring. Dat dit bij A.F.Th. anders uitpakt, komt ongetwijfeld doordat de stof van de kwestie-Babtsjenko meteen kon ontkiemen binnen een universum dat in zijn schrijfkamer toch al aan het uitdijen was, getuige de feuilletonreeks over de MH17 die hij in de zomer van 2016 schreef voor de NRC, en de grote roman MX17 waaraan hij werkt.

Zoals Advocaat van de hanen een ‘satellietdeel’ uit de Tandeloze tijd-cyclus is, zo is dit een satelliet bij het MX17-werk: zelfstandig te lezen. En hoe. Krachtig aangespannen met suspense en plotwendingen, bloedwarme emoties, in balans gebracht door slimme opvattingen, in die onmiskenbaar eigen, sensitief-sculpturale taal.

‘Aan het slot van de oude, vermoeide eeuw met z’n drie wereldoorlogen, twee hete en een kouwe, kwamen er dus nog gauw even de Eerste en de Tweede Tsjetsjeense Oorlog bij, als door ovationeel hoefgetrappel van het publiek afgedwongen toegiften ter afronding van een gedenkwaardig concert. Ik had er niet in gesoleerd, maar wel mijn schrille partijtje meegeblazen te midden van de tutti, in de orkestbak van Grozny.’

Ongekend heet van de naald, en dan ook nog eens vintage A.F.Th.

Aan het woord is Grigori Moerasjko, zoals de journalist is gaan heten, en die zijn relaas over zijn dood-in-scène en zijn speurwerk naar de toedracht van vlucht MX17 laat vertalen door zijn Nederlandse collega, de fotograaf Natan Haandrikman, die zijn ouders verloor bij de rampvlucht.

Moerasjko is getrouwd met de vrouw die hij ooit als redacteur van zijn eigen oorlogsroman kreeg toegewezen. Yulia (what’s in a name) met ‘de lichtschittering van de bijna microscopische donshaartjes’ van haar buik op het strand. Toch was ze van meet af aan ‘een muze met de zeis’ geweest. ‘Ze had me opgejaagd tot aan de uiterste richel van de compromisloosheid, waar de Dood surveilleerde.’

Maar als hij werkelijk die richel heeft opgezocht, en zich, in opdracht van de Oekraïense geheime dienst, in hun portiek schijnbaar laat doodschieten, en zij niet in het complot gekend wordt, is het haar te veel. De play-within-the-play is overigens met vaart en vaardigheid opgevoerd, tjokvol met alle details die bij zo’n waagstuk komen kijken. Zo vertelt hij zijn vrouw en kinderen dat hij witbrood voor ze gaat kopen als hij de deur uit loopt. De geheim agenten moeten dat inderhaast zelf gaan halen, terwijl hun handlangers in een busje Moerasjko’s shirt prepareren met het varkensbloed, waarmee dat brood straks doordrenkt raakt, na het pistoolvuur. ‘Niet vier schoten, maar zes. Ze ricocheerden door het kale trappenhuis.’

Dat is op zichzelf allemaal enerverend genoeg, maar het werkelijke onderwerp is de nawerking van deze truc, die bedoeld was om de Russen te misleiden, maar uiteindelijk misschien toch anders in elkaar steekt. Hoe dan ook kost het hem z’n vriendschap met collega’s, afgezien van Natan, en vooral Yulia voelt zich verraden en verlaat hem.

Daar werkt de politieke tragedie dóór als intiem drama van menselijke dilemma’s en affecten waar de nieuwsbulletins niet bij komen. Dit is fictie die de bekende wereld in een schijnsel zet waardoor er eventjes betekenis lijkt te zijn, bezieling. Dat is hoe Van der Heijden te werk is gegaan in wat voor mij zijn beste boeken zijn: iets uit de historie loswrikken en optillen boven de dagelijkse troposfeer uit, naar het domein van de mythe. Of het nu de krakersrellen tijdens de kroningsdag zijn (De slag om de Blauwbrug), de dood van kraker Hans Kok (Advocaat van de hanen), deze schrijver is op z’n best als hij het actuele laat versmelten met het klassieke.

Juist doordat het materiaal ditmaal de wereld van eergisteren is – Halbe Zijlstra en Stef Blok brengen bliksembezoekjes, de discussie over roetveegpieten komt zelfs langs – zie je de kracht van zulke fictie gedemonstreerd. De omweg van de verzonnen realiteit, de fake news, raakt een fundamentelere waarheid. ‘Waarom zou de waarheidszoeker een doorzetter moeten zijn, en de leugenaar niet?’ vraagt de held tegen het einde. ‘Ieder z’n stiel, zeg ik altijd maar. Als het doel de middelen heiligt, dan kan het bereikt worden zowel via feiten als via verzinsels.’

Dit boek is door en door klassiek, in dramatische opbouw, in thematiek en ook in de val van de protagonist ten gevolge van zijn een eigen misstap, waarvan niet goed is uit te maken welk aandeel het noodlot had en welk de vrije keuze. ‘Als ik mijn ziel aan de duivel had versjacherd, dan had ik er verrot weinig voor teruggekregen’, vat hij het zelf samen. Ongekend heet van de naald, en tegelijkertijd oeroud, en dan ook nog eens vintage A.F.Th. Zie dat met die MX17-roman nog maar te overtreffen.