Muzendroom

Lara Vapnyar
Memoires van een muze
Uit het Amerikaans (Memoirs of a Muse, 2006) vertaald door Peter Abelsen
Prometheus, 255 blz., 19,95

«Zo, dus Dostojevski had twee verschillende ogen en het was een rotkerel. Genieën behandelen je slecht en je moet de poep van hun billen vegen. Dat is zo’n beetje je taak als muze. Meer komt er niet bij kijken.» Aldus de conclusie die Tatjana Roemer trekt uit de verhalen van haar grootmoeder, die getrouwd was met een man die dezelfde voornamen als Dostojevski had, oorlogsheld was en communist. Toen Tatjana het dagboek las van Anna Grigorievna, met wie Dostojevski trouwde nadat hij haar De speler gedicteerd had, wist Tanja wat haar roeping was: Anna haat ze, al is het een rivaliteit na meer dan een eeuw, maar haar lichtende voorbeeld is de grillige geliefde Apollinaria die in menige roman van de Russische schrijver voorkomt. Een paar jaar geleden verscheen een vertaling van de roman Zomer in Baden-Baden van de Russische arts Leonid Tsypkin, die gebaseerd is op het dagboek van de stenografe. De van oorsprong Russische Lara Vapnyar, die in 1994 naar Amerika ging, laat haar hoofdpersoon zelf een dagboek schrijven over haar belevenissen als aspirant-muze. Dan is ze al ingetrokken bij een halfberoemde, wat luie en ambitieuze Amerikaanse schrijver. De grap is dat zij pas na drie jaar ontdekt dat deze Mark Schneider in haar van meet af aan een Anna Grigorievna heeft willen zien: eenvoudig, meegaand, gewillig in bed. Tanja: «Als ik een muze ben, zal ik Polina zijn, nam ik me voor. Nooit, nee nooit zal ik Anna Grigjevna worden.» In zoverre is het een zeperig verhaal over dromen die bedrogen uitkomen en het gevaar van lezen gericht op inleving en navolging. De schrijfster gaf dat tevens gelegenheid een paar minder glorieuze kanten van Dostojevski te laten zien. Maar de hele muzendroom is misschien ook te lezen als een satire op het literaire wereldje van New York. Dan is het eerder een satire op het emigrantenmilieu: Tanja’s familie die in New York een Russischer leven leidt dan Tanja in Moskou kende; van Rusland jaren tachtig wordt ook een fraai portret geschetst. Het mooist is wel hoe Tatjana na aankomst in de VS zich de nieuwe taal eigen maakt – al was het maar om het werk van het door haar geïnspireerde genie te kunnen lezen. Als ze dat eindelijk kan lezen, ziet ze wat voor slechte boeken de man schrijft. Eerder verscheen van Vapnyar de verhalenbundel Er zitten joden in mijn huis.