Muziek

Muziek

Kunst is niet gevaarlijk. Dat hoopt de kunstenaar, die als een echte held de mensen graag van slag zou brengen, als een hooligan met klank en kleur. Ga heen. De mensen zijn gevaarlijk, niet de kunsten

De opening van het Holland Festival in het Muziektheater is een schok voor de verlichte rede. Bijna iedereen staat op voor Beatrix, die ook gekomen is. Je denkt: dat is een zaal vol kunstenaars en mensen van de krant en intellectuelen die nog tandenknarsend toezien dat de lieve kroonprins Willem, die opportuun als oppertuun schrijft, straks echt koning wordt. Toch gebeurt het. Zolang de Nederlandse intellectueel verrijst voor onze koningin is er voor Nederland geen hoop. En komt prins Willem. Ook zoiets: na afloop mogen we de zaal niet uit. We moeten zeker wachten op de hoge gasten. Eerst moet Trix het huis uit. Het is een groteske belediging van de Nederlandse democratie, dit erfelijke ongerief. En van wie kwaad wordt zegt de burger apaiserend dat hij overdrijft, dat is het ergste. Op de televisie zegt de zachte jongeheer Van Hove, die bij het Holland Festival de baas is, dat de komst van Beatrix allure geeft aan zo een avond. Dat moest de jongeheer maar liever van de oude Peter Eötvös zeggen.

Het wordt een lieve avond met muziek die niemand kwaad krijgt. Peter Eötvös, die hier vooral als dirigent bekend is, schreef de opera Le Balcon naar het gelijknamige toneelstuk van de Fransman Jean Genet. Le Balcon is een hoerenkit. Irma, die later even koningin wordt, is de baas. Buiten woedt de revolutie. Binnen laat de macht zich door de hoeren nog pervers bejegenen. Binnen is de oude tijd en buiten stormt de nieuwe met geweren rakketak. Dat geeft mooi conflict en daar komt oorlog van. Maar het is oorlog die zich door het karikaturale van de mensen in de strijd zo zinvol laat verbouwen tot geëngageerd theater als betweterig theatervolk met de morele overmacht van denkers het graag ziet.

De Bisschop die in vol ornaat zijn meisje van plezier laat biechten, kostelijk. De Generaal berijdt een hoer die op speciaal verzoek voor paard speelt, opdat de legerman zich held waant van een heldendood. De Rechter laat zich sadomasochistisch afbekken door de dievegge, en is bereid haar schoenzolen te likken als ze maar toe wil geven dat ze gestolen heeft. Oe, wat is die bovenbouw toch vies en voos! En wat je altijd ziet: de oude macht is nog niet dood of al die aanpassers sluiten zich kwispelstaartend bij de nieuwe leiders aan! Wat zegt de Rechter in zijn nieuwe wereld met principeloze hondentrouw? «We bereiden een nieuw wetboek voor.»

Maar Genet heeft het vast goed bedoeld. En dat Stanislas Nordey, de regisseur, er brood in zag verbaast me niet; theatermaken is geen kunst met zoveel kraakhelder simplisme. Nordey stereotypeert in alle kleuren van de regenboog. De Bisschop heeft hij Rood gemaakt, de Generaal is Groen, de Rechter Geel. Dan zie je het verschil en aan het valse van hun schreeuwkoeleuren toch nog dat ze alledrie verschrikkelijk gevaarlijk zijn voor de gewone mens, die met de medemens het beste voorheeft. Ook leuk aan de regie is dat je namens Jean Genet niet weet of het daar op de bühne echt is of theater binnen het theater. De generaal wordt in het huis van liefde als een speler opgetuigd tot generaal, de bisschop na gedane zaken eerst ontmanteld tot de burgerman die hij misschien wel altijd is geweest. Misschien dat in dit spel wel alles dubbel wordt gespeeld, zoals het vroeger ging. Dat zou dit halfverwaten PSP-toneel een gouden rand van bodemloos interpreteerbare gelaagdheid geven. Laten we bidden dat hier dieper is gedacht dan je zou denken. Dan zien we het uit domheid helemaal verkeerd en dat is gunstig voor de maker, die dan raak geschoten blijkt te hebben.

Muziek! Ook die is simpel en gecompliceerd ineen; voor elk wat wils, van alle markten thuis, de jazzige en labyrintiese. Er is, omdat je alles wat je hoort al eens hebt meegemaakt, niets geks aan. Dat maakt het luisteren eenvoudig en die eenvoud is op zich al iets genoeglijks, als je gevoelig bent voor de bekoring van gedwee gemak. En de bioklok van Eötvös is een heel nauwkeurig instrument. De jazzmuziekjes duren net zo lang als leuk is. De instrumentatie lijkt me onweerstaanbaar. Dit is muziek van een theatercomponist die weet hoe je de mensen en de dingen in beweging houdt, gewoon door net op tijd een nieuwe schutkleur aan te nemen. Het is ook, en dat is niet beledigend bedoeld, kapelmeestersmuziek van iemand die precies begrijpt hoe lang een spanningsboog mag uitvallen, van iemand die de retoriek van zijn geluid in de praktijk heeft kunnen testen. Alle zangstemmen zijn verstaanbaar. De balans tussen orkest en vocalisten is perfect. Er wordt mooi gespeeld. Maar het effect van dit theater is pas in de tweede plaats esthetisch; het brengt de opwinding die komt als iets met goede voorbereiding helemaal perfect gaat. Het is zoals een ambacht kan verbleken bij de verbluffende bekwaamheid van de ambachtsman. Die ziet een plank liggen en zegt, in één keer raak geschat: drie meter. Je bewondert zijn timmermansoog, terwijl zijn werk je koud liet zonder dat je ooit zou durven zeggen dat het slecht was.

Dat wordt rustig slapen vannacht. Het Ensemble Intercontemporain uit ver Parijs speelt in de bak en op de bühne zie je lieve, bozige, getalenteerde mensen boze, rare, leuk en toch gemeen bedoelde dingen zingen. Het is zo werkelijk onwerkelijk. De echte wereld lijkt maar nauwelijks dichterbij dan de gespeelde. Ook lui met instrumenten moeten van de componist op het toneel. Ze doen dat met de eretitel Staande Schemerlampen. Er is een piepkleine vioolvrouw bij, die groot lacht. Het is heel mooi. Het lijkt wel kunst. De wereld op zijn kop en toch weer niet, omdat het door de Schepper zo bedoeld is.

Vond je ervan, vragen de mensen die je allemaal van naam kent al meteen na afloop. Ik vind er helemaal niks van. Van de kunst van Eötvös vind ik niks. Ik heb er niets op tegen. Ik heb er niets op voor. Het stoorde niet. Ik ken dat stuk helemaal niet. Ik hoorde het voor het eerst. Dat is alleen genoeg voor liefde op het eerste gezicht en dat is nauwelijks liefde. De liefde op het eerste gezicht is buitenliefde. Het is de liefde die bij het luisteren naar Le Balcon komt als je plotseling een stukje hoort dat erg op Weill lijkt en een beetje warm wordt, omdat je liefde voor de echte Weill zo mooi wordt geprikkeld door een bekwame imitator. De echte liefde, binnenliefde, komt van studie, verdieping. Misschien komt ook die liefde nog wel eens. De eerste confrontatie sloot niet uit dat de muziek de moeite van een herbeschouwing waard is. Misschien blijkt Eötvös dan wel helemaal geen imitator. Premières zijn ondingen. Zo’n stuk scheurt aan je voorbij als een racewagen op Zandvoort. De auto gaat zo snel, je ziet niet eens dat het een auto is. Ik bedoel maar.

In de wandelgangen aan de Amstel hoorden we de mensen zachtjes tastend tot consensus komen en met elkaar besluiten dat het wat gevaarloos was. Veel mensen denken dat de wereld er vooral is om een mening over te hebben en dat die mening niet kan wachten. Het lijkt zo maar het is niet zo. De wereld is om in te leren leven en als je voor de kunst geboren bent om van te zingen en te spelen. Als iets gevaarloos is, wat is dan helemaal gevaarlijk?

Kunst is niet gevaarlijk. Dat hoopt de kunstenaar, die als een echte held de mensen graag van slag zou brengen, als een hooligan met klank en kleur. Ga heen. De mensen zijn gevaarlijk, niet de kunsten. De mensen die in het Muziektheater opstaan zijn gevaarlijk. En soms de mensen die met opzet blijven zitten ook. Mensen blijven mensen. Zoals de macht is zijn de dissidenten: ze tonen dat ze beter weten en hun middel is toneel.

Iets dergelijks zal ook de koningin, omdat de macht en de onmachtigen nu eenmaal altijd bondgenoten blijken in hun noodgedwongen scherpe kijk op onze droeve wereld, op weg naar huis aan haar gezelschap kond hebben gedaan. Leer Haar de mensen kennen! Het bewijs? De jongeheer Van Hove wilde haar op Eötvös’ avond bijpraten tussen twee scènes. Dat bleek toevallig helemaal niet nodig! De Koningin Wist Alles Al.

En het is Haar geraden ook. Zij heeft voor haar positie één geducht excuus en dat is inzicht in de dodelijke ernst van haar en onze situatie.