Muziek

Muziek

Ze heeft de rust, ze neemt de tijd. Ze rotzooit graag. Ze neemt de kunst zoals hij komt, dat is misschien een deel van
het geheim van Hilary Hahn

Ik moet de jonge frêle vrouw die voor me zit geen meisje noemen. Daarvoor is ze veel te groot van binnen. In Frankrijk kochten we van de zomer haar cd met het vioolconcert van Brahms, nog uit haar tijd bij Sony Classical. Die draaiden we op weg naar ons vakantiehuis in de toeristen jungle tussen berg en dal. We hebben zitten janken van geluk. En van een nooit begrepen weemoed die dankzij haar zo eindeloos concreet werd dat we een god, als die bestaan zou hebben, hadden gebeden of we het leven één keer over hadden mogen doen. Waarom? Om met het inzicht dat het meisje ons langs muzikale weg gebracht had helemaal opnieuw te leren voelen, zien en horen, zodat ons leven net zo mooi zou worden als die Brahms. De tranen kwamen van de zekerheid dat het te laat was, en van de troost dat er voor anderen nog hoop was, zolang er jonge frêle vrouwen van dit slag bestonden om te helpen.

Hilary Hahn. 24 is ze. Ongeveer zo oud was ik toen ik afstudeerde. Ik wilde haar niet interviewen eigenlijk. Ik wilde haar gewoon ontmoeten. Voor iemand die een jaar of vijftien ouder is, is 24 al geschiedenis. Voor haar is 24 heden, toekomst, alles. Dat is wel interessant om naar te kijken en te luisteren. En met haar praten kon, dat vindt een platenmaatschappij plezierig, als er maar mooie stukjes in de krant van komen. Zo’n stukje ga ik schrijven, want ik bewonder haar te zeer om haar verkopers terug te pesten met mijn kritische distantie en daarbij, ik heb gezien wat ik wilde zien: een levensvorm uit louter wil en zonder angsten.

Hilary Hahn draagt in de lobby van haar Arnhemse hotel een dikke jas met om haar hals een dikke wollen sjaal en om haar hoofd een wat hippieachtig hoofddoekje dat niet zozeer een god eert als wel de kou weert. De onbedekte plek die het gezicht is blijkt voornamelijk decor van mooie slimme boze ogen die je schuldig maken met hun daadkracht.

Ik heb een half uur voor één goed antwoord op één vraag. Die vraag is of ze wel eens zorgen heeft aan noten of het leven. Zo stel ik hem niet. Ik verdeel de last over een reeks van subvragen die samen weer die ene moeten worden op het hoogtepunt, als we ter zake zullen komen. Het nieuws is dat Hilary geen zorgen heeft. Nooit, zegt ze met die eindeloos concrete ogen, heeft ze zich door een partituur geïntimideerd gevoeld. «It’s just notes.»

Ze heeft de rust, ze neemt de tijd. Ze rotzooit graag. Ze neemt de kunst zoals hij komt, dat is misschien een deel van het geheim. Als ze bijvoorbeeld Mozart speelt, concerten en sonates, dan niet alles in één teug. Zo systematisch is ze niet. Nu studeert ze wat in vakjargon het Eerste Paganini heet, ook een vioolconcert. Een ranzig vir tuozenstuk. Maar zij vindt het mooi. Dus wordt het ook mooi.

Voor het eerst voel ik me oud. Te oud voor het jonge. Als je 24 bent, en een idee hebt over hoe het verder moet, dan ben je helder zonder zware geest die in de weg zit. Je hebt de chaos van de puberteit al van je afgeschud en nieuwe zorgen komen er niet bij zolang je hard studeert en blijft geloven. Maar je blijft een kind. Dat kind in je speelt nog viool zonder te vrezen.

Leren, zegt Hilary Hahn, daar draait het om. Daarom maakt ze ook platen, om te leren. Je hoort jezelf en denkt: verrek, niet goed.

Ben je niet benieuwd, vraag ik, wat nou de bronnen zijn van je talent? Waar het vandaan komt? Die vraag is uit het hart. Ik zie die ogen en ik denk: het is een wonder. Het bestaat gewoon. Terwijl je bijna altijd wordt teleurgesteld in wat de mensen wonder noemen.

«Wat?» vraagt ze. «Sorry, ik heb een jetlag. Ik ben er nog niet helemaal bij.»

Aardig ook nog. En buitensporig krachtig, zwaar op klein formaat als buitensporige materie, lood of kwik.

Een gevoel van spijt. Ik zit als schrijver over kunst vast in een spinnenweb van een voor muzikanten vast hilarische methode van reflectie. Kunst is niet een hoe, niet een waarom, het is een drang voelen en tot paleis verbouwen. Ik moet toch weten dat ook schrijven automatisch gaat als praten en bewegen, en dat dus ook muziek zomaar vanzelf kan komen, soms, volledig zonder bijgedachten. Als god en Hilary het samen willen, gaat het zo.

De voor een journalist obscene, realistische gedachte: grote musici moet je niet interviewen, tenminste niet dit type. Door hun talent weten ze alles zeker, en over zekerheden denk je niet. Er zijn dus geen dilemma’s, twijfels of pijnlijk gevoelde gebreken die een mindere god tot een betere gesprekspartner kunnen maken. Wie de top niet haalt of niet altijd moet zich rechtvaardigen: voor de lijder aan zijn onvolmaaktheid mag het tragisch zijn, er komt vaak goede conversatie van, want men wil boeten. Wie van kindsbeen af al op die top zit kijkt je na bezorgde vragen ongelovig bijna lachend aan en geniet van het uitzicht, dat een man is die nieuwsgierig was naar dit verbazingwekkende en naar de bron van dit genie; weer een die niet ziet dat het zo simpel is als 24 zijn en angstloos willen. Wel goed publiek, want liefde is ook trouw.

Met boze trekken. Talent maakt ook de luisteraar genadeloos, wanneer het echt zo groot is als het hare. Zes jaar terug nam Hahn partita’s en sonates op van Bach. Het was om van je stoel te vallen zo geweldig, glanzend en beweeglijk als een overmoedig renpaard in een wei van niks; één stem, één klank, één wil. Nu heeft Hahn van Bach vioolconcerten opgenomen met The Los Angeles Chamber Orchestra onder Jeffrey Kahane. Het valt ontzettend tegen. Wat betekent dat, ontzettend tegenvallen, als de lat zo hoog ligt? Dat het goed is. Goed zoals een acht toch goed blijft naast een tien. Er is een slager met een troepje muzikanten aan de wondervioliste toegevoegd om haar partij te geven met de grove opgeruimdheid van de massa die haar spel graag meespeelt met een alibi van vakmanschap en conservatoriumdiploma’s. Eendrachtig trekt men Bach vlot met een tempo dat de twijfel voorblijft.

Het geeft niet. Deutsche Grammophon heeft goud gekocht. Ze zal het goddelijke in haar muzikantenziel weer terugbezweren uit de mottenballen van de conserverende routine die voor even is, een reculer pour mieux sauter. Dus koop die Bach en hoor hem zo, geniet van het vooruitzicht, klink op haar. Die investering gaan we tien keer terugverdienen met genot als nooit tevoren.

«It was interesting», zegt ze na afloop aardig. Kind, wat had ik je met rust moeten laten. We begrijpen niets van elkaar. Maar ze is geniaal. Steun haar. Koop haar cd. Opdat ze bij DG ten overvloede blijven inzien wat haar waarde is. Van Kapitaal Belang. Dit is geen meisje. En geen vrouw. Een wonderkind, dat het wonder moet beschermen tegen de gevaren van contracten en gewoonten en de dingen hoe ze zijn. Dat is haar eerste en haar laatste zorg, haar enige.