Muziek

Muziek

Er is een zwarte kant aan het verzamelde geluk van Willy Alberti. Het is de wereld van ‹De avonden›, tot idylle opgepoetst door iemand die er tegen de draad in zin in had, die langs de afgrond toch besloot er maar het beste van te maken.

Van de volkszanger Willy Alberti (1926-1985) wist ik op De glimlach van een kind na bijna niets, behalve dat mijn groot ouders hem als Onze Man vereerden met de obligate trots van echte Jordanezen. Ik mócht ook niets van hem weten. In het milieu waarin ik opgroeide — een klimaat waarin de Kunst met grote K de schaamte voor de nederige afkomst camoufleerde — ging de arme Willy door voor proletariaat.

Vorige maand zag ik de weduwe en dochter Willeke bij Barend & Van Dorp. Ze kwamen praten over een cd met bijgesloten dvd die was verschenen onder de titel De onvergetelijke Willy Alberti. De uitgave bevat de hoogte punten uit zijn carrière en de dvd is gevuld met Willy’s levens verhaal, «unieke archief beelden» en een «compleet discografisch overzicht». De hele Willy op twee schijven voor een weggeefprijs, de sierletters klassiek Jordanees voorop.

Aan de nationale ouwehoerentafel van Barend & Van Dorp kwamen de twee nabestaanden uitleggen hoeveel ze van hun Willy waren blijven houden. Dat kon ik goed begrijpen toen ik op de televisie had gezien hoe vriendelijk hij kijken kon. En ook de nabestaanden vond ik ontzettend sympathiek. Dus besloot ik me te verdiepen in de stamvader van het geslacht, die in het echt gewoon Verbrugge heette.

De kennismaking met de onvergetelijke heeft me in een roes van milde blijdschap door de kerstdagen gesleept. Van het voornemen me in verkeerd gezelschap dronken, overmoedig en neerbuigend te vermaken met de smartlap is niets terechtgekomen. Ik werd gegrepen door vocale kwaliteiten die hoorden bij een specifiek type artiesten.

Het specifieke zit hem in de stem en in de liedjes. Willy’s muzikale nalatenschap behoort tot wat je misschien wel Klassieke Nederlandse Cultuur zou moeten noemen, al kwam zijn materiaal vaak uit het buitenland en debuteerde hij in 1958 op tv onder de vlag van Napolitaanse tenor. Dit is met burgerangst en properheid tot volksvermaak vernederlandst, muziek die oproept wat een mens zich voorstelt bij de tijd waarin Alberti op zijn mooist zal zijn geweest, de jaren vijftig en zestig.

Er is een zwarte kant aan dit verzamelde geluk. Het is de wereld van De avonden, tot idylle opgepoetst door iemand die er tegen de draad in zin in had, die langs de afgrond toch besloot er maar het beste van te maken. Vermaak zoals bij Willy is een zachte vlucht, De avonden de harde oplossing voor ongeveer hetzelfde probleem. Het probleem is: wat te doen als er geen zin is? Het is van tweeën een: je zingt of schrijft het weg. Zingen gaat soepeler. Muziek geeft hoop. Muziek ontroert; dat doet het woord alleen zo zelden. Dat moet Alberti hebben aangevoeld.

En wat een schitterende stem had hij. Wat een prachtige, spatzuivere operatenor met die moeiteloze hoogte en in de dictie dat sonoor vooroorlogse waarvoor één woord is: zoet gevooisd, de zoetgevooisdheid van de echte gouden kelen uit de schellaktijd.

De indruk is dat er bij Alberti niks van afstand tussen vorm en vent was. Kijk naar de foto’s en de beelden op de dvd: daar staat de man die niemand anders dan die stem kon zijn. Wat een vriendelijk vooroorlogs hoofd had hij, een hoofd op een pak met strik. Hij had het helemaal gemaakt. Zie Willy op een vliegtuigtrap en Willy in een Benz en Willy bij de Westertoren, altijd lachend. Hij bleef gewoon, gewoon, gewoon. Je ziet hoe hij het wil, hoe gulzig zijn gewoonheid alles met zich meesleept. Zijn wereld: de gedroomde van gewone Amsterdammers die hun Mokums cultiveerden maar de zwier zo misten, en hem in Willy noodgedwongen zo bewonderden. Willy in Amerika, van buurtgenoot tot wereldster! Dat is het beklemmende van Willy’s repertoire en de opgeruimde weemoed van zijn toon: de dubbelzinnigheid van zijn symboolwaarde.

Zondag in Amsterdam biedt het beste sentiment dat in de Nederlandse taal te krijgen is. Hoor die tekst op een fond van stadse klokken en een koortje dat hun zacht gelui voor alle tekstuele zekerheid nog even met een lullig «bam» bekrachtigt, dit alles ritmisch ingesnoerd door een beduimeld slagwerkje dat metronomisch burgertikt van tuftuftuf. «Als ik de torenklok ’s morgens hoor slaan/ zie ik me weer op het pleintje staan/ ik stond daar altijd geduldig en trouw/ en ik wachtte dan op jou (…) Toen ik jou leerde kennen was het op zondag in Amsterdam.»

Alleen de frasering van de eerste frase is al onweerstaanbaar. Daar klinkt alles wat moderne mensen kwijt zijn, het vermogen niet te veel te willen en de lieve god te danken voor het kleine dat ons nog vergund is. En dat is liefde, mensen, kleine zachte warme ongeproblematiseerde liefde. De liefde die moraal wordt in het theoretisch walgelijke maar effectieve Laat je gaan, met Mieke Telkamp: «Je weet alleen maar dat je leeft als je voelt dat een ander om je geeft.» De plechtige boleroroffels spreken waar het woord verstomt.

Denk niet dat het geen kunst is, sentiment. Hoe delicaat dit genre is blijkt in het duet Amsterdam dat Willy samen met Wim Sonneveld zingt. Sonneveld begint en het is vreselijk. Meteen dat afschrikwekkende pompeuze van een kleinkunst die krampachtig Kunst probeert te maken van een meezinger. Hij maakt de tekst die bij Alberti van nature uit het hart komt met zijn uitgebluste edelcabaretcultuur compleet kapot. Aan deze Sonneveld is niets verloren.

Nee, dan De dievenwagen. Was Eenzame kerst van André Hazes («Ik sit hier heel alleen kerstfeest te fieruuuuhh/ de straf die ik verdiend heb sit ik uiiiiiiiihhhht!») er zonder deze ode aan verzachtende omstandigheden ooit gekomen? Dit is het ware, brechtiaanse socialisme, dat de dief tot offer maakt van die Verhältnisse: «Dan is het een jongen, lang werkeloos/ Die het deed waar hij niets kon verdienen/ Vaak zie je de moeders, aan het station/ Die stil in een hoekje staan grienen.» Refrein: «Lach nooit/ als je die wagen ziet staan/ Je kunt het gerust wel betreuren/ Denk maar alleen; wat hij heeft gedaan/ Kan morgen mij ook gebeuren.» Het accordeon schreeuwt het uit.

Voor de duetten met dochter Willeke is soms een sterk gestel vereist. Het pijnlijkst is Omdat ik zoveel van je hou, met het nep geworden Amsterdams dat Willy voor z’n loopbaan lijkt te hebben afgeleerd. Erger Avro kan niet. Mooi is wel Moeder, waar iemand met gevoel voor verhoudingen de hulpeloze puberkinderstem van Willeke naar de coulissen heeft gemixt, wat het hulpeloze van de presentatie zo versterkt dat weer ontroerend wordt wat storend leek. «Je hebt zonder klagen/ m’n zorgen gedragen/ niet een was er zo goed als jij.»

Er waren moeders die dat hoorden, en nog gloeiden van trots. Dat was in de gebenedijde tijd die niet de onze is, en die de lieve Willy voor ons terugzingt naar ons droeve heden. Het effect is hartverscheurend en soms ondanks de muziek — dat is het tragische. Nooit zal ik de onvergetelijke Willy meer vergeten.

De onvergetelijke Willy Alberti 2

disc set (cd/dvd), Universal Music