Modern en toch origineel

Muziek

Helaas komt het maar zelden voor dat moderne muziek echt spannend is. Nieuwe composities te over, maar slechts weinig stukken onderscheiden zich werkelijk van de grauwe middelmaat. Dat gold tot op grote hoogte ook voor Crimson — Molly’s Song I van de jonge Britse componiste Rebecca Saunders, dat afgelopen dinsdag door het Asko Ensemble in Paradiso werd uitgevoerd.


Vooral in harmonisch opzicht zet Saunders een overbekende wereld neer. Bijvoorbeeld twee violen die schril langs elkaar heen schuren en een zwevend klankveld vormen dat nergens een rustpunt vindt. Zo’n passage komt over als een stoplap. Niets geeft de indruk dat ze een bewuste keuze heeft gemaakt voor dit specifieke geluid. Op zo’n manier borduren grote delen van haar compositie voort op een allang bestaande canon.


Toch kent Crimson — Molly’s Song, gebaseerd op de slotmonoloog van Molly Bloom uit James Joyces Ulysses, ook zijn sterke momenten. Aansluitend op het introverte karakter van Blooms monoloog is stilte eigenlijk het onderwerp van haar stuk. En af en toe weet ze die verbluffend mooi neer te zetten. Vooral door het werken met sterke contrasten, zoals een striemend harde zweepslag die wordt gevolgd door het minuscule getingel van een speeldoosje. Een batterij gestaag tikkende metronomen geeft een prachtige suggestie van tijd, vergankelijkheid en stilte. En ook het slot is een juweeltje: door een paar uitgekiende klanken lijkt de muziek op te lossen in een zorgvuldig geënsceneerde stilte.


Ondanks deze geslaagde vondsten nestelt Rebecca Saunders zich in een risicoloos idioom. Dat gaat zeker niet op voor de Duitse componist Heiner Goebbels, de auteur van een klein, uitermate doordacht oeuvre en een buitenbeentje in het circuit van hedendaagse muziek. Goebbels staat uitermate kritisch tegenover de huidige overproductie van middelmatige stukken en legt zichzelf strenge eisen op. Dat is onmiddellijk terug te horen in zijn muziek, die extreem precies en doordacht is. Elke noot valt op zijn plaats en onderhoudt een duidelijke relatie met zijn omgeving.


Tegelijkertijd beweegt Goebbels buiten de geijkte gecomponeerde muziek. Hij werkt veel met improvisatie (en het liefst met musici die hij goed kent) en heeft prachtige muziektheaterstukken gemaakt waarvan het Holland Festival de afgelopen jaren respectievelijk Schwarz auf Weiss en Eisler Material bracht. Die invloeden waren goed herkenbaar in de twee werken die het Asko Ensemble nu speelde: Red Run en Samplersuite. Anders dan de titel doet vermoeden komen er in Samplersuite weinig concrete citaten voor - eerder is er sprake van een abstract hoorspel waarin stadsgeluiden zijn verwerkt.


Meest opvallend is de opzettelijke (en daarmee theatrale) onbeholpenheid die Goebbels hier en daar opvoert. Bijvoorbeeld door een heldere, strakke pianopartij te combineren met het ranzige geluid van een drumcomputer. Of door een ongeschoolde mannenstem op band te mengen met de ensembleklank, wat niet echt lukt en een vreemde spanning oproept.


Nog intrigerender was Red Run. Dit stuk is zo perfect geïnstrumenteerd en getimed dat het soms leek alsof je naar een adembenemend toneelstuk zat te kijken: vlijmscherpe dialogen, ijzige stiltes, een melancholische blik, uitdagende grappen en ontroerende tableaus. Heiner Goebbels heeft wat veel componisten missen: die zeldzame combinatie van talent en originaliteit.



JACQUELINE OSKAMP