Muziek is magie

Gert van Veen, Welcome to the Future: Trends in de hedendaagse popmuziek. Uitgeverij Arena, 160 blz., f24,90
ER IS NOG NOOIT zoveel veranderd in de popmuziek als in de laatste vijf jaar. Sinds de house in 1988 haar intrede deed en vanuit de clubs de wereld veroverde, schoten de nieuwe genres als paddestoelen uit de grond. Tegenwoordig dansen we op gabberhouse, jazz dance, mellow, acid, Detroit-techno, tribal, happy house, trance en garage - muziek die voornamelijk door machines wordt voortgebracht. Op de poppodia, waar meestal nog gewoon mensen met instrumenten staan, klinkt grunge, hardcore, death-, speed- en trashmetal en ouderwetse rock ‘n’ roll. In het enorme scala aan stijlen neemt house de allerbelangrijkste plaats in. Dit is per slot van rekening de tijd van de dansmuziek. Meer dan ooit zijn de clubs op vrijdag- en zaterdagnacht bomvol, en de raves zijn niet te tellen.

Wel wordt er geklaagd dat er niets meer gebeurt in de muziek, dat er geen belangrijke veranderingen zijn. ‘Vroeger’ had je nog grote bewegingen: rock & roll (1956), beat (1963), psychedelica (1967) en punk (1976). Sinds de dood van de punk (volgens sommige hardnekkige volhouders echter nog springlevend) is er weinig meer gebeurd.
Die melancholieke opvatting deelt popjournalist Gert van Veen niet. Al jaren schrijft hij in de Volkskrant over popmuziek. Hij begeleidde opkomst en bloei van de house, het genre waarin hij - bandlid van Neerlands house-trots Quazar en eigenaar van de platenlabels Zodiac en Seven Stars - als geen ander is ingewijd.
Kenmerkend voor Van Veen zijn de frisheid en het enthousiasme waarmee hij de hedendaagse muziek benadert. Of het nu gaat om een driedaags festival in de modder of een essay over de rol van techno in de postmoderne cultuur, elk artikel is eerder geschreven met de bezieling van de liefhebber dan met de distantie van de journalist. Van Veen houdt van de muziek waarover hij schrijft. 'Muziek heeft een hele reeks magische eigenschappen, zoals sjamanen uit elk deel van de wereld al sinds de oertijd weten. Muziek is onzichtbaar, ongrijpbaar, geeft je vleugels, neemt je mee naar een andere wereld. Muziek is magie’, zegt het voorwoord van Welcome to the Future.
Het boek is een selectie uit stukken die de afgelopen vijf jaar in de krant zijn verschenen, uitgebreid met een hoofdstuk over de muziekindustrie, een interview met Malcolm McLaren en een verhaal over Underworld. Centraal staat Van Veens grote liefde, de elektronische muziek en alles daaromheen: de discjockey ('een moderne sjamaan’), feestdrugs, platenlabels en de danscultuur.
Rap, hiphop, de avantgarde en de nieuwe gitaarmuziek krijgen relatief weinig aandacht. Dat is jammer. Nederland heeft nauwelijks een traditie op het gebied van popliteratuur - in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland - dus ik was blij dat er nu eens een echt boek over popmuziek bij een echte uitgeverij uitkwam. Maar helaas is Welcome to the Future niet boven zichzelf uitgegroeid. Het blijft een verzameling kranteartikelen, die elkaar nu en dan overlappen en herhalen, en nergens de diepgang krijgen waar ik op hoopte. Door Van Veens aanstekelijke manier van schrijven en zijn oprechte interesse in 'zijn’ muziekcultuur is het een aardig boek geworden. Maar meer ook niet. Een gemiste kans.