Nazipunkrock

Muziek met een bruin randje

Kleine, nieuwe bandjes met provocerende namen als Landstorm en Holocaust koketteren met runetekens en Keltische kruizen. Hoe verontrustend is de oorlogsfascinatie van een handvol muzikanten? «Het is waar dat sommige van onze tekens ook gebruikt zijn in het Derde Rijk. Maar moet ik daarom mijn wortels verloochenen?»

Landgraaf, zaterdagavond. Een wit bestelbusje met Duits kenteken parkeert op het plaatsje achter een Grieks restaurant. Drie mannen stappen uit. Het zijn Alex M., R.M., W.A.R. en S.T.O.N. die tezamen de Duitse neo-folkband Dies Natalis vormen. Ze dragen strakke donkere broeken, de pijpen omgeslagen boven zwartglanzende legerkisten. Oranje lantaarnschijnsel spiegelt op hun kale schedels als ze de straat oversteken. Bij Hotel Landgraaf gaan ze binnen. Dinerende gasten slaan het onalledaagse gezelschap met verbazing gaande. Snel loodst de hoteleigenaar ze naar hun kamer, vanaf de straat is te zien hoe op de bovenste verdieping het licht aanfloept.

Hotel Landgraaf ligt aan het begin van de Heerlenseweg, die zich kaarsrecht van het dorpshart verwijdert. Na vijf minuten ligt aan de rechterzijde een verlaten schoolgebouw. «De Oefenbunker, Exit In G» staat er boven de ingang. Binnen wordt de laatste hand gelegd aan de versierselen voor het optreden van vanavond. Er zijn groene visnetten door de gang gedrapeerd en tafels met zwarte kleden uitgestald waarop Dies Natalis-shirts en de nieuwste cd voor verkoop klaarliggen. De zaal zelf is verduisterd. Alleen enkele gekleurde lampen staan gericht op een podium met speelklare instrumenten. Op de staande trom van het drumstel staat in gotische witletters «Dies Natalis» geschreven. Twee roterende hakenkruizen, ook wel zonneraderen genoemd, zijn erbij afgedrukt. Op de zwarte muur achter het podium staat «Exiting» geschreven. Rond de «x» is een cirkel getrokken, zodat het een Keltisch kruis lijkt. Achter de bar bedienen middeleeuwse meisjes de eerste gasten. Ze hebben het haar gitzwart geverfd, ogen en mondhoeken lijken met houtskool omlijnd. Het bleekwit van hun gezichten loopt via de hals door naar een diep uitgesneden veterdecolleté. Rond hun middel is een strak korset gebonden, zwarte plooijurken vallen tot over hun schoenen. Vanachter de bar kijken ze uit op een muur waar met runetekens een tekst is aangebracht.

René is als een van de eersten binnen. Voor hem maakt het niet uit wat er optreedt in De Oefenbunker, hij is er toch elke week wel, hoewel hij er vanaf zijn huis in Jabeek ruim een uur voor moet fietsen. Hij drinkt een glaasje fris en eet een Snickers. Met zijn houthakkersblouse en spijkerbroek detoneert hij sterk bij de rest van het publiek. «Het zijn gewoon heel aardige mensen die hier komen», zegt René in onvervalst Limburgs. «Ze zien er misschien wat raar uit, maar die beschuldigingen slaan helemaal nergens op. Er is een keer grafschennis gepleegd op een kerkhof in Sittard, met racistische leuzen. Direct werd gezegd dat het die lui van De Oefenbunker wel weer zouden zijn.»

Door de nauwe toegangspoort rijden steeds meer auto’s het terrein op, Belgische en Duitse kentekens zijn erbij. Uit de auto’s komen carnavalesk uitgedoste lieden te voorschijn. Een skinhead in een groenzwart latexpak weet zich met moeite zijn deux chevaux uit te wringen. Hij draagt een halsband met decimeters wijduitstaande spijkers, aan zijn hand een lange kronkelende ring. Voor hij het schoolgebouw betreedt spuit hij nog eenmaal een vettig goedje over zijn pak. In de rij in de gang kussen twee skins in bomberjack elkaar langdurig op de mond. Een excentriek figuur in een rolstoel moet de trap op worden getild. Het is tegen tienen als de bestelbus met de bandleden arriveert.

«Nazi-muziek blijkt groeisector», kopte NRC Handelsblad op 19 september. In het artikel werd gesuggereerd dat sedert de politieke stellingen van extreem rechts in elkaar gestort zijn — CP'86 werd verboden en Janmaats Centrumdemocraten verdwenen uit de Kamer — de fascistische muziek aanzienlijke terreinwinst boekt. De Leidse antropoloog en extreem rechts-onderzoeker Jaap van Donselaar merkte in het artikel op dat het «ene na het andere muzieklabel wordt opgericht» en dat steeds meer «illegale concerten worden gegeven op de Maasvlakte of tegen de Duitse grens aan».

«De betreffende journalist heeft mijn woorden net iets te stevig aangezet», zegt Van Donselaar nu. De Nederlandse skin headmuziekscene, met bandjes als het Brabantse Holocaust en het Rotterdamse Landstorm, is volgens hem te gering van omvang om werkelijk een vuist te kunnen maken. In de al te rauwe subcultuur waarbinnen deze bands sporadisch hun opwachting maken, is politiek extreem rechts nauwelijks geïnteresseerd. Van Donselaar: «Het politieke gehalte van deze skinheadbands in Nederland is niet groot. Je hebt wel Ed Polman, de drummer van Holocaust, die ooit dicht bij Martijn Freling zat in de CP'86-tijd. En zo kun je onder dit soort extreme bandjes wel meer kleine personele verbanden vinden, maar echt geen centrale regie.» Duitse toestanden doen zich in Nederland niet voor. Van Donselaar: «In Duitsland hebben de massale repressieve acties tegen georganiseerd extreem rechts er wellicht toe bijgedragen dat men zich verenigd heeft in de muziekscene. De NPD is een verzamelvat geworden van lieden uit verboden organisaties.»

Klaroenstoten en tromgeroffel. Een machine braakt witte rook uit over de menigte die een man of honderd telt. Een jongen in kimono heft devoot de handen ten hemel. Op het podium hangen de twee zangers hun gitaren om. De drummer roffelt een mars, de vloer trilt onder de speakers. Een lang meisje met sluik plakhaar blaast in trance sigarenwolkjes. Donkere gestalten rondom haar deinen mee op het ritme. In oren, neus en lippen schommelen piercings. Dan maakt zich van de muur een jongeman in gewatteerde bodywarmer los. Hij haalt een camera te voorschijn en fotografeert zowel het publiek als de band. Het is John van het antifascistisch onderzoekscollectief Kafka.

In een voorgesprek had Kafka De Groene reeds geattendeerd op de website van Dies Natalis, die er niet om zou liegen. En inderdaad, eenieder die surft naar www.dies-natalis.de kan constateren dat de website ongewoon aandoet. Het zilverwitte logo van de band bestaat uit een ineengevlochten runenkluwen, ook wel Irminsul genoemd, in de Tweede Wereldoorlog hét symbool voor de Lebensraum-politiek. Veelzeggend zijn ook de links naar verwante bands. Onder meer is er een verwijzing naar Death in June, een band die met zijn naam verwijst naar de sterfdag van SA-kopstuk Ernst Röhm. Op het repertoire nummers als «Horst-Wessel-Lied» en «Rose Clouds of Holocaust», op het omslag van een van de cd’s staat een om gekeerd hakenkruis afgebeeld. Death in June is eveneens vertegenwoordigd op een aan Leni Riefenstahl opgedragen verzamel-cd.

Het NRC-artikel mag als ietwat overdreven aangemerkt worden, volgens Van Donselaar is het evenmin zo dat er helemaal niets aan de hand zou zijn, zoals Nieuwe Revu onlangs schreef. Feit blijft dat de handel in nazi-muziek is toegenomen. Informatie over deze obscure distributeurs is Van Donselaar onder meer door Kafka aangereikt. Vorige maand publiceerde het antifascistisch onderzoekscollectief op haar website een document waarin de wederwaardigheden van de drie Nederlandse nazi-muziekhandelaren beschreven worden: Viking Sounds in Goes, Berzerker Records in Oegstgeest en Nordisc in Leeuwarden. Bij deze bedrijfjes is de allergruwelijkste skin headmuziek te bestellen, compleet met zakjes Auschwitz-as of Hitler-toespraken als welkomstgeschenk. De openbaarmaking bleef niet zonder effect. De bij Berzerker Records te bestellen bruine metal was voor onbesmette metalbands reden hun genre eens flink uit te mesten. Alle fascistoïde collega-muzikanten worden om het hardst bestreden. Nadat de bruingerande skinhead- en metalbands in kaart waren gebracht zocht Kafka verder naar extreem rechtse tendensen in aanverwante genres als «dark wave» en «gothic», in de hoop dat ook hierbinnen een zelfregulering op gang komt. Van de Duitse zusterorganisatie Grufties gegen Rechts werd Kafka getipt vooral ook Dies Natalis in de gaten te houden. Toen bekend werd dat de stichting Obscura ze deze avond in De Oefenbunker geprogrammeerd had, werd John er undercover naartoe gestuurd.

Begeleid door zware tromslagen schreeuwt Dies Natalis op het eerste gehoor onverdachte tekstflarden als «And there’s no life, and there’s no light» en «Long time, long time, long time ago» de zaal door. Voor het podium dansen gothic-meisjes in doorschijnende truitjes en lange handschoenen, zware kettingen zwiepen om de halsjes. Als het concert luwt vertelt John dat hij toch wel het een en ander geconstateerd heeft. «Er loopt een heavy metal-jongen rond met een embleem van Bound for Glory. Dat is een naziskinband uit Amerika die gelieerd is aan de hammerskins, een elitekorps binnen de skinheadbeweging.» De betreffende figuur is door Kafka ook op een gothic-festival in het Duitse Kassel gesignaleerd. «Dat was georganiseerd door de Death in June Freundeskreis ‹Thaglasz›. Twee dagen van tevoren is het concert verboden, omdat antifascisten hadden aangetoond dat de bruine scene daar bij elkaar zou komen.» Het is John eveneens opgevallen dat veel mensen rondlopen met een «Thor-hamer» om de nek. «Dat is die oude Germaanse symboliek. Op zich is daar niks mis mee, maar in combinatie mét kun je wel bepaalde bedenkingen hebben bij zo'n hamer.» In de tekst zaten volgens John wel degelijk boodschappen verborgen. «Ze halen aan alle kanten Ernst Jünger aan. Er wordt volop gezongen over bloed, staal en oorlog. In het nummer «Death of the West» wordt de hele westerse samenleving omvergehaald. Alles wat Amerikaans is, is per definitie fout. Dat is de filosofie van nieuw rechts, zoals ook Voorpost die promoot. Met het runenteken van Voorpost heb ik trouwens verschillende mensen zien rondlopen.»

Ook bij de drummer heeft John bedenkingen. «Hij droeg een shirt van de band Blood Axis. De oprichter van die band is Michael Moynihan, een fascist van het zuiverste water. Moynihan zegt: het enige wat ik betreur is dat de holocaust een leugen is.» John kan niet anders dan Dies Natalis als verdacht bestempelen. «Een aantal mensen uit het publiek weet donders goed waar ze voor komen.» Als de stichting Obscura geen kwaad in de zin heeft moeten het wel ontzettende naïevelingen zijn, meent John. «Ik vind het vreemd dat Obscura niet kritisch naar de band gekeken heeft. Dies Natalis zit op het label Eis und Licht dat is voortgekomen uit Sigil, een dark wave-blad uit Duitsland. In 1998 heeft Sigil op dat festival in Leipzig een stand bezet met neonazi’s in bruine hemden.»

Volgens Jolanda Bakker van de stichting Obscura liggen er geen duistere motieven aan de programmering van Dies Natalis ten grondslag. «Ik heb ze vorig jaar in Leipzig zien spelen, het is gewoon een hartstikke toffe band. In Duitsland worden hun optredens vaak verboden, zonder dat wordt geluisterd naar hun muziek. Ik heb ze vervolgens gevraagd of ze hier wilden komen.» Met runentekens en Keltische kruizen waar de band in grossiert is volgens haar niets mis. «Dat is een bepaalde oude cultuur die mensen aanspreekt, het heeft absoluut niet met rechts te maken. Ten tijde van de Kelten was er helemaal geen sprake van nazi’s of wat dan ook.» Volgens Bakker is de meerderheid van de bezoekers van De Oefenbunker juist links georiënteerd. Ook Dies Natalis is volgens haar links. Ze roept zanger R.M. erbij. «We hebben toch geen rechtse teksten?» zegt hij. «Het is waar dat sommige van onze tekens ook gebruikt zijn in het Derde Rijk. Maar mogen wij ze daarom niet gebruiken? Moet ik daarom mijn wortels verloochenen? Ik kom uit Duitsland, uit Saksen. Ik weet dat ik Duitser ben en daarnaar grijpen wij terug. Nazi’s vallen terug op het Derde Rijk, wij niet.»

Voor hij rond één uur het terrein verlaat, heeft John van Kafka alle nummerborden genoteerd. Hij heeft nog verteld over een zekere Axel Keyzer en Peter Savelkoul. Savelkoul is webmaster van de mailinglist van Death in June. Ook is hij betrokken bij de organisatie In Stahlgewittern, genoemd naar het oorlogsdagboek van Jünger, die rechts georiënteerde gothicbands promoot. Savelkoul organiseert op 13 januari een concert in Venlo met Ostara, vroeger Kraft durch Freude geheten, en wederom Dies Natalis. De naam Axel Keyzer komt op de mailinglist van Death in June voor. Keyzer zou op internet op zoek zijn naar bepaalde cd’s van Der Blutharsch, de eenmansband van Albin Julius, die volgens John een hakenkruis op zijn arm getatoeëerd heeft.

Axel Keyzer, die eveneens als barman in De Oefenbunker werkt, weet zeker dat Julius geen hakenkruis op zijn arm heeft. Hij zegt de band inderdaad een keer aangeschreven te hebben, maar gewoon omdat hij naar een gelimiteerde cd van ze op zoek was. Keyzer erkent dat bands als Dies Natalis en Death in June een oorlogsfascinatie hebben. «Maar die verheerlijken ze niet. Bovendien heeft Death in June zelf gezegd dat de waardering voor Ernst Röhm juist als links uitgelegd kan worden. Als hij niet vermoord was, was het misschien niet tot Hitlers verschrikkingen gekomen.» Keyzer zegt er totaal geen rechtse gedachten op na te houden. «Ik ben lid van Greenpeace en Natuurmonumenten. Bovendien heb ik contacten met mensen van de Kalenderpanden in Amsterdam.» Volgens Keyzer trekt De Oefenbunker ook helemaal geen rechtse mensen aan. Alleen één keer wist een groep skinheads uit Aken binnen te komen. «Die waren op bezoek bij een jongen die hier wel eens komt. Ze kwamen bij ons omdat het bier zo goedkoop was. Toen ze ladderzat raakten en lastig werden hebben we ze er uitgezet.»

Het is diep in de nacht als de kaalkoppen van Dies Natalis hun laatste instrumenten in het busje getild hebben. Ze rijden linea recta naar Hotel Landgraaf terug. Al binnen enkele minuten gaat het licht op hun kamer uit.