Muziek op een sokkel

Volgend seizoen wordt Bewogen concert doorgespeeld, nu met live begeleiding van het Schonberg Kwartet. Informatie: 020-6653034.
Beelden kunnen je soms muziek beter laten horen. Als melodielijnen of ritmewisselingen in muziekstukken ook in beelden terugkeren, worden ze door luisteraars veel intenser ervaren. Bij videoclips is de precieze inhoud van de plaatjes helemaal niet zo belangrijk. Het ritme van de montage, het tempo en de atmosfeer van de bewegingen in de plaatjes, de openheid en de kleur van de beelden - het verbond tussen beeld en geluid wordt op een veel abstracter niveau gesloten. Gezichten en lichamen van de zangers worden niet getoond om te bewijzen dat zij de tekst daadwerkelijk zingen of om te suggereren dat zij dat in de clip live doen.

Het gaat erom de verbondenheid te laten zien tussen de muziek en de makers ervan: hoe de muziek in hun lichaam resoneert, hoe de stemming die de muziek oproept z'n weerslag vindt op de gezichten van zangers en musici. Beelden kunnen onthullen wat de muziek ergens al deed vermoeden. De grijnzende kop van Andre Rieu en de protserige kostuums waarmee de musici bij ‘zijn’ concerten zijn uitgedost, laten de tv-kijkers en concertbezoekers in een oogopslag zien dat de walsen van Strauss hier tot hun meest oppervlakkige lal-gehalte worden teruggebracht. De opdringerige beelden geven nog nauwelijks ruimte voor de muziek, maar dat komt in dit geval goed uit: dan hoef je tenminste niet verder te luisteren. Terwijl de Vlaamse choreograaf Marc Vanrunxt jaren geleden in zijn Vier korte dansen zijn publiek liet luisteren naar de onderliggende paniek die zo'n wals van Strauss verbergt achter die feestelijke facade, naar de kille eenzaamheid die zo'n wals bombastisch probeert te overschreeuwen. Ik herinner me twee mannen in jurken, die met wapperende rokken heen en weer renden, met nog niet het begin van een glimlach op hun gezicht.
Jeannette van Steen noemde haar choreografie op het Vijftiende Strijkkwartet van Dmitri Sjostakovitsj een 'bewogen concert’. Ze heeft zelfs geen titel willen toevoegen aan de muziek, zo bescheiden stelt zij zich met haar bewegers op. Ze dragen simpele maar met liefde op hun lichamen gesneden kostuums van een mooie, diepdonkerblauwe stof. Een decor is er niet, of het moeten de vier platte houten verhogingen zijn waarop de dansers staan als beelden op een sokkel. Het bewegingsstuk wordt in galerieen uitgevoerd, daar waar de toeschouwers zich vanzelf al meer openstellen voor de abstracte taal van vorm, kleur en beweging. De sokkels geven de dansers ieder een eigen plek binnen het totale beeld. Ze zullen die sokkels nauwelijks verlaten. Zo blijft er ruimte tussen de dansers, zoals er ruimte blijft tussen het beeld en de muziek. Er wordt niet gedanst, er wordt bewogen - het zijn grotendeels mimespelers die hier op het podium staan. De bewegers laten zich niet meedrijven op de muziek, maar vormen met hun lichaam een bedding voor de klanken, en dat kan heel goed als je bijna stil blijft staan. De lichamen hellen schuin uit het lood, handen vlijen zich tegen de onderbuik, een torso wordt gedraaid en een gezicht klaart op. Meer gebeurt er aanvankelijk niet, en toch word je de muziek ingezogen. De bewegers spelen ieder een eigen instrument, zonder dat de partituur letterlijk wordt uitgebeeld. Het is adembenemend om als de eerste viool soleert, juist de andere drie instrumenten voorzichtig te zien bewegen, alsof ze bevestigen dat ze er zijn, dat ze luisteren.
Naar het einde toe laat Van Steen steeds meer gebeuren: de bewegers verlaten de sokkels, de grond wordt gebruikt en er komt meer variatie in de bewegingen. Het is alsof ze ineens meer wil, en dat leidt de aandacht af van de muziek. Maar afgezien van dat laatste gedeelte, zou je dit bewogen concert keer op keer willen zien, zoals je een mooie plaat almaar opnieuw draait tot je alle geheimen ervan kent.