interview Neco Johanhane

Muziek van de aarde

De Mozambikaanse groep Neco Novellas bestaat uit drie broers, soms aangevuld met twee zussen. Anselmo João ‘Neco’ Johanhane is oudste broer en bandleider. Een uitzonderlijk talent dat via Portugal en Engeland in Nederland terechtkwam.

De omgang tussen de drie broers en twee zussen heeft de intimiteit die ontstaat als je van elders komt en onder moeilijke omstandigheden een bestaan probeert op te bouwen. Nello (28) speelt gitaar en percussie, Isildo (26) bas en percussie en Cidalia (24) en Isabel (21) zingen. De drie broers studeren aan het conservatorium van Rotterdam. De zussen zijn wel aangenomen, maar kregen de financiering niet rond. Opvallend vaak spreekt Neco in meervoudsvorm. Neco Johanhane: ‘We zijn net terug van een festival in Polen. Vooraf werd ons verteld dat we moesten oppassen voor racistische reacties. Tijdens het festival keken we daarom steeds alert om ons heen: we waren de enige zwarten. Op een reggaefestival in Bielawa! Dan voel je je wel opgelaten – totdat de eerste stonede Pool je hartelijk begroet. Toen dacht ik: oh man, it’s gonna happen here! Ineens wist het hele festival van de drie zwarte gozers.’

De drie broers wonen samen in een appartement in Delfshaven. In de hoek van de kamer staat een splinternieuw drumstel. Als Neco daarachter plaatsneemt en bij wijze van entertainment van het bezoek achteloos een staaltje jazzdrummen laat horen, krijg je pas goed door hoe muzikaal deze jonge Mozambikaan is.

Neco: ‘Wij komen uit een Chopi-milieu. Vroeger was dat een aanduiding van een stam, nu is dat meer een familieachtige verwantschap die je een identiteit verschaft. We zijn grootgebracht met timbila (zie kader). Pas later kregen we zicht op andere Mozambikaanse muzieksoorten: de kerktraditie en traditionele muziek met veel bongo’s, sticks en horns from animals. Dat had weinig van doen met de erudiete timbila-traditie, maar die gegronde, aardse muzikaliteit maakte juist daarom grote indruk.

Een jaar na mijn geboorte vertrokken de Portugezen uit Mozambique, waarna het systeem nog strikter werd: iedereen moest Portugees blijven spreken. Na de onafhankelijkheid werd nog meer de nadruk gelegd op een “portugalisering” van de Mozambikaanse cultuur dan daarvoor.

Mijn vader nam ons mee naar zijn moeder, waardoor we het traditionele Mozambique leerden kennen. Dat was bijzonder, omdat niet veel jongeren die leefwijze nog konden ervaren. Dankzij haar kregen we door wat de Mozambikaanse muziek kan betekenen en hoezeer ze te maken heeft met de geluiden van de natuur.’

Neco werd in 1974 geboren in Maputo, de hoofdstad van Mozambique. De plagen die het land de afgelopen decennia hebben geteisterd zijn oudtestamentisch van omvang. Toen de burgeroorlog die volgde op de onafhankelijkheid werd besloten, in 1992, waren er een miljoen doden te betreuren. Droogten, overstromingen en de aidsepidemie hebben het openbare leven verder ontwricht. Als residu van de burgeroorlog ligt het land bezaaid met landmijnen. In dit pandemonium functioneert de katholieke kerk als een kompres tegen het ergste leed.

Neco: ‘Toen ik dertien was ging ik muziek maken in de kerk. Die kerkliederen klonken harmonisch, vaak als Paul Simon of The Beatles. Door de nonnen werd mijn talent herkend: zonder de term te kennen bleek ik al steeds contrapunt te willen gebruiken. Zuster Bendita heeft me destijds onder haar hoede genomen. In die tijd verslond ik de bijbel; acht jaar lang leerde ik alle katholieke rituelen. Ik heb bij priesters geleefd en vrijwilligerswerk gedaan, vooral om gebruik te kunnen maken van de instrumenten die ze hadden. In die tijd was ik heel religieus, vooral omdat ik op dat magnifieke elektronische orgel wilde spelen. De nonnen zeiden: laten we hem een beurs geven voordat hij zijn stem aan gort zingt. Dat bleek inderdaad nodig, want ik zong met een verkeerde techniek. Door mijn leeftijd veranderde mijn stem, maar ik bleef maar op dezelfde wijze zingen om die hoge noten te halen.’

Af en toe lacht Neco een ietwat nerveus lachje, waarachter je een tumultueuze jeugd en jaren van reizen en onthechting kunt vermoeden. ‘anc-vluchtelingen die vanuit Zuid-Afrika onderdoken in Mozambique maakten het leven in Mozambique vroeger gevaarlijk. Rondom ons gebeurde van alles waar we niets van begrepen, maar die sfeer van dreiging herinner ik me nog goed. Destijds was Mozambique net zo gevaarlijk als Zuid-Afrika: criminaliteit, aids, wapens. Ik stond op het punt om de verkeerde kant op te gaan. Toen kreeg ik de kans om naar Portugal te gaan. Ik wist meteen dat dat een unieke kans was.’ Ineens fel vervolgt hij: ‘Waarom hoor je niet méér van muzikanten en artiesten uit Mozambique? Door die burgeroorlog is een hele generatie de kans ontnomen om zich te manifesteren. Dat geeft me soms een onbehaaglijk gevoel, alsof ik namens meer dan alleen Neco Novellas spreek.’

In 1996 vertrok hij naar Portugal. Voordat hij wegging was Neco in Mozambique al doorgebroken. Hij deed alles zelf: alle partijen werden door Neco ingespeeld en gemonteerd tot radiovriendelijke pop. In Mozambique werd hij een ster, maar het hitparadesucces voldeed niet aan zijn eigen idealen.

Neco: ‘In Portugal ontmoette ik een Braziliaanse saxofonist en John Coltrane-adept. In Mozambique had ik gehoord van ’Trane en Miles Davis, maar nu kon ik met iemand spelen die dat repertoire ook echt uit en te na bleek te kennen. Het begon goed, met een heel inspirerend studentenensemble. Na drie jaar voltooide ik de basis van klassiek gitaar en klassiek zang. Toen kon ik door naar een hogere muziekopleiding, zang en trompet, dat laatste vooral vanwege de ademtechniek. Ik was bezeten van het idee om een groot klassiek zanger te worden. Het leek me geweldig om als zanger met zo’n enorm orkest achter je te werken. Ik hield niet van het lichtere, Italiaanse werk – ik wilde juist diepe, duistere, agressieve zangpartijen, zoals die van Mahler en Wagner.

Ik bleef ook maar aanmoedigingen krijgen van mijn leraren: “Je stem is direct down there, je hoeft niets te forceren.” Tijdens een masterclass in Wales ben ik op Bryn Terfel afgestapt met het verzoek of ik hem wat mocht voorzingen om te kunnen bepalen of ik met mijn stem een goed klassiek zanger zou kunnen zijn. Hij nodigde me meteen uit om daar te komen studeren.

In Portugal ging het toen steeds minder. Ik probeerde projecten op te zetten met mijn broers, maar dat ging niet. Ik was daar erg verontwaardigd over: eeuwenlange connecties tussen Mozambique en Portugal en dan niet zoiets eenvoudigs ondersteunen. Ik wilde Mozambikaanse groepen naar Portugal brengen, maar mij werd verteld dat ik van de in Portugal aanwezige Afrikanen gebruik moest maken. Ik maakte mijn zangstudie in Portugal wel af, hoewel de opera-afdeling daar niet zo goed was. Maar in Portugal konden de nonnen mij in ieder geval nog helpen.

Toen hoorde ik van het Rotterdams conservatorium, waar je klassiek, wereldmuziek én jazz kunt studeren. Na een jaar sparen en fondsen werven arriveerde ik in oktober 2001 in Nederland. De opzet van het conservatorium beviel me: als ik uit de klassieke zangles kwam wandelen, zag ik latin-conga-spelers samen jammen. Perfect! Mijn eerste drie jaar stonden helemaal in het teken van klassieke zang. In 2004 kon ik eindelijk mijn broers over laten komen.’

Neco begon ook met medestudenten Mozambikaanse muzikale principes door te nemen. Die lessen bleken een groot succes, alleen al omdat op dat moment de Afrikaanse afdeling nog verre van uitontwikkeld was. Neco: ‘Ik zou graag de kans krijgen om de timbilacolleges verder uit te bouwen. Timbilamuziek biedt zoveel mogelijkheden. Ik vraag alleen de mogelijkheid om zo de Afrikaanse afdeling verder te ontwikkelen. Ik wil heel graag doceren.’

Hij is de archetypische oudste broer, ook in de groep. ‘Op een of andere manier was ik altijd degene die de grotere klank in zijn hoofd had: kun jij die baslijn even zo en zo spelen? Zo ging het van jongs af aan. Mijn vader vroeg wel eens: waarom doe je dat toch? Waarom al die energie gestoken in mensen zonder muzikaal talent? Maar toen ik voor het eerst terugkwam uit Portugal hadden mijn broers en zussen een enorme muzikale ontwikkeling doorgemaakt. Toen ontstond het idee voor Neco Novellas.

Het is nu een spannende tijd. Onlangs schreef ik de muziek voor de korte film De grijns. Het debuutalbum is klaar, maar er zijn problemen met het management. Geen optredens houdt in ons geval heel concreet in dat er geen brood op de plank is.’

Neco Novellas treedt zondag 10 december op in Lizboa, Amsterdam. www.lizboa.nl; cd: Mita Famba – Would You Go? Green M, distributie Pink Records.

neco novellas bij my space:
http://profile.myspace.com/index.cfm?fuseaction=user.viewprofile&friendid=99836661
timbilamuziek bij vpro’s wandelende tak:
http://www.vpro.nl/programma/dewandelendetak/afleveringen/28361385/
geselecteerde discografie
Neco Novellas, Mita famba – would you go? (Green M/Pink Records)
Venáncio Mbande, Xylophone music from the Chopi people (Spektrum/Choice Music)
Venáncio Mbande, Música Chope de Moçambique (Music & Words)
Eduardo Durão, Timbila (Naxos World)
Div. artiesten, Southern Mozambique/Portuguese East Africa (HT 013/SWP Records)
Div. artiesten, Forgotten guitars from Mozambique/Portuguese East Africa (HT 017/SWP Records)
Div. artiesten, Mozambique Relief (Naxos World)