Jazz is de nieuwe pop

Muziek voor een snel tijdperk

De twentysomething-generatie van nu herontdekt jazz als lifestyle: creatief, intelligent en uitdagend. ‘Er mag weer worden gedanst.’

MET HAAR MOBIELE telefoon probeert het meisje de gitarist te filmen. Lastig. Het publiek om haar heen is even onstuimig als de wijdbeens solerende Laurens Priem. Met zijn blik op oneindig vuurt de gitarist van de Wicked Jazz Sounds Band zijn laatste noten af. Het meisje neemt nog één shot van de blazers en de zangeres. Ze heeft wat ze hebben wil, de live-sfeer van jazz nu. De telefoon gaat terug in het tasje, dat driftig aan haar gebruinde schouders bungelt. Haar paarse jurk met spaghettibandjes is niet van H&M. Veel te chique. Toch lijkt ze wel een hippie, zo met die slippers. Veel ouder dan 25 is ze niet.
Cross-overs tussen jazz en pop (Room Eleven), hiphop (Kyteman) en funk en dance (Wicked Jazz Sounds Band) – dat is de jazz van nu. De merknaam ‘jazz’ is booming in Nederland. Zo’n dertig jaar lang had het North Sea Jazz Festival het monopolie op de jazzfestivalmarkt. De laatste jaren is daar verandering in gekomen. The Hague Jazz en Ijazz Amsterdam zijn nieuwkomers met serieuze programmering en dito bezoekersaantallen. Tussen 2006 en 2009 is The Hague Jazz gegroeid van achtduizend naar 21.000 bezoekers. Op Ijazz kwamen vorig jaar dertigduizend mensen af. Toen was het festival nog gratis, dit jaar (5, 6 en 7 juni) wordt er wel entreegeld geheven omdat er meer internationale artiesten op het programma staan. De verwachtingen van programmeur Martijn Barkhuis, alias DJ Maestro, zijn positief: ‘Als het maar mooi weer wordt, Ijazz is voornamelijk buiten.’ Deze nieuwe festivals kunnen bestaan náást het gerenommeerde North Sea, dat wederom op 65.000 bezoekers rekent.
Ook telt Nederland inmiddels acht conservatoria waar jazz gestudeerd kan worden. De afgelopen tien jaar is de belangstelling hiervoor toegenomen. Zo is het aantal aanmeldingen voor het propedeusejaar jazz in Amsterdam vanaf 1998 tot nu meer dan verdubbeld. Daarbij is het niveau gestegen. Volgens Walter van de Leur, hoogleraar jazz en improvisatiemuziek aan de Universiteit van Amsterdam, moet je als aanstormende jazzartiest nu meer kunnen dan tien jaar geleden.
Bovendien worden er nog volop jazz-cd’s verkocht. Dit terwijl de muziekindustrie al jaren te kampen heeft met een dalende omzet. ‘De cd-verkoop van commerciële popmuziek zoals Beyoncé of Lenny Kravitz is flink afgenomen’, zegt Anton Speijers van Concerto Amsterdam. ‘Muziek die minder mainstream is – klassiek, wereldmuziek of jazz – verkoopt nog wel. In de jazz doet de Nederlandse stal het goed. Met name Wouter Hamel en Yuri Honing, die een vocaal popalbum uitbracht op basis van instrumentale hardcore jazz. Ook van de laatste cd van trompettist Eric Vloeimans hebben we relatief veel exemplaren verkocht.’
Ten slotte kent Nederland sinds drie jaar zelfs twee jazztijdschriften. Hoewel de markt relatief klein is kunnen Jazzism en Jazzmagazine naast elkaar in de winkel liggen.
HET CULTUURONDERZOEK ‘Doelgroepsegmentatie jazzmuziek in Nederland’ (2008) van drs. Elsbeth Meijer toont aan dat er een specifieke, relatief grote doelgroep is voor jazz: de ‘Jonge Stedelijke Alleseters’. Volgens het rapport zijn dit ‘veelal jonge, hoog opgeleide alleenstaanden of samenwonenden met een potentieel hoog inkomen, maar vooralsnog volop lenend om lekker (uit) te leven. Zij wonen vooral in (grote) steden en hebben een moderne, breed geïnteresseerde levensstijl. Zij genieten van alle aspecten van de stad en de bezigheden die er in de stad zijn. Zij hebben over het algemeen geen vaste baan, velen van hen studeren nog.’
Hoe komt het dat de jeugd zich opnieuw aangesproken voelt door ‘jazz’? Gaan we terug naar een swing-era, de jaren dertig, begin jaren veertig, waarin jazz de heersende popmuziek was?
Het beeld van een florerende jazzcultuur wordt bepaald door cross-overs – gemaakt door en voor een nieuwe generatie. In 2003 veroverde de Britse Jamie Cullum (1979) de wereld met zijn album Twentysomething, een cocktail van vocale pianojazz, swing en pop. In de titelsong zingt hij over zijn generatie van zoekende twintigers: ‘Don’t want to get up, just let me lie in/ leave me alone I’m a twentysomething.’ Een nieuwe jazz standard werd geboren. Ook ‘verjazzde’ Cullum enkele popklassiekers van Jimi Hendrix, Radiohead en Jeff Buckley. Zijn zogenaamde jazzpop maakte Cullum de best verkopende Britse jazzartiest aller tijden. Een gig van een uur kost zo’n 150.000 euro – voor al uw feesten en partijen.
Cullum maakte het meeste indruk vanwege zijn spetterende live-shows. Zijn performance heeft meer weg van een rockconcert – Cullum stampt en slaat op zijn piano – dan van een intieme jazzavond. Hij laat zien dat improvisatiemuziek niet zwaar hoeft te zijn maar juist veel humor en lef kan bevatten.
Twintigers herkennen zich in Cullums teksten. Zo zingt hij over de nieuwe generatie die gebukt gaat onder een enorme keuzevrijheid, maar vervolgens besluit om er een onbezorgd feest van te maken. ‘Love ain’t the answer, nor is work/ The truth eludes me so much it hurts/ But I’m still having fun and I guess that’s the key/ I’m a twentysomething and I’ll keep being me.’
Voor de twentysomething moet de verantwoordelijkheid van het volwassen-zijn nog even worden uitgesteld. Hij is op zoek naar waarheid maar weet dat hij die niet zal vinden. Cullums jazz staat voor romantische rebellie. Gevoel en verbeelding gaan daarbij hand in hand met creativiteit en ondernemingszin. Een deel van de jeugd kan zich hier uitstekend in vinden. Logisch, Cullum is een van hen: hoogopgeleid, MTV-generatie, creatief, ondernemend en uitdagend. Nederlandse artiesten als Room Eleven en Wouter Hamel kwamen enkele jaren na hem met een vergelijkbaar concept. Met hun succesvolle combinatie van pop en jazz spelen zij nu voor uitverkochte zalen in het clubcircuit.
Ook Wicked Jazz Sounds is hip. Naast een dj staat een handvol jazzmuzikanten die soleren en improviseren op elektronische dancebeats. Elke avond moet opnieuw gemaakt. Dit concept, een mix van jazz en dance, werd zeven jaar geleden opgericht door Manne van der Zee en DJ Phil Horneman. Inmiddels zijn de zondagnachten van Wicked Jazz Sounds in club The Sugar Factory een begrip binnen de Amsterdamse uitgaans-scene. ‘De cirkel is rond. Jazz is eindelijk weer om op te dansen, zo is het ook ooit begonnen’, verklaart Van der Zee. Tijdens de swing-era was jazz voornamelijk dansmuziek.
Bovendien zijn intelligente muziekliefhebbers de gladgestreken pop en raggende gitaarbands zat. Het repeterende en voorspelbare karakter hiervan past niet meer in het snelle internettijdperk. Het jazzpubliek wil live deel uitmaken van ‘dat ene moment’, waarop collectieve improvisatie tot een creatief hoogtepunt leidt. Ten slotte vinden vrije individuen in jazz een nieuwe gemeenschapszin. Van der Zee benadrukt dat jazz een positief gevoel oproept in deze tijden van crisis: ‘De optredens van de Wicked Jazz Sounds Band stralen openheid en warmte uit. Dance with a smile, je moet het samen doen.’

‘EIGENLIJK IS JAZZ de nieuwe popmuziek’, zegt Paul Evers, uitgever van het poptijdschrift Oor en hoofdredacteur van Jazzmagazine. ‘Jazz is een lifestyle geworden, een begrip waar muziek samenkomt: dance, soul, hiphop en swing. De nieuwe generatie denkt veel minder in genres en stromingen dan men vroeger deed.’
Dit beaamt jazzzangeres en singer-songwriter Renske Taminiau (29): ‘Als ik schrijf ben ik niet bezig met al die hokjes. Opgegroeid met pop- en rockmuziek heb ik ook een jazzopleiding gehad. Ik luister zowel naar Kurt Elling en Liz Wright als naar Joni Mitchell, Radiohead en Rufus Wainwright. Dat hoor je terug in mijn muziek en het publiek herkent het. Zowel pop- als jazzliefhebbers komen naar mijn concerten.’ Taminiau staat met haar band zowel in clubs (Paradiso) als op jazzfestivals (North Sea Jazz).
All that Jazz, een pas verschenen koffietafelboek, illustreert nogmaals dat de jazz enorm in beweging is. Geen geijkte opeenvolging van stromingen, maar jazz in de breedste zin. Behalve voor de vertrouwde jazziconen is er aandacht voor blues, urban, wereldmuziek en jazzdeejay’s zoals DJ Maestro. Het boek spreekt met de stem van trompettist Eric Vloeimans. Hij schrijft: ‘Ik ervaar stijlen niet als verschillend, eerder als onderdeel van een muzikaal universum. Als je het respect voor de traditionele muziek behoudt, kun je jazz in elke andere vorm gieten.’
Bij al deze ontwikkelingen spelen vraag en aanbod op elkaar in: een belangrijke voorwaarde voor een hoogconjunctuur.

VOOR HOOGLERAAR Walter van de Leur klinkt het hosanna slechts in één oor. Het andere hoort een dissonanter verhaal: ‘De afdeling jazz van het Muziek Centrum Nederland en de stichting Jazz Impuls beweren dat het slecht gaat met de kleinere jazzpodia en met jazz in theaters. De ensembles die minder toegankelijke hardcore, impro- en freejazz spelen zien hun optreedmogelijkheden slinken. Ook is het voor veel jazzmusici moeilijk om louter artistieke doelen na te jagen. Ik vind het fantastisch dat de markt tegenwoordig een hoop kansen biedt voor een bepaalde tak van jazz, maar dit is niet genoeg. Sommige kwalitatief hoogstaande jazzmuziek heeft nu eenmaal een klein publieksbereik. Mijn grootste zorg is dat ook deze mensen live kunnen spelen. Daar ligt een taak voor de overheid.’
De professor vindt dat de huidige cultuurpolitiek durf en visie ontbeert voor een bloeiende jazzcultuur op de langere termijn. ‘Terwijl jazz hot is, snijdt de politiek haar de keel af. Ze denken in Den Haag nog steeds dat het meeste geld naar de klassieke-muzieksector moet.’ Er vielen harde klappen tijdens de laatste subsidieronde van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten. Ook voor de jazz; er werd vooral bezuinigd op jazzpodia en jazzensembles.
DJ Maestro, programmeur van Ijazz, denkt er het zijne van: ‘Die jazzclubs moeten eens wat creatiever en ondernemender durven zijn. Dat geldt ook voor werkloze muzikanten. Als je open staat voor vernieuwing, hard werkt en een goed product hebt is er veel mogelijk. Juist in jazz.’
De waarheid ligt in het midden. In dit geval bij saxofonist en jazzicoon Benjamin Herman (41). Uitgeroepen tot de best geklede man van het jaar 2008 is Herman hét boegbeeld van het cultureel ondernemerschap. Hij is het gezicht van de hippe New Cool Collective Big Band, aanjager van de jazzband van Hans Teeuwen en heeft zijn eigen jazzkwartet. Hans Teeuwen zingt! is weliswaar mediageniek en commercieel, maar artistiek gezien zijn de Frank Sinatra-covers niet relevant. Het Benjamin Herman Quartet – dat bewerkingen speelt van composities van Misha Mengelberg – is dat juist wel, maar kan niet zelfstandig bestaan in een vrije markt. Gelukkig kreeg Herman een tweejarige projectsubsidie van het NFPK. Dit om als ambassadeur van de Nederlandse jazz in het buitenland op te treden. Relevante jazz voor aandachtige luisteraars kan dus niet zonder overheidssteun.
De subsidie is voor Herman een extraatje, meer niet. ‘Uiteindelijk doe je het voor één ding: de muziek, de jazz, wat dat dan ook is.’


IJAZZ Amsterdam, 5, 6 en 7 juni; All that Jazz, Carrera, 412 blz., € 34,95.

Links:
www.myspace.com/rensketaminiau
www.marzioscholten.com
www.myspace.com/kyteman

Albert Verbeek is zanger/gitarist en studeert Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam; myspace.com/trioverbeek