Muzikaal festijn

Cheb Khaled, bekend van de wereldhit Aicha, doet vrijdag het Amsterdamse Concertgebouw aan. De Algerijnse zanger is een grote inspiratiebron voor rappers als Ali B en Boef.

Vrijdag 11 januari is het zo ver. In het overwegend klassieke en conservatieve Concertgebouw treedt de Algerijnse koning van de raï-muziek Cheb Khaled op. Na een jarenlange tourneestop reist de legendarische zanger op een grote wereldtournee van stadion naar concerthal om zijn fans een waar muzikaal festijn te brengen. Verwacht een bont gezelschap van rijke Arabische jetsetters, bekende en minder bekende Marokkaanse Nederlanders, oudere Hollandse muziekliefhebbers en jonge popfans van alle kleur en afkomst. Khaled weet met zijn muziek een brug te slaan tussen groepen die normaliter weinig met elkaar mengen. Belangrijker nog: zijn muziek vormt een bron van inspiratie voor hedendaagse Nederlandse rappers die Khaleds unieke stijl nieuw leven inblazen in de hedendaagse popcultuur.

Khaled Hadj Ibrahim werd in 1960 geboren in het Algerijnse Oran en nam als tiener al zijn eerste voorzichtige hits op onder de naam Cheb Khaled, wat ‘jonge Khaled’ betekent. Het was een knipoog naar het voornaamwoord ‘sheikh’: tot op de dag van vandaag een veel gebruikte, respectvolle aanspreektitel voor oudere mannen. Hoewel de ondertussen 58-jarige zanger niet meer zo jong mag heten, brengt zijn muziek alle generaties samen. De bekendste zanger van Algerije en een van de populairste Arabische en Afrikaanse zangers ter wereld weet jong en oud, wit en zwart, Berber en Arabier, moslim en jood te verbinden in een muziekcultuur die rijkelijk uit de vele tradities van Noord-Afrika put.

Het unieke genre waar Khaleds grote muzikale oeuvre toe wordt gerekend – de traditionele raï-muziek – is een Algerijnse muzikale traditie die tot de ‘chaabi’ of volkscultuur van met name de armen behoort en in de jaren twintig van de vorige eeuw opkwam. Khaleds geboortestad is de bakermat van deze muziekcultuur, die ook erg populair is in het nabijgelegen Marokko en Tunesië en via de gastarbeiders en eerste generatie migranten uit deze landen is meegekomen naar Europa. De muziek is sociaal en politiek van karakter en haalt vaak uit naar het kolonialisme, armoede, ziekte, sociale ongelijkheid en werd later ook religieuzer en feministischer van karakter. Zo zijn er tegenwoordig steeds meer vrouwelijke raï-artiesten, terwijl het genre vroeger uitsluitend mannelijke zangers kende.

Het zijn de maatschappijkritische achtergrond van de raï en het opstandige karakter die naadloos samenvallen met hedendaagse Nederlandstalige rap, vooral bij Marokkaans-Nederlandse artiesten als Ismo en Ali B en de Tunesische Nederlander Boef.

Cheb Khaled scoorde zijn allereerste grote hit met Didi (1992), gevolgd door de wereldhit Aicha (1996) en C’est la vie (2012) dat een Franse zomerhit werd in datzelfde jaar en vervolgens wereldwijd navolging kreeg. Het was de Deense band Outlandish die met een cover van Aicha in 2002, vlak na de turbulentie van 9/11, niet alleen het nummer nieuw leven inblies maar ook een ode bracht aan de islamitische vrouw – door veel Europeanen angstig als een uitwas van islamisering beschouwd. De band – bestaande uit twee moslims, een Marokkaans-Deense en een Pakistaans-Deense rapper, een christen en een Hondurees-Deense Spaantstalige rapper – was de eerste hedendaagse hiphopgroep die een wereldhit wist te scoren op basis van Khaleds bekende liefdeslied. Zo bracht Outlandish de geliefde zanger van hun ouders in de discman van de post-9/11-generatie die angstvallig naar eigen identiteit en houvast zocht.

Gebruik de muziek van Khaled en je scoort een instant hit. Het voorbeeld van Outlandish deed goed volgen. Ook door Nederlandstalige rappers. Zo kwamen Ali B, Ronnie Flex en Numidia met het nummer Meli meli waarin de bekende deuntjes van Didi ingenieus zijn verweven. Het is het feest van herkenning, de instant reactie om te dansen op de overbekende vrolijke tonen die de westerse en oosterse toonladders volgen en daardoor voor vrijwel ieder publiek herkenbaar zijn, een stuk thuiskomen ook voor een generatie biculturele Nederlanders die nergens helemaal bij horen, maar in dit soort popsongs de Nederlandse cultuur aan de Noord-Afrikaanse wortels kunnen verbinden.

Het was de Spaanstalige Marc Anthony die met Vivir Mi Vida (2013) – een cover van C’est la vie – Khaleds succes met zijn zomerhit overtrof. Spaans bleek een populairdere taal dan Arabisch en makkelijker meezingbaar. In 2013 kwam de Hebreeuwse zanger Gad Elbaz met het nummer Hashem Melech, een Hebreeuwse versie met een sterk joods-religieus karakter. In 2016 bracht Elbaz een nieuwe versie van zijn cover uit in samenwerking met Nisim, een zwarte ex-moslim die zich tot het christendom bekeerde en later joods werd en een Engelstalige rap in het nummer inbracht dat werd uitgebracht als Hashem Melech 2.0.

Een Nederlandstalige cover kon niet uitblijven. In 2017 bracht Ali B in samenwerking met Boef, Redone en Rolf Sanchez de single Voy a bailar uit. Deze cover van Khaleds nummer volgt grotendeels het oorspronkelijke lied, met invoeging van het bekende Spaanstalige refrein van Marc Anthony en de salsa-twist. Het nummer is een echte Koningsdag/Pride-hit, maar kan qua tekst, muzikale kwaliteit en zang lang niet tippen aan Khaleds oorspronkelijke nummer en is een zeer middelmatige cover van een wereldhit.

Feit is dat welke nummers Khaled morgen ook zingt, het grootste deel van het publiek de nummers mee zal kunnen zingen. Want Arabisch of Frans, er zit een eenvoud en herhaling in Khaleds nummers die niet alleen aanstekelijk maar ook herkenbaar is. Dat wordt dus moeilijk stilzitten op het beschaafde pluche van het Concertgebouw.