Muziek

Muzikaal moddergooien

Muziek: Dirty Pretty Things

Ruzies tussen bands of bandleden levert voor de muziekjournalistiek dankbare kopij op. Vooral in Engeland worden bands regelmatig uit de tent gelokt om collega’s aan de hoogste boom te hangen.

Bij de voormalige bandleden van de Engelse punkrockformatie The Libertines is het de pers wel heel gemakkelijk gemaakt. Het tweede en laatste titelloze album opent met Can’t Stand Me Now, over de relatie tussen de voornaamste bandleden Pete Doherty en Carl Barât, die om en om zingen. De eens zo hechte vriendschap is ontaard in een vete die dusdanig hoog oploopt dat de beide zanger/gitaristen het laatste album separaat inspelen, uit elkaar gehouden door bodyguards. Het album is een perfecte vertaling van het brein Pete Doherty. Enerzijds komt naast zijn songschrijfkunst ook zijn poëtisch-literaire achtergrond aan de oppervlakte; anderzijds is Doherty een junk. Hier wordt niet alleen tekstueel naar verwezen, ook het rafelige geluid hint naar een gedrogeerde toestand waarin de plaat is opgenomen.

The Libertines barsten niet geheel onverwacht uit elkaar en Doherty start zijn eigen band Babyshambles. Op zijn vorig jaar verschenen debuutalbum Down in Albion blijkt dat zijn fragiele toestand de overhand heeft gekregen; meer dan een veredelde demo mag het album niet genoemd worden. Wel is hij nog in staat om op zijn eerste single Killamangiro naar Carl Barât te sneren: «On the off chance that you’re listening to the radio/ I thought you might like to know you broke my heart.» Pete Doherty is vooral tabloidnieuws geworden, door zijn relatie met supermodel Kate Moss gecombineerd met drugsgebruik en maandelijkse arrestaties.

Carl Barât is al snel met de overige Libertines-leden de band Dirty Pretty Things gestart, waarvan het debuut Waterloo to Anywhere is verschenen, het bewijs dat het talent in The Libertines toch echt verdeeld lag. De plaat begint met een vurigheid die gewoonlijk voor jonge bands is weggelegd. Dirty Pretty Things klinkt nog meer Libertines dan The Libertines zelf; de The Clash-achtige gitaarrock swingt en heeft de juiste puntigheid. Toch wordt de voormalige band niet compleet geëvenaard: op de tweede helft van Waterloo is de band te gewoontjes.

Uiteraard heeft Barât niet geschroomd om de beëindigde vriendschap met Doherty te bespreken. In Bang Bang You’re Dead vindt de ondubbelzinnige afrekening plaats: «I was right at the start/ about the seeds and the weeds/ that grew in your heart/ self satisfaction for the factions/ who formed to tear us apart.» De boodschap is onderbouwd met aanstekelijke punkrock. Bij Doherty bestaat de daadkracht anno 2006 uit het plaatsen van naalden in eigen en andermans arm. Barât verslaat hem in waar het allemaal om begonnen was: muziek.

Dirty Pretty ThingsWaterloo to Everyone

Vertigo/Universal