Myriams god

Myriam is het mooiste, leukste en wonderlijkste meisje van iedereen. Ze is een beetje vreemd - op een vertederende manier. Ze heeft haar eigen wereld, en die wereld wordt bestuurd door haar eigen god. Myriam is een van de kinderen van twee waardeloze ouders.

Moeder Betty heeft een stuk of negen nakomelingen geworpen, elk van een andere vader. Het kroost slaapt op de grond, in de kleren die de volgende dag weer naar school moeten worden gedragen. De ‘vieze familie’ wordt het Flodder-achtige conglomeraat van asociale medemensen schamper genoemd, niet geheel ten onrechte. Myriam, zeven jaar oud, heeft het geluk dat ze het zooitje ongeregeld dat haar familie heet, kan ontvluchten. Op een goede dag ontfermt haar juf zich over haar, de achttienjarige Lieve, net begonnen als onderwijzeres. Zij ziet al snel in dat Myriam een bijzonder kind is. En dat is ze.
Het is eind jaren vijftig, Vlaanderen. Op een plattelandsschooltje geeft Lieve les, een onbedorven meisje dat in een besloten wereld is opgegroeid. Dan is daar opeens Myriam, het wonderkind. De zevenjarige opent de achttienjarige de ogen. In de symbiotische verhouding die tussen de twee ontstaat, zijn beiden leerkracht: Lieve geeft les aan Myriam en Myriam aan Lieve.
Myriam is wijs, zeker voor een klein kind. Ze wordt gefascineerd door abstracte vragen, door kwesties als leven en dood, waarheid en leugen, goed en kwaad. Maar bovenal wordt ze in beslag genomen door haar god, een zelfgeschapen opperwezen met menselijke trekjes. Daarbij wacht ze op een moeder, een mama die ze ooit zal krijgen, denkt ze. Hoopt ze. Omdat haar eigen moeder haar niet bevalt, verzint ze er zelf maar een, in de verhaaltjes die ze heeft leren schrijven. Myriam wil een moeder die van haar houdt, op wie ze kan rekenen, die ze kan vertrouwen.
Naarmate Lieve en Myriam elkaar langer kennen, worden ze meer en meer moeder en dochter, of wellicht zusters. Er groeit een innige band tussen hen, gevoed door hun 'emotioneel IQ’. Helaas, als Myriam negen jaar is, komt er op een afschuwelijke manier een abrupt einde aan de idylle-ondanks-alles.
Onblusbaar vuur, de nieuwe roman van Marcella Baete, is het verhaal van Myriam en Lieve tientallen jaren na dato opgetekend. Zoals Lieve in het eerste hoofdstuk noteert: 'Het lot van Myriam heeft zich vorig jaar eindelijk vertaald in mijn subtiel kosmosgeloof, na decennia van vrijzinnigheid. Eigenlijk zal dit boek geestelijk eigendom zijn van Myriam, hoewel ik weiger haar te laten sterven zoals ze op negenjarige leeftijd deed. Voor mij zal ze altijd leven. En voor u ook. Als dit boek uit is.
En nog lang erna.
Myriam is niet te vergeten.’
Het boek is uit. En inderdaad: Myriam is niet te vergeten. Ze blijft rondzingen in des lezers hoofd. Zoals nu en dan ook uit Myriams taalgebruik blijkt, is Onblusbaar vuur niet zozeer een roman over een meisje, maar vooral een roman over een meisje zoals dat voortleeft in de herinnering van de jonge vrouw die haar 'redde’ - en over het proces van het zich herinneren. Stukje bij beetje ontvouwt Marcella Baete de herinneringen van Lieve en vouwt ze de werelden van haar twee hoofdpersonages verder open. Een en ander in een heldere, onopgesmukte stijl die ontroert zonder sentimenteel te zijn en die doet glimlachen zonder grappig te willen zijn.