Ger Groot

Mythe

In zijn onlangs verschenen essaybundel De droom van kennis (De Bezige Bij) schrijft Piet Meeuse: «Als alle verhalen één fundamenteel axioma gemeen hebben, dan is het dat het leven onvoorspelbaar en dus oncontroleerbaar is. Precies om die reden moet het verteld worden.» De droom van de techniek spiegelt een beheersbaar universum voor, maar tot ieders verbazing komt die verwachting steeds weer bedrogen uit. De literatuur, aldus Meeuse, vertelt ons dat er op de wereld geen staat valt te maken.

Dat is een mooie les, halverwege de filosofie en de letterkunde, waar Meeuse zich bij voorkeur ophoudt. Maar klopt hij ook? Van de meeste verhalen weten we precies hoe ze aflopen. Niet alleen omdat we ze al vele malen gehoord hebben, maar omdat ze in hoge mate geritualiseerd zijn. De roze roman eindigt onveranderlijk in de bekroning van de liefde die aanvankelijk onmogelijk lijkt. De held van de sage zal alle beproevingen doorstaan en als dank de hand van de koningsdochter incasseren. En het vernuft van Agatha Christie kon niet zo groot zijn of iedere geoefende lezer weet dat het meest onwaarschijnlijke personage de dader was.

Misschien maakt juist de voorspelbaarheid deze genres tot de literaire verschoppelingen die ze zijn. Meisjesromans zijn onverbiddelijk tot marginaliteit verdoemd en zelfs Agatha Christie is, anders dan Stephen King, nooit als echte schrijfster bekroond. Maar mythen en sagen gooien roet in het eten, want literair vernuft zal niemand ze willen ontzeggen.

Ze spelen in het hele werk van Piet Meeuse dan ook een doorslaggevende rol. Mythologische helden zijn bij hem even zo vele spiegels van de menselijke gesteldheid, die na duizenden jaren nog niet wezenlijk veranderd is. Gilgamesj moet ontgoocheld terugkeren naar de stad waaruit hij vertrok, in de wetenschap dat de onsterfelijkheid hem niet gegeven is. Prometheus, naar wie Meeuse één van zijn bundels noemde, belichaamt het humanisme dat kennis en vooruitgang bracht — en dat daarvoor onverbiddelijk werd gestraft.

Die helden wisten niet wat hen te wachten stond, maar wij weten het wel. Mythen zijn in datgene wát ze vertellen even verontrustend over het menselijk avontuur als ze in het ritueel waarin ze verteld worden geruststellend zijn. Voor de toehoorder staat de uitkomst vast. De steeds weer herhaalde declamatie van wat we al weten vormt een veilige liturgie die bescherming biedt tegen een onberekenbare wereld.

Zo keert Meeuses vaststelling over de literatuur die verontrust plotseling om zijn as bij de mythologie, die kalmeert en bevestigt. In het eerste deel van deze prachtige bundel stelt hij dan ook vast dat de mythe ooit diende ter bekrachtiging van een wereld waarin mensen weliswaar aan onbeheersbare krachten waren overgeleverd, maar niettemin thuis waren. Met het christendom werd ze de draagster van een verlangen naar verlossing uit het bestaande, onder de vleugels van een goddelijke almacht. En in de mythologie van de moderniteit transformeerde ze zich in de droom van een verlossing uit de onmacht onder eigen menselijke regie.

Blind geloof in de techniek grijpt alvast op die heilsverwachting vooruit, aldus Meeuse, en heeft daarom de les van de literatuur hard nodig. Té overtuigd van zijn succes is het niet meer in staat zijn eigen feilen, laat staat irrationaliteit te zien. Het is dan ook moderne literatuur die moet verontrusten, omdat ze haar eigen werkelijkheid vrij waant van de kwetsbaarheid waartegen de oude mythen zich wapenden. In het vertellen bezwoeren ze de onzekerheid die in het verhaal breed werd uitgemeten. Dat laatste doet de moderne literatuur nog steeds, maar ze is onbarmhartig geworden en bezweert niet meer.

Dat wil zeggen: de moderne literatuur die haar verdoemde varianten van roze of juist hard-boiled voorspelbaarheid bij voorbaat afschrijft. In de populariteit van de escape- lectuur tekent zich intussen een heel wat minder zelfverzekerd tijdsgewricht af. Ontsnappen doet zij nu juist aan een werkelijkheid die ongewisser is dan ooit. Elke slotzoen en onwaarschijnlijke ontmaskerde bezweert mythologisch de radeloze chaos van alledag. Zij vormt een literatuur-geworden liturgie van geruststelling. Modern en rotsvast overtuigd van het technisch heil zijn wij minder en minder, en misschien wel nooit geweest.