Mythe van de zee

In de bundel Zeegezang van Jacques Hamelink is een spreker aan het woord die als de zeegod Proteus vele gedaanten aanneemt. Zo verschijnt hij als Frederik de Zeeman, een homoseksuele scheepsmuzikant die de matrozen ervan overtuigt ‘dat de doorbreking van alle holle baren en hun hele waaghalzerij roemloos waren zonder muzijk’.

Maar ook Orpheus doet uitvoerig zijn verhaal. De archetypische dichter laat zich door Jason overhalen met de Argonauten mee te gaan naar Kolchis aan de voet van de Kaukasus om daar het Gulden Vlies te ontvreemden. Het feit dat Orpheus deel uitmaakt van de bemanning blijkt meermalen geen overbodige luxe. Niet alleen zorgt de stampende beat van zijn lier ervoor dat de mannen gelijkmatig roeien, ook sust hij menig conflict en is hij de enige die raad weet als de Sirenen het schip belagen. ‘Ik kom tegemoet aan alle spasmen’, zingt de Sirene, 'aan elk sadomasochisme waarnaar je gehaakt hebt en ik ben gratis en wat is de zee naast mijn melk?’ Vlak voordat de matrozen zich extatisch in de golven storten weet Orpheus de lokstem van de Sirenen met zijn eigen muziek te overstemmen, zodat de Argo alsnog van de ondergang wordt gered. Op dat moment hebben de Argonauten al menig avontuur achter de rug. Het meest huiveringwekkende incident had zich voorgedaan bij het passeren van de Bosporus. Aan weerskanten van deze zeestraat stonden twee rotsen die zo nu en dan met een kracht van 10 op de schaal van Richter tegen elkaar klapten, wat bovendien verschrikkelijke vloedgolven veroorzaakte. Op deskundig advies sturen de Argonauten eerst een goed afgerichte duif tussen de rotsen door. Wanneer de vogel op het nippertje aan de gretige kaken van de zeestraat ontkomt, besluiten de helden het er zelf ook op te wagen. De passage waarin Apollonios van Rhodos deze episode beschrijft, is werkelijk bloedstollend. 'Beukend sloegen zij op ’t wateroppervlak en slaakten luide kreten, maar als het schip door al hun zwoegen éven opschoot, sprong het een dubbelgrote afstand weer terug.’ Gelukkig zet de godin Athene zich aan de noordzijde van de Bosporus schrap, grijpt een rotspunt vast en duwt met haar rechterhand het schip vooruit. Of je nu de versie van Apollonios of die van Hamelink leest, je krijgt de indruk dat Jason zelf weinig greep heeft op de gebeurtenissen. Dat hij een waardeloze kapitein is, wordt door Willem Brakman in Een vreemde stam heeft mij geroofd nog eens extra onderstreept. 'Zwemmen kan hij niet, boksen evenmin, wie hem een zeeman noemt is slecht ingelicht’, zegt een van de Argonauten. Toch lukt het hem heelhuids thuis te komen, in bezit van het felbegeerde vlies, dat hij overigens direct weer verspeelt. Is de reis dus zinloos geweest? Nee, verre zeereizen zijn nooit zinloos: 'Men zegt dat wie reist vrijer, machtiger, ja gelukkiger wil zijn dan hijzelf, in deze zin reisde ik mijn verleden tegemoet om mij tenslotte als de thuiskomende te hervinden.’ Dat Jason de grillen van de zee overleefde, was echter niet zijn verdienste, maar die van de goden, het toeval of de poëzie.